ECLI:NL:RBGEL:2026:5651
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning aanleg uitrit wegens beperking bruikbaarheid openbare weg
Eiser heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg om op eigen terrein te kunnen parkeren. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe heeft deze aanvraag geweigerd omdat het realiseren van de uitrit ten koste gaat van de bruikbaarheid van de weg, met name door het noodzakelijk maken van een parkeerverbod tegenover de uitrit.
De rechtbank oordeelt dat het college deze weigering in redelijkheid heeft kunnen doen. Het college baseert zich op het advies van de wegbeheerder en een verkeerskundig onderzoek waaruit blijkt dat de rijbaan onvoldoende breed is om veilig in en uit te rijden zonder het trottoir te raken, wat onveilige situaties kan veroorzaken. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een grote parkeerdruk in de wijk of dat er een persoonlijke noodzaak bestaat voor parkeren op eigen terrein.
Daarnaast is het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat de door eiser aangevoerde vergelijkbare situaties feitelijk niet vergelijkbaar zijn. Deze uitritten zijn onder andere onder andere regelgeving en toetsingskaders toegestaan, en de ligging van de uitrit speelt een belangrijke rol. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de vergunning zou worden verleend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het college de vergunning mag weigeren. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning voor de uitrit vanwege negatieve impact op de bruikbaarheid van de openbare weg en onvoldoende noodzaak.