ECLI:NL:RBGEL:2026:5657

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
K/5002/12041017
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:262 BWVerordening (EU) Nr. 1215/2012Verordening (EG) Nr. 593/2008
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over ondeugdelijke plaatsing en maatvoering kunststof kozijnen met verzoek deskundigenonderzoek

De eiser, een eenmanszaak gespecialiseerd in levering en montage van kunststof kozijnen, sloot met de gedaagde een overeenkomst voor levering en montage van kozijnen en deuren tegen €14.950. Na levering en montage ontstonden geschillen over de maatvoering en montagekwaliteit, mede door schade aan vloertegels met vloerverwarming.

De gedaagde liet een bouwkundig rapport opstellen waarin werd geconcludeerd dat de kozijnen niet professioneel waren geplaatst, te klein waren en niet luchtdicht, met advies tot vervanging. De gedaagde schortte betaling van het resterende factuurbedrag op en vorderde compensatie voor schade en kosten.

De rechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De gedaagde moet zijn stellingen bewijzen, maar het overgelegde rapport alleen is onvoldoende. Daarom wordt een deskundigenbericht aangevraagd om de maatvoering, montage en herstelkosten onafhankelijk te beoordelen.

De rechter verwierp het verweer dat de gedaagde op de hoogte was van de maten, omdat de eiser verantwoordelijk was voor het opmeten. Ook werd het bezwaar over de draairichting van een raam afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.

De zaak wordt aangehouden om partijen gelegenheid te geven zich uit te laten over het deskundigenonderzoek, waarna verdere beslissing volgt.

