Op 22 januari 2026 heeft de rechtbank Gelderland een tussenvonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van geweldpleging tegen politieambtenaren en het beschadigen van hekwerk op 22 mei 2022 te Arnhem.
De verdediging betwist de betrouwbaarheid van de herkenning van verdachte door een verbalisant op videobeelden en verzocht tot het horen van deze verbalisant als getuige. De officier van justitie verzette zich tegen het verzoek en tegen aanhouding van de zaak, stellende dat het verzoek eerder had kunnen worden gedaan en dat het horen van de getuige niet noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verbalisant van groot belang is voor de bewijsvoering en kwalificeerde hem als een Keskin-getuige. Daarom werd het verzoek tot het horen van de verbalisant toegewezen, het onderzoek heropend en de zaak geschorst voor onbepaalde tijd. Tevens werd de zaak verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van de getuige en werden aanvullende stukken aan het dossier toegevoegd.
Het tussenvonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland, met drie rechters, en uitgesproken in een openbare terechtzitting.