ECLI:NL:RBGEL:2026:5532
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening aanvraag bijstand zelfstandigen wegens studiefinanciering
Verzoeker heeft op 28 mei 2026 een aanvraag ingediend voor een uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal op grond van de Participatiewet (Pw) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk heeft deze aanvraag op 11 juni 2026 afgewezen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker studiefinanciering ontvangt op grond van de Wet studiefinanciering 2000 en daarom geen recht heeft op algemene bijstand volgens artikel 13, tweede lid, onder c, van de Pw. De wetgever gaat ervan uit dat studiefinanciering voorziet in het eigen levensonderhoud. Tevens is verzoeker geen zelfstandige in de zin van het Bbz 2004, omdat hij niet is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep voor zijn bestaan.
Op basis van deze overwegingen is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker studiefinanciering ontvangt en geen recht heeft op bijstand.