Uitspraak
1.[naam eiser 1] ,
2.
[naam eiser 2],
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil over de verschuldigdheid van gebruiksvergoeding en schadevergoeding na ontruiming van een woning. De gedaagde had de woning gehuurd van de verhuurder, maar na een beschikking tot ontruiming bleef hij zonder recht of titel in de woning verblijven. De eiser vordert betaling van gebruiksvergoeding over de periode dat de gedaagde onrechtmatig in de woning verbleef, alsmede vergoeding van schade aan deuren en schoonmaakkosten.
De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde de woning pas op 7 november 2023 daadwerkelijk heeft ontruimd en dat hij voor de periode van 29 augustus 2023 tot en met 7 november 2023 geen gebruiksvergoeding aan de eiser heeft betaald. Betalingen aan de verhuurder zijn niet bevrijdend, omdat de eiser als nieuwe eigenaar de verhuurder had opgevolgd. De gedaagde is daarom gehouden tot betaling van € 2.330,63 aan gebruiksvergoeding.
Verder is vastgesteld dat de gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door schade aan drie van de vier deuren te veroorzaken, waarvoor een schadevergoeding van € 907,50 wordt toegewezen. De schoonmaakkosten worden niet toegewezen omdat deze kosten voortvloeien uit de ontruimingsprocedure en niet in deze procedure kunnen worden gevorderd.
De kantonrechter wijst daarnaast buitengerechtelijke incassokosten toe van € 448,81 en veroordeelt de gedaagde tot betaling van proceskosten van € 1.318,07. Over de toegewezen bedragen wordt wettelijke rente toegekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld tot betaling van gebruiksvergoeding, schadevergoeding voor beschadigde deuren, buitengerechtelijke kosten en proceskosten met wettelijke rente.