ECLI:NL:RBGEL:2026:5532

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
ARN 26/2987
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 13 lid 2 onder c PwArt. 1 onder b Bbz 2004Wet studiefinanciering 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening aanvraag bijstand zelfstandigen wegens studiefinanciering

Verzoeker heeft op 28 mei 2026 een aanvraag ingediend voor een uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal op grond van de Participatiewet (Pw) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk heeft deze aanvraag op 11 juni 2026 afgewezen.

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en daarom geen recht heeft op algemene bijstand volgens artikel 13, tweede lid, onder c, van de Pw. De wetgever gaat ervan uit dat studiefinanciering voorziet in het eigen levensonderhoud. Tevens is verzoeker geen zelfstandige in de zin van het Bbz 2004, omdat hij niet is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep voor zijn bestaan.

Op basis van deze overwegingen is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker studiefinanciering ontvangt en geen recht heeft op bijstand.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2987

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college van 11 juni 2026, waarin de aanvraag levensonderhoud en/of lening voor een bedrijfskapitaal op grond van de Participatiewet (Pw) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) is afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend. Daarnaast heeft verzoeker aanvullende stukken ter onderbouwing van zijn verzoek ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Verzoeker heeft op 28 mei 2026 een aanvraag om een uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal op grond van de Pw en het Bbz 2004 ingediend. Bij bestreden besluit heeft het college deze aanvraag afgewezen.
3.1.
Vast staat dat verzoeker een opleiding volgt en studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 ontvangt. Hij heeft daarom geen recht op algemene bijstand op grond van artikel 13, tweede lid, onder c, van de Pw. De wetgever gaat ervan uit dat met de studiefinanciering in het eigen onderhoud kan worden voorzien. Verzoeker is daarom ook geen zelfstandige in de zin van het Bbz 2004. Op grond van artikel 1, onder b, van het Bbz 2004 wordt onder een zelfstandige namelijk verstaan “de belanghebbende (…) die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande (…). Omdat verzoeker studiefinanciering ontvangt is hij voor zijn voorziening in het bestaan niet aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Verzoeker komt daarom niet in aanmerking voor bijstandsverlening.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.