ECLI:NL:RBGEL:2026:569

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
05/130903-23
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 SrArt. 141 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijk geweld bij voetbalwedstrijd tegen politie en goederen

Op 22 mei 2022 vond tijdens de voetbalwedstrijd Vitesse-FC Utrecht in Arnhem openlijk geweld plaats waarbij een groep van 20 tot 30 FC Utrecht-supporters, waaronder verdachte, zich schuldig maakte aan geweld tegen politieambtenaren en het beschadigen van hekwerken. Verdachte heeft meerdere malen aan hekken getrokken, geschud, een hek open geduwd, richting politie getrapt en hen uitgedaagd.

De rechtbank heeft op basis van camerabeelden, politieverklaringen en de eigen verklaring van verdachte vastgesteld dat verdachte een wezenlijke bijdrage leverde aan het geweld in vereniging. Verdachte erkende zijn handelen en gaf aan zich door emotie te hebben laten meeslepen, maar distantieerde zich niet van de groepsgeweldshandelingen. De tenlastelegging van openlijk geweld in vereniging tegen personen en goederen is wettig en overtuigend bewezen verklaard.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van voetbalvandalisme en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, die een first offender was ten tijde van het feit. Gezien het lange tijdsverloop en toepassing van artikel 63 Sr Pro matigde de rechtbank de straf tot een taakstraf van 60 uur, met een vervangende hechtenis van 30 dagen bij niet-nakoming.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, bij niet-nakoming vervangende hechtenis van 30 dagen wegens openlijk geweld in vereniging tegen politie en goederen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/130903-23
Datum uitspraak : 22 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
Raadsman: mr. A.E.M.C. Koudijs, advocaat in Utrecht .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten, de Batavierenweg, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten tegen een of
meerdere politieambtena(a)r(en) en/of tegen een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of een of meerdere hek(ken)/hekwerk(en) door
- meermaals, althans eenmaal, tegen/aan het hek(werk) te duwen en/of te trekken en/of te schudden,
- een blikje, althans een voorwerp, in de richting van een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en) te gooien,
- een of meerdere onbekend gebleven politieambtena(a)r(en)/perso(o)n(en) op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen,
- meermaals, althans eenmaal (met kracht) met een (broek)riem op/tegen, althans in de richting van een of meerdere onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te slaan, en/of
- meermaals, althans eenmaal, op/tegen, althans in de richting van een onbekend gebleven perso(o)n(en)/politieambtena(a)r(en) te schoppen en/of te trappen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 22 mei 2022 vond de wedstrijd Vitesse-FC Utrecht plaats in de Gelredome aan de Batavierenlaan in Arnhem. Een groep van 20 tot 30 FC Utrecht-supporters heeft aan hekken getrokken en geschud. De Mobiele Eenheid (hierna: ME) van de politie en andere politieambtenaren waren aanwezig. Een medeverdachte gooide een blikje over het hek naar de politieambtenaren. [2] Daarna klom een persoon met gezichtsbedekking op de toegangspoort en sloeg met zijn broeksriem meerdere malen richting de ME’ers die onder hem stonden. Meerdere supporters sloegen, al dan niet met een broekriem in hun hand, richting de politie. Vervolgens richtte de groep supporters zich op een zwart afzethek dat werd open geduwd. Een als supportersbegeleider aanwezige politieambtenaar in burger werd door een supporter geslagen. Daarna trapten meerdere supporters richting politieambtenaren. [3]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat hoewel verdachte aan het hek heeft getrokken en geduwd, hij geen bijdrage heeft gehad in de andere gedragingen zoals ten laste zijn gelegd. Derhalve verzoekt de raadsman om partiële vrijspraak van die gedragingen.
Beoordeling door de rechtbank
De politie heeft de camerabeelden van Gelredome en de videoauto van de politie uitgekeken. De politie beschrijft dat persoon NN11 aan het hekwerk heeft geschud. NN11 heeft de politie uitgedaagd en deed een halsdoek voor zijn mond. NN11 duwde het zwarte hekwerk met anderen open. NN11 trapte richting een ME’er en raakte zijn schild. De politie concludeert tot slot dat NN11 constant deel uitmaakte van een groep van 20 tot 30 personen die geweld tegen ME’ers of goederen gebruikte. [4] NN11 is door de politie herkend als verdachte. [5]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij degene is die door de politie aangeduid wordt als NN11. Hij heeft verder verklaard dat hij zich door emotie heeft laten meeslepen door de groep. Zijn gedragingen beschrijft hij als vandalisme. [6]
Gelet op de hier genoemde bewijsmiddelen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van geweldshandelingen jegens de politie. De rechtbank komt dan tot de vraag of deze geweldshandelingen in vereniging zijn gepleegd zoals vereist is bij openlijk geweld. De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld van de andere geweldpleger(s). Beoordeeld moet worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.
Verdachte heeft meerdere malen, gezamenlijk met anderen, aan een afzethek geduwd, getrokken en geschud. Ook heeft hij geholpen om het zwarte hekwerk open te duwen zodat er een opening in het hekwerk ontstond. Verdachte heeft richting een ME’er getrapt en daagde meerdere ME’ers uit. Verdachte heeft door deze handelingen in de grote groep supporters een wezenlijke bijdrage geleverd van voldoende gewicht, door actief mee te doen in het geweld richting politieambtenaren en de hekken. Verdachte heeft daarnaast verklaard dat hij zich heeft laten meeslepen in de groep door emotie. Geen enkel moment heeft verdachte zich van de gepleegde geweldshandelingen gedistantieerd. Verdachte heeft hiermee niet alleen opzet gehad op zijn eigen handelen, maar ook op de geweldshandelingen die door anderen zijn gepleegd zoals ten laste zijn gelegd door deel uit te maken van die groep.