Uitkomst: De rechter wijst deskundigenonderzoek aan en houdt verdere beslissing aan om te beoordelen of de kozijnen ondeugdelijk zijn geplaatst en welke herstelkosten redelijk zijn.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 12041017 \ CV EXPL 26-10
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
[naam eiser],
te [woonplaats] ( [land] ),
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[naam gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 februari 2026,
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door [de eiser] overgelegde aanvullende producties,
- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[de eiser] heeft een eenmanszaak met de naam ‘ [de eiser] DE’ en houdt zich onder meer bezig met de levering en montage van kunststof kozijnen.
2.2.
Op 7 juli 2025 heeft [de eiser] een (aangepaste) offerte aan [de gedaagde] uitgebracht voor de levering en montage van kunststof kozijnen en deuren aan de voor- en achterzijde van de woning van [de gedaagde] , inclusief metingen en demontage van de oude kozijnen en deuren. [de eiser] heeft de kosten daarvoor begroot op een bedrag van in totaal € 14.950,00
(incl. btw). Op de laatste pagina van de offerte is het volgende vermeld (vertaald uit het Duits):
“(…)
Ondanks alle zorgvuldigheid kan er tijdens het verwijderen en installeren van de elementen schade ontstaan aan pleisterwerk, leisteen, vensterbanken, metselwerk, tegels, enz. De opdrachtnemer is hiervoor niet aansprakelijk.
(…)”
[de gedaagde] heeft de offerte ondertekend.
2.3.
In juli 2025 heeft [de eiser] de maten van de kozijnen en deuren van de woning van [de gedaagde] opgemeten.
2.4.
Op 20 augustus 2025 zijn de op maat gemaakte kozijnen en deuren geleverd.
2.5.
Op of omstreeks 21 augustus 2025 heeft [de gedaagde] een bedrag van € 6.873,00 aan [de eiser] betaald. Bij factuur van dezelfde datum heeft [de eiser] een bedrag van € 8.077,00 (incl. btw) aan [de gedaagde] in rekening gebracht voor de nog openstaande aanneemsom.
2.6.
Op 21, 22 en 23 augustus 2025 heeft [de eiser] , de echtgenoot en werknemer van [de eiser] , de werkzaamheden uitgevoerd. Tijdens het demonteren van de deur heeft [de eiser] in de woning twee vloertegels met een formaat van 120 centimeter bij 60 centimeter beschadigd. Onder de vloertegels ligt vloerverwarming.
2.7.
Na afronding van de werkzaamheden op 23 augustus 2025 hebben [de eiser] en [de gedaagde] gezamenlijk het werk nagelopen. [de gedaagde] heeft daarbij opgemerkt dat de deuren en kozijnen niet voldeden aan de Nederlandse standaarden en dat schade is ontstaan aan de vloertegels.
2.8.
Op 4 september 2025 heeft [de gedaagde] een bouwkundige keuring in zijn woning laten uitvoeren door Keuringshuis B.V. In het daarvan opgestelde rapport d.d. 5 september 2025 is onder meer het volgende vermeld:
“(…)
GEVELOPENINGEN
Buitenkozijnen – kunststof
(…)
Gebreken en toelichting
☑ Niet professioneel uitgevoerd, actie noodzakelijk
De kozijnen zijn niet professioneel uitgevoerd. Bijna alle kozijnen zijn te klein maar toch geplaatst. Daarnaast zijn sommige kozijnen voorzien van een te brede kitnaad, deze zal op korte termijn gaan scheuren door de werking van o.a. de kunststof kozijnen. Ook is er gebleken dat de kozijnen rondom niet van purschuim zijn voorzien. Hierdoor word gaat luchtdichtheid van de woning naar beneden. Het advies is de kozijnen te vervangen voor bredere en hogere kozijnen om de aansluiting met de gevel te verkleinen, en deze rondom met purschuim af te dichten en de buitenkant met een kitnaad te voorzien om lekkages te voorkomen.
Algemene toelichting
Kunststofkozijnen worden in een houten stelkozijn geplaatst. De aansluiting tussen kunststofkozijn en de gevelconstructie dient door middel van een rubber strip of dergelijke spatwaterdicht aangesloten te zijn, zodat vocht niet (langdurig) bij het houten stelkozijn kan komen. Als de aansluiting tussen een kuststof kozijn en de gevelconstructie niet is afgewerkt middels een rubber strip, dient het houten stelkozijn op een andere wijze beschermd te worden (bijvoorbeeld door schilderwerk).
(…)
VLOEREN
Begane grondvloer – steenachtig
(…)Korte termijn
€ 350,00
(…) (…)
Gebreken en toelichting
☑ Beschadigd tegelwerk
(…)
Het tegelwerk van de vloer is beschadigd. (…) Advies is deze te laten herstellen.
(…)”
2.9.
Bij brief van 15 oktober 2025 heeft [de gedaagde] aan [de eiser] bericht dat, kort gezegd, sprake is van een non-conforme levering en montage van de kozijnen en dat [de gedaagde] de betaling van het factuurbedrag van € 8.077,00 opschort totdat herstel of een redelijke compensatie door [de eiser] heeft plaatsgevonden.
[de gedaagde] heeft het bedrag onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [de gedaagde] zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.077,00 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente, een bedrag van € 356,00 aan vertaalkosten en een bedrag van € 940,00 aan juridische kosten en [de gedaagde] zal veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[de gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [de eiser] , met compensatie van de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vooropgesteld wordt dat deze procedure een internationaal karakter heeft omdat [de eiser] haar woonplaats in [land] heeft. Daarom zal eerst ambtshalve moeten worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.
4.2.
De vraag of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft moet in dit geval worden bepaald aan de hand van de herschikte EEX-Verordening [1] . Op grond van de hoofdregel van artikel 4 van Pro deze verordening wordt de gedaagde partij in beginsel opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waarin hij of zij woont. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
4.3.
Het toepasselijk recht moet worden bepaald aan de hand van de Rome I-Verordening [2] . Omdat [de eiser] de overeenkomst tussen partijen is aangegaan in de uitoefening van haar bedrijf en [de gedaagde] als consument, is sprake van een consumentenovereenkomst. Artikel 6 lid 1 Rome Pro I-Vo is daarom op onderhavig geval van toepassing. Op grond van dit artikel wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft mits, kort gezegd, de verkoper zijn commerciële beroepsactiviteiten ontplooit in dat land en hij dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op dat land of op verscheidene landen, met inbegrip van dat land. Niet in geschil is dat aan deze laatste twee voorwaarden is voldaan. Dit betekent dat de overeenkomst tussen partijen wordt beheerst door Nederlands recht.
