ECLI:NL:RBGEL:2026:5659

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
12143051
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:230a BWArt. 7:233 BWArt. 7:290 lid 2 BWArt. 3.1 ABArt. 3.2 AB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallige huur en boete bij beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte

MV Next verhuurt sinds 1 december 2024 een kantoorruimte aan Sunnah, met een huurovereenkomst voor telkens zes maanden en een opzegtermijn van drie maanden. Sunnah zegde de huur op 8 april 2025 op, maar hield zich niet aan de opzegtermijn, waardoor de overeenkomst volgens de kantonrechter per 30 november 2025 eindigde.

Sunnah betaalde niet volledig de huur over de gehele huurperiode, ondanks dat zij het gehuurde na opzegging ter beschikking stelde. MV Next vordert betaling van de huurachterstand, een contractuele boete van 2% per maand met een minimum van €300, en wettelijke handelsrente. Sunnah betwist deels de vordering en stelt dat zij alleen voor de eerste huurperiode wil betalen.

De kantonrechter oordeelt dat Sunnah over de gehele huurperiode huur verschuldigd is en wijst de vordering tot betaling van de huurachterstand en de boete toe. De gevorderde wettelijke handelsrente wordt afgewezen omdat de contractuele boete deze vervangt. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. Sunnah wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst is per 30 november 2025 beëindigd en Sunnah wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, boete en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12143051 \ CV EXPL 26-2360
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
MV NEXT VI B.V., V.H.O.D.N. SIMON KANTOREN,
gevestigd te Zwijndrecht ,
eisende partij,
hierna te noemen: MV Next ,
gemachtigde: BoitenLuhrs & van der Lubbe Gerechtsdeurwaarders,
tegen
SUNNAH NUTRITION B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zutphen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Sunnah,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de conclusie van repliek, tevens houdende een akte wijziging van eis, met een actueel overzicht van de huurachterstand.
1.2.
Sunnah is in de gelegenheid om te reageren bij dupliek, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
MV Next verhuurt met ingang van 1 december 2024 aan Sunnah een kantoorruimte aan het adres Simon Stevinweg 27 (unit 2.02, op de tweede verdieping) in Arnhem (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 610,29 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen kantoorruimte en andere bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW – versie 2003 – (hierna: AB) van toepassing verklaard.
2.2.
In de schriftelijke huurovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
3.1
Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 6 (zes) maanden, ingaande op 1 december 2024 en lopende tot en met 31 mei 2025.
3.2
Na het verstrijken van de in 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van 6 (zes) maanden, derhalve tot 31 december 2025. Deze overeenkomst wordt vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens 6 (zes) maanden.
3.3
Beëindiging van deze overeenkomst vindt plaats door opzegging tegen het einde van een huurperiode met inachtneming van een termijn van tenminste 3 (drie) maanden.”
2.3.
In de AB is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
“18.2 Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,00 per maand.”
2.4.
Sunnah heeft op 8 april 2025 de huur opgezegd. Daarna heeft zij de sleutels ingeleverd en het gehuurde ter beschikking gesteld aan MV Next .
2.5.
MV Next heeft in haar brief van 8 april 2025 aan Sunnah bevestigd dat de huurovereenkomst wegens opzegging eindigt per 31 december 2025.
2.6.
Sunnah heeft (een deel van) de huur niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
MV Next vordert – na eiswijziging en -vermindering – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
  • te verklaren voor recht dat de huurovereenkomst per 30 november 2025 is beëindigd,
  • de veroordeling van Sunnah tot betaling van € 11.324,43, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 6.588,45 vanaf 13 april 2025, tot de dag waarop er algeheel voldaan is,
  • de veroordeling van Sunnah in de proceskosten.
3.2.
MV Next legt aan haar gewijzigde vorderingen ten grondslag dat Sunnah de huurovereenkomst heeft opgezegd en dat deze per 30 november 2025 is geëindigd. Sunnah is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De huurachterstand tot en met 30 november 2025 bedraagt € 6.588,45. Verder staat in artikel 18.2 AB dat Sunnah een boete van twee procent per maand verschuldigd is (met een minimum van € 300,00 per maand) als zij niet of te laat betaalt. In totaal heeft Sunnah elf huurtermijnen onbetaald gelaten, waardoor zij € 3.300,00 verschuldigd is aan MV Next . Sunnah heeft de huur, ondanks sommatie, onbetaald gelaten waardoor zij ook de wettelijke handelsrente over de huurachterstand verschuldigd is, tot en met 30 november 2025 berekend op € 583,63, alsook buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 852,35 (incl. btw), aldus MV Next .
3.3.
Sunnah voert verweer en concludeert tot gedeeltelijke afwijzing van de vorderingen van MV Next . Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter zal eerst ingaan op het einde van de huurovereenkomst aangezien partijen in geschil zijn over wanneer de huur is geëindigd. Sunnah heeft aangevoerd dat zij het onterecht vindt dat de huurovereenkomst na de eerste periode (d.w.z. na 31 mei 2025) is verlengd. MV Next stelt echter dat Sunnah – wat ook door Sunnah wordt erkend – niet tijdig heeft opgezegd. Volgens MV Next is de huurovereenkomst daarom contractueel met zes maanden verlengd tot per 30 november 2025 (In het lichaam van haar akte noemt MV Next enkele malen 2026, maar de kantonrechter gaat uit van een kennelijke verschrijving en leest 2025).
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat in deze zaak sprake is van huur onder het regime van artikel 7:230a BW, omdat de huurovereenkomst betrekking heeft op een gebouwde onroerende zaak of een gedeelte daarvan, niet zijnde woonruimte in de zin van artikel 7:233 BW Pro en geen bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 lid 2 BW Pro. In dit regime is het uitgangspunt contractsvrijheid, zodat partijen in beginsel zijn aangewezen op de afspraken die zij in de huurovereenkomst hebben gemaakt.
4.3.
Partijen zijn in artikel 3.3 van de huurovereenkomst overeengekomen dat de huurovereenkomst enkel kan worden opgezegd tegen het einde van een huurperiode met een opzegtermijn van (tenminste) drie maanden. Ingevolge artikel 3.1 van de huurovereenkomst eindigde de eerste huurperiode op 31 mei 2025. Na het verstrijken van die periode wordt de huur voortgezet voor een periode van zes maanden (op grond van artikel 3.2 van de huurovereenkomst). Het staat vast dat Sunnah de huur op 8 april 2025 heeft opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat Sunnah toen vanwege de opzegtermijn van drie maanden enkel tegen het einde van de volgende huurperiode (van zes maanden) kon opzeggen, dus tegen 30 november 2025. Dat betekent dat de huurovereenkomst, anders dan vermeld in de bevestigingsbrief van MV Next van 8 april 2025 (zie rov. 2.5), op 30 november 2025 is geëindigd. De gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen.
4.4.
Sunnah heeft nog aangevoerd dat financiële tegenslagen heeft gehad en dat zij alleen wil betalen voor de eerste huurperiode, omdat zij het gehuurde alleen in die periode heeft gebruikt. De kantonrechter oordeelt dat de betalingsproblemen en de eerdere ontruiming van Sunnah niet afdoen aan haar betalingsverplichting. Zij is over de gehele huurperiode huur verschuldigd. De huurachterstand tot en met 30 november 2025 bedraagt – volgens de door MV Next overgelegde specificatie – € 6.588,45. Sunnah heeft op deze specificatie, hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer gereageerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stelling van MV Next . De kantonrechter zal de gevorderde betaling van € 6.588,45 dan ook toewijzen.
4.5.
De contractuele boete vanwege niet tijdige huurbetaling ter hoogte van € 3.300,00 (11 x € 300,00) is niet betwist en zal worden toegewezen.
4.6.
MV Next vordert, naast de hiervoor toegewezen contractuele boete, ook wettelijke handelsrente over de achterstallige huurpenningen. De kantonrechter overweegt dat zowel de gevorderde wettelijke handelsrente als de gevorderde contractuele boete een vorm van schadevergoeding betreffen, die verschuldigd is bij de vertraging in de voldoening van een geldsom. Uit artikel 6:92 lid 2 BW Pro, dat van regelend recht is, volgt dat een verschuldigde contractuele boete in de plaats treedt van een schadevergoeding op grond van de wet, zoals de wettelijke handelsrente. Daarom vervangt de contractuele boete de wettelijke handelsrente, tenzij partijen zijn overeengekomen dat zij van deze wettelijke regeling afwijken. Nu in de toepasselijke algemene bepalingen voor wat betreft bovenstaande contractuele boete geen uitzondering op het bepaalde in artikel 6:92 lid 2 BW Pro is opgenomen, en ook anderszins niet is gebleken van een dergelijke uitzondering, is Sunnah alleen de contractuele boete verschuldigd en niet ook de wettelijke handelsrente. De vordering tot betaling van de wettelijke handelsrente over de openstaande huurtermijnen zal daarom worden afgewezen.
4.7.
De kantonrechter stelt vast dat MV Next voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit), omdat deze tarieven redelijk worden geacht. De hoogte van het gevorderde bedrag van € 852,35 (incl. btw) is in overeenstemming met de tarieven uit het Besluit en zal worden toegewezen.
4.8.
Sunnah wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Nu slechts een deel van de oorspronkelijke vordering wordt toegewezen, dient een deel van het griffierecht als nodeloos veroorzaakt voor rekening van eisende partij te blijven. De proceskosten van MV Next worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
559,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.722,67

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de huurovereenkomst per 30 november 2025 is beëindigd,
5.2.
veroordeelt Sunnah om aan MV Next te betalen € 10.740,80,
5.3.
veroordeelt Sunnah in de proceskosten van € 1.722,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
24 juni 2026.
67756/560