De rechtbank acht de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, in vereniging gepleegd, wettig en overtuigend bewezen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks22 mei 2022 te Arnhem, openlijk, te weten,
aande Batavierenweg,
in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en
/ofeen goed te weten tegen
een of
meerdere politieambtena
(a)r
(en
)en
/oftegen
een ofmeerdere onbekend gebleven perso
(o)n
(en
)en
/of een ofmeerdere hek
(ken
)/hekwerk
(en
)door
- meermaals,
althans eenmaal,tegen/aan het hek(werk) te duwen en
/ofte trekken en
/ofte schudden,
- een blikje
, althans een voorwerp,in de richting van
een ofmeerdere onbekend gebleven politieambtena
(a)r
(en
)te gooien,
- een
of meerdereonbekend gebleven politieambtena
(a
)r
(en)/perso
(o
)n
(en)op/tegen het lichaam te slaan
en/of te stompen,
- meermaals,
althans eenmaal (met kracht)met een (broek)riem
op/tegen, althansin de richting van
een ofmeerdere onbekend gebleven perso
(o)n
(en
)/politieambtena
(a)r
(en
)te slaan, en
/of
- meermaals
, althans eenmaal,
op/tegen, althansin de richting van een onbekend gebleven
perso(o)n(en)/politieambtena
(a)r
(en
) te schoppen en/ofte trappen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door een hechtenis van 30 dagen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de straf dient te worden gematigd tot een taakstraf van 30 uren. Er is sprake van een lang tijdsverloop en het gestelde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.
Ernst van het feit
Verdachte heeft openlijk geweld gepleegd tegen de politie na het bezoeken van een voetbalwedstrijd. Verdachte heeft in de richting van de politie getrapt en daagde hen vervolgens uit. Er is veel geweld gepleegd door een grote groep die zich richtte tegen de politie. Deze situatie moet enorm beangstigend zijn geweest voor de betrokken politieagenten. Op de camerabeelden is ook te zien dat er zich tussen de groep mensen die worden aangespoord om mee te doen met het geweld jegens de politie, kinderen bevinden.
Voetbalvandalisme en -geweld vormen een groot maatschappelijk probleem. Het raakt direct de veiligheid van de bezoekers van voetbalwedstrijden en leidt er zelfs toe dat een deel van de goedwillende supporters ervan afziet om nog wedstrijden te bezoeken. Omvangrijke veiligheidsmaatregelen worden genomen in verband met (de dreiging van) het voetbalvandalisme en geweld. Dit levert een grote kostenpost op voor de samenleving. Het creëert niet alleen een groot gevoel van onveiligheid, onrust en angst in de maatschappij maar ook gevoelens van woede en verontwaardiging. Verdachte heeft hier een bijdrage aan geleverd. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.
Persoon van verdachte
Verdachte ter terechtzitting inzicht in zijn handelen en persoon gegeven, spijt betuigd en berouw getoond. De rechtbank heeft verder kennis genomen van het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte ten tijde van het feit ‘first offender’ was in de zin dat hij niet eerder voor iets soortgelijks was veroordeeld. Wel hebben er nadien meerdere veroordelingen plaatsgevonden die in principe gelijktijdig met de onderhavige zaak zouden kunnen zijn behandeld, zodat het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Redelijke termijn
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de betrokkene een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo'n handeling worden aangemerkt.
De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak het volgende. Verdachte is weliswaar op 16 februari 2023 verhoord, maar uit niets bleek dat vervolging zou plaatsvinden alvorens de dagvaarding aan verdachte werd betekend. Desondanks zal de rechtbank bij de strafoplegging rekening houden met het lange tijdsverloop tussen de pleegdatum, het eerste verhoor en de berechting.
De straf
Gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en op de straffen die doorgaans bij soortgelijke zaken worden opgelegd acht de rechtbank voor een first offender, als uitgangspunt, een taakstraf voor de duur van 120 uur passend voor openlijk geweld dat mede gericht is tegen personen. Indien dit geweld, zoals hier, is gepleegd tegen publieke handhavers, is dat een taakstraf voor de duur van 160 uur. De relatief beperkte rol van verdachte en zijn relatief kleine aandeel in het openlijke geweld, alsmede de schuldbewuste proceshouding van verdachte rechtvaardigen een iets lagere taakstraf, voor de duur van 100 uren. In het zeer lange tijdsverloop van bijna 4 jaar en de toepassing van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht ziet de rechtbank reden voor verdere matiging, tot een straf gelijk aan de eis van officier van justitie. De rechtbank acht al met al een taakstraf voor de duur van 60 uren, bij het niet verrichten hiervan te vervangen door een hechtenis van 30 dagen passend en geboden.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 legt op
een taakstraf van 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Breed, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2026.
mr. J. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2022459992, gesloten op 21 maart 2023 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 24; proces-verbaal van bevindingen, p. 29; proces-verbaal van verhoor verdachte [verbalisant 2] , p. 146.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 24 t/m 27.
4.Proces-verbaal van bevindingen, p. 29.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 72; proces-verbaal van bevindingen, p. 74.
6.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 januari 2026.