4.4.
[de eiser] maakt aanspraak op betaling van de nog openstaande aanneemsom van € 8.077,00. [de gedaagde] betwist de verschuldigdheid van deze vordering op zichzelf niet, maar stelt zich op het standpunt dat hij de betaling heeft opgeschort wegens een tekortkoming in de nakoming aan de zijde van [de eiser] . Volgens [de gedaagde] is sprake van structurele maatvoeringsafwijkingen en een ondeugdelijke montage. [de gedaagde] stelt primair dat deze gebreken door [de eiser] moeten worden hersteld. Subsidiair dient [de eiser] volgens [de gedaagde] de aanneemsom met € 5.000,00 te verminderen zodat herstel door derden kan plaatsvinden. Ook beroept [de gedaagde] zich op verrekening met de volgende posten:
 een schadevergoeding van € 1.122,63 wegens de schade die aan de tegelvloer is ontstaan,
 de kosten van het rapport van Keuringshuis ad € 435,00,
 (subsidiair) een vermindering van de aanneemsom met € 5.000,00 als [de eiser] de ondeugdelijk gemonteerde kozijnen niet vervangt.
4.5.
Beoordeeld moet worden of [de gedaagde] zich met succes op opschorting kan beroepen. Omdat in dit geval sprake is van twee tegenover elkaar staande verbintenissen, is artikel 6:262 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. In dit artikel is bepaald dat opschorting mogelijk is wanneer de wederpartij haar verbintenis niet nakomt en, in geval van gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming, voor zover de tekortkoming de opschorting rechtvaardigt. Opschorting leidt niet tot verval van de eigen verplichting, maar dient slechts als pressiemiddel tot nakoming.
4.6.
Waar het [de gedaagde] is die stelt dat de maatvoering van de kozijnen niet correct is en dat de kozijnen ondeugdelijk zijn geplaatst, ligt het op zijn weg om die stelling, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door [de eiser] , te bewijzen. [de gedaagde] heeft daartoe het rapport van 5 september 2025 van Keuringshuis (zie hiervoor 2.9.) overgelegd. Daarin is, kort gezegd, vermeld dat bijna alle kozijnen van de woning te klein zijn. Ook is volgens Keuringshuis een aantal kozijnen voorzien van een te brede kitnaad die op korte termijn gaat scheuren en zijn de kozijnen rondom niet van purschuim voorzien waardoor de luchtdichtheid van de woning naar beneden gaat. Keuringshuis adviseert om de kozijnen te vervangen voor bredere en hogere kozijnen en die kozijnen rondom af te dichten met purschuim en de buitenkant te voorzien van een kitnaad.
4.7.
[de eiser] betwist de juistheid van de bevindingen van het rapport van Keuringshuis. Zij voert daartoe aan dat de montage van de kozijnen is uitgevoerd op de maximaal mogelijke breedte. De binnenzijden van de geplaatste kozijnen sluiten exact aan op de begrenzing van de constructieve balken. Als de kozijnen breder zouden zijn, dan moeten de houten balken verwijderd worden en daarmee wordt de constructie van de woning aangepast, aldus [de eiser] .
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [de eiser] de stellingen van [de gedaagde] dat de maatvoering van de kozijnen niet correct is en dat de kozijnen ondeugdelijk zijn geplaatst, voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Het bewijs van de stelling dat [de eiser] de werkzaamheden ondeugdelijk heeft verricht, is daarom niet reeds op voorhand geleverd op grond van het door [de gedaagde] overgelegde rapport van Keuringshuis. Omdat evenmin uit de overige door [de gedaagde] overgelegde stukken voldoende bewijs is te putten, zal hij ambtshalve tot bewijslevering worden toegelaten van de stelling dat de maatvoering van de door [de eiser] geleverde en geplaatste kozijnen en deuren niet correct is en dat de kozijnen en deuren ondeugdelijk zijn geplaatst.
4.9.
Zoals al is aangekondigd tijdens de mondelinge behandeling ligt het in de rede dat een deskundigenbericht wordt ingewonnen. Een onafhankelijke deskundige kan beoordelen of en zo ja, in hoeverre sprake is van een onjuiste maatvoering en ondeugdelijke plaatsing van de kozijnen en op welke wijze en tegen welke kosten de gebreken hersteld kunnen worden. Alvorens tot benoeming van een deskundige wordt overgegaan, zal de kantonrechter de zaak naar de hierna te melden rol verwijzen opdat partijen zich kunnen uitlaten over de wenselijkheid van het deskundigenonderzoek, de persoon/personen van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze voor te leggen vragen.
4.10.
[de eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat [de gedaagde] de offerte met de maten van de kozijnen heeft ontvangen en dat hij dus op de hoogte had kunnen zijn van de maatvoering. [de eiser] wordt niet in dit standpunt gevolgd. Op [de eiser] rustte immers de verbintenis om de maten van de kozijnen op te meten. Zij kan de gevolgen van een eventuele onjuiste meting niet afschuiven op [de gedaagde] .
4.11.
[de gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling nog aangevoerd dat het keukenkozijn ondeugdelijk is omdat het raam van dit kozijn naar binnen draait terwijl dit naar buiten had moeten draaien. Dit verweer slaagt niet. Uit de tekening van het raamkozijn op pagina 9 van de offerte blijkt immers dat het raam – net als alle andere ramen van de kozijnen – naar binnen draait. In het licht hiervan had het op de weg van [de gedaagde] gelegen om de stelling dat partijen voor het raam van het raamkozijn een andere draairichting zijn overeengekomen dan uit de offerte blijkt, verder te onderbouwen. Die onderbouwing ontbreekt echter. Niet gebleken is dan ook dat het raamkozijn niet aan de overeenkomst beantwoordt omdat dit raam naar binnen draait.
4.12.
Gelet op hetgeen hiervoor onder r.o. 4.9. is overwogen zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag [datum] 2026om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht (zie r.o. 4.9.),
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.C.J.I.M. van Dorp en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.
lt

Voetnoten

1.Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissing in burgerlijke en handelszaken.
2.Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst.