ECLI:NL:RBGEL:2026:5705

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
C/05/466406
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.87 lid 1 sub d AWArt. 2.87 lid 1 sub f AWArt. 2.87 lid 2 onder c AWArt. 4.7 lid 1 onder c AWArt. 4.7 lid 1 onder d AW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot uitsluiting inschrijving wegens vermeende schending level playing field bij aanbesteding herinrichting Zeddam-Zuid

De gemeente Montferland schreef een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure uit voor de herinrichting van elf straten in Zeddam-Zuid. Liemers Wegenbouw B.V. en NTP B.V. schreven zich in. NTP voerde extra asfaltboringen uit en liet monsters onderzoeken, wat Liemers als een kennisvoorsprong beschouwde die het level playing field zou verstoren.

Liemers stelde dat NTP’s inschrijving ongeldig was vanwege deze vermeende voorsprong en het niet delen van onderzoeksresultaten, wat volgens haar de mededinging vervalste. De gemeente onderzocht dit en concludeerde dat NTP geen extra informatie had ten opzichte van andere inschrijvers. De rechtbank oordeelde dat het Kiwa-rapport alleen de bevindingen van het Sweco-rapport bevestigde en dat er geen sprake was van een relevante kennisvoorsprong.

Verder stelde Liemers dat NTP een valse verklaring had afgelegd in het aanbestedingsdocument, maar de rechtbank vond dat de betreffende uitsluitingsgrond niet van toepassing was. Ook de stelling dat NTP zonder vergunning asfaltboringen had verricht, werd niet relevant geacht voor uitsluiting. De rechtbank wees de vorderingen van Liemers af, veroordeelde haar in de proceskosten van de gemeente en NTP, en liet NTP toe als tussenkomende partij.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Liemers af en veroordeelt haar in de proceskosten van de gemeente en NTP.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/466406 / KG ZA 26-170
Vonnis in kort geding van 15 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LIEMERS WEGENBOUW B.V.,
gevestigd in Duiven,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging,
hierna te noemen: Liemers,
advocaten: mr. F.R.H. Kuiper en mr. M.A.G. Slots,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE MONTFERLAND,
zetelend in Didam, gemeente Monterferland,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaten: mr. I.J. van den Berge en mr. M.A. Visser,
waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, subsidiair voegende partij aan de zijde van de gemeente te worden toegelaten
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NTP B.V.,
gevestigd in Angerlo,
eisende partij in het incident tot tussenkomst, subsidiair voeging,
hierna te noemen: NTP,
advocaat: mr. E.H. Leenders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10;
- de aanvullende producties 11 tot en met 17 van Liemers;
- de conclusie van antwoord met productie A;
- de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging van NTP;
- de producties 1 tot en met 6 van NTP;
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026;
- de pleitnota van Liemers;
- de pleitnota van de gemeente;
- de pleitnota van NTP.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De gemeente heeft een meervoudig onderhandse aanbestedingsprocedure volgens het ARW 2016 uitgeschreven getiteld “Herinrichting Zeddam-Zuid” (hierna: de opdracht). De opdracht ziet op het herinrichten van elf straten in Zeddam-Zuid door het verwijderen en afvoeren van het oude wegdek en groen, het aanbrengen van hemelwaterriool, het (deels) vervangen van vuilwaterriool en het aanbrengen van nieuwe wegverharding en groen.
2.2.
Bij de aanbestedingsstukken is door de gemeente een onderzoeksrapport met de titel ‘Rapport infrastructureel onderzoek Projectgebied Zeddam-zuid, Pastoor Terwindtstraat e.o. Zeddam” van Sweco gevoegd van 5 juni 2025 (hierna het rapport van Sweco). Dit rapport is opgesteld in opdracht van de gemeente en ziet onder andere op de opbouw van de thans aanwezige wegverharding op de elf straten waar de opdracht op ziet en uit welke lagen het asfalt bestaat. Voor de constatering daarvan heeft Sweco in de straten diverse asfaltboringen verricht.
2.3.
In opdracht van NTP heeft Arnhem-Diamant B.V. (hierna: Diamant) op 11 februari 2026 naast de boringen die Sweco reeds eerder had gedaan nog 21 asfaltboringen verricht in de elf straten van de opdracht. Met betrekking tot zes van de daaruit verkregen asfaltmonsters is vervolgens door Kiwa Services B.V. (hierna: Kiwa) onderzoek gedaan naar de samenstelling daarvan. Kiwa heeft haar bevindingen opgenomen in haar rapport van 23 februari 2026 en deze vervolgens uitgebracht aan NTP.
2.4.
De gemeente heeft tijdens de aanbestedingsprocedure twee inlichtingenrondes georganiseerd, waarin geïnteresseerde partijen vragen over de gepubliceerde documenten konden stellen. De Nota van Inlichtingen (NvI) vermeldt onder meer het volgende:
(…)
Ref.nr. Onderwerp:
8Functieonderzoek
Vraag:
Er ontbreken resultaten van het bijgevoegde functieonderzoek. Er zijn geen gegevens bekend van de Pastoor Terwindtstraat, D. Jac. Thijssenstrat, Delweg, Koning Lodewijkstraat, en de Dr. Hooglandstraat. Kunnen we ervanuit gaan dat hier dezelfde funderingslaag aanwezig is dan onder de overige bekende straten?
Antwoord:
In de boorstaten van het bodemonderzoek zijn in de betreffende straten geen funderingslagen aangetroffen. Daarom hoeft u geen rekening te houden met een fundering in deze straten.
(…)
Ref.nr. Onderwerp:
18Algemeen
Vraag:
Op 11 februari hebben wij in de wijk gezien dat er asfaltboringen zijn gemaakt. Zijn dit aanvullende boringen? Mogen wij de uitslagen hiervan ontvangen?
Antwoord:
De gemeente heeft recentelijk géén asfaltboringen laten uitvoeren. Alle asfaltboringen staan beschreven in het onderzoek in de bijlagen.
(…)
2.5.
Uiteindelijk hebben vier partijen zich ingeschreven voor de aanbesteding, waaronder Liemers en NTP.
2.6.
Met een bericht van 31 maart 2026 heeft de gemeente aan Liemers haar voorlopige gunningsbeslissingen ten aanzien van de opdracht kenbaar gemaakt. Deze beslissing luidt dat de opdracht niet aan Liemers, maar aan NTP zal worden gegund, omdat zij de economisch meest voordelige inschrijving had. De inschrijving van Liemers is geëindigd op de tweede plek.
2.7.
Vervolgens heeft er een e-mailwisseling tussen Liemers en de gemeente plaatsgevonden waarbij Liemers haar bezwaar heeft geuit over de voorlopige gunning aan NTP. Liemers schrijft dat de inschrijving van NTP ongeldig is, omdat het level playing field is verstoord. Liemers had mondeling vernomen dat NTP extra asfaltboringen had laten verrichten en daardoor heeft zij volgens Liemers een informatievoorsprong op de overige inschrijvers.
2.8.
De gemeente heeft naar aanleiding van de berichten van Liemers de rechtsbeschermingstermijn tweemaal opgeschort en onderzoek verricht naar de in opdracht van NTP uitgevoerde asfaltboringen en in hoeverre dit NTP een kennisvoorsprong heeft gegeven waarbij het level playing field geschonden zou zijn. Met een brief van 22 april 2026 heeft de gemeente aan Liemers kenbaar gemaakt dat de conclusie van het door haar verrichte onderzoek is dat er geen grond bestaat om de inschrijving van NTP ongeldig te verklaren. Daarop heeft Liemers onderhavig kort geding gestart.

3.Het geschil

In de hoofdzaak
3.1.
Liemers vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de gemeente te gebieden de beslissingen van 27 maart en 22 april 2026 in te trekken, en de Liemers te gebieden het werk – zo zij het werk nog zou willen gunnen – te gunnen aan geen ander dan Liemers,
de gemeente te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Liemers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Liemers, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Liemers in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
In het incident tot tussenkomst, subsidiair tot voeging
3.4.
NTP vordert, samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In het incident
  • primair: het NTP toe te staan tussen te komen in de hoofdzaak, met veroordeling van Liemers in de kosten van het incident
  • subsidiair: het NTP toe te staan zich te voegen aan de zijde van de gemeente in de hoofdzaak, met veroordeling van Liemers in de kosten van het incident.
In de hoofdzaak
  • Liemers niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans deze af te wijzen,
  • de gemeente te verbieden, in dien zij de opdracht nog wenst te gunnen, te gunnen aan een ander dan NTP
  • Liemers te veroordelen in de proceskosten.
3.5.
Liemers en de gemeente hebben geen bezwaar gemaakt tegen de gevorderde tussenkomst.

4.De beoordeling

In het incident van tussenkomst, subsidiair voeging
4.1.
NTP vordert primair te worden toegelaten als tussenkomende partij in het geding tussen Liemers en de gemeente. Liemers en de gemeente hebben daartegen geen verweer gevoerd. NTP heeft een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat NTP de inschrijver is aan wie de gemeente voornemens is de opdracht te gunnen. Dit leidt ertoe dat NTP zal worden toegelaten als tussenkomende partij in de onderhavige procedure.
4.2.
Liemers en de gemeente zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
In de hoofdzaak
Spoedeisend belang
4.3.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de vorderingen en is door Liemers voldoende onderbouwd.
Het level playing field beginsel
4.4.
Liemers vordert feitelijk dat NTP wordt uitgesloten van de aanbestedingsprocedure. Daaraan legt zij ten grondslag dat NTP extra asfaltboringen heeft laten verrichten in aanvulling op de boringen die door Sweco zijn gedaan, de verworven asfaltmonsters heeft laten onderzoeken en de daaruit opgedane kennis niet heeft gedeeld met de gemeente of de overige inschrijvers. Volgens Liemers heeft NTP daarmee een dusdanige kennisvoorsprong verkregen dat er geen sprake meer is van een level playing field bij de aanbesteding en bestonden ongelijke kansen tot gunning van de opdracht. NTP heeft volgens Liemers met haar kennisvoorsprong de mededinging vervalst, dan wel uitgeschakeld. Volgens Liemers is kennis inzake de samenstelling van het asfalt van belang voor de te maken kosten en baten bij de opdracht. Of er in de onderlaag van het wegdek teerhoudend asfalt aanwezig is, maakt veel uit voor de kosten van de afvoering en verwerking daarvan. Daarnaast is het mogelijk dat onder de asfaltlaag nog klinkers aanwezig zijn die kunnen worden hergebruikt voor het nieuwe wegdek, wat kosten bespaart.
4.5.
De voorzieningenrechter overweegt dat het in beginsel geoorloofd, en denkbaar, is dat bij een aanbesteding niet alle inschrijvers over precies dezelfde kennis beschikken en er dus onderling enige vorm van kennisvoorsprong kan bestaan. Dit vormt op zichzelf niet een inbreuk op het level playing field beginsel. Van een inbreuk is slechts sprake als de kennisvoorsprong dusdanig is dat de mededinging daardoor wordt vervalst of uitgeschakeld. Het is aan Liemers om te stellen en voldoende te onderbouwen dat ten eerste NTP een kennisvoorsprong heeft en ten tweede dat daardoor de mededinging is vervalst of uitgeschakeld.
4.6.
De eerste vraag die de voorzieningenrechter dus moet beantwoorden is of voldoende aannemelijk is dat NTP ook daadwerkelijk een kennisvoorsprong had in onderhavige aanbestedingsprocedure. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet het geval. Tussen partijen is niet in geschil dat het Kiwa-rapport slechts de bevindingen van het Sweco-rapport heeft bevestigd en dus als zodanig geen nieuwe informatie bevat. Liemers heeft ter zitting toegelicht dat het bij het onderzoek naar de asfaltboringen onder andere gaat om de vraag of er een teerhoudende laag in het wegdek aanwezig is, dan wel of er klinkers aanwezig zijn. Dit omdat deze twee aspecten impact hebben op respectievelijk de kosten voor afvoering en verwerking van het asfalt en besparing door het hergebruiken van de klinkers. Zoals de gemeente echter terecht aanvoert, is in het Sweco-rapport in bijlage 10 gedetailleerd uiteengezet dat vrijwel in alle straten in het asfalt een teerhoudende slijtlaag aanwezig is en dat er geen klinkers zijn gevonden in de bodemlagen. Het Kiwa-rapport heeft dit, zoals omschreven, alleen bevestigd. Hoe deze bevestiging van de onderzoeksresultaten, waarvan de inschrijvende partijen uit moesten gaan, leidt tot een kennisvoorsprong bij NTP ten opzichte van de andere inschrijvers heeft Liemers onvoldoende toegelicht.
Een en ander wordt bevestigd door hetgeen door de gemeente onbetwist is gesteld met betrekking tot het onderzoek dat zij heeft gedaan naar de door NTP uitgevoerde asfaltboringen toen haar bekend was geworden – via Liemers – dat NTP hiertoe opdracht had gegeven. Als deel van haar onderzoek heeft de gemeente NTP schriftelijk verzocht te reageren op de bezwaren van Liemers inzake de in haar opdracht verrichte extra asfaltboringen. Op 7 april 2026 heeft NTP aangegeven dat zij behoefte had aan een verificatie van bijlage 10 van het Sweco-rapport, zijnde het overzicht van teerhoudendheid van het asfalt in alle wegen. Ook heeft de gemeente het Kiwa-rapport van NTP ontvangen. Vervolgens heeft de gemeente aan de hand van de antwoorden van NTP op haar vragen alsmede het Kiwa-rapport geconcludeerd dat NTP niet over meer informatie beschikte dan reeds voor handen was in de aanbestedingsstukken, zij net zoals de andere inschrijvers van bijlage 10 is uitgegaan voor het doen van haar inschrijving en geen extra voordeel of informatie had.
4.7.
Als de voorzieningenrechter al zou aannemen dat NTP met de in opdracht van haar verrichte asfaltboringen en het Kiwa-rapport wel een kennisvoorsprong zou hebben verworven, dan is in elk geval niet aannemelijk geworden dat deze kennisvoorsprong de concurrentie heeft vervalst of uitgesloten. Liemers heeft daartoe slechts gesteld dat – nu NTP het rapport van Kiwa niet heeft gedeeld met de gemeente of de overige inschrijvende partijen –, zij zekerder was van de resultaten van het Sweco-rapport dan de andere inschrijvers. Hoe het zekerder zijn van de resultaten van het Sweco-rapport zou leiden tot concurrentievervalsing heeft Liemers echter verder niet uitgewerkt. Immers gaan alle partijen dan nog steeds uit van dezelfde informatie met betrekking tot de samenstelling van het asfalt van de bij de opdracht betrokken wegen, en blijkt verder nergens uit dat een extra bevestiging van die resultaten van Sweco invloed zou kunnen hebben op de concurrentiepositie van NTP. Daarnaast staat het Sweco-rapport ook niet vol leemtes en onzekerheden die kunnen worden opgevuld, dan wel weggenomen, door het Kiwa-rapport, maar betreft het een omvangrijk en gedetailleerd rapport.
Dat, zoals de bestuurder van Liemers ter zitting naar voren heeft gebracht, het voorgaande wellicht anders was geweest als het rapport van Kiwa wel had geconcludeerd dat het asfalt niet of minder teerhoudend is dan voortvloeit uit het Sweco-rapport en NTP dit vervolgens niet had gedeeld met de gemeente of de andere inschrijvende partijen, doet in dit kort geding verder niet ter zake. Dit is immers slechts een hypothetische situatie.
4.8.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat niet kan worden aangenomen dat het level playing field is geschonden. Voor zover dit al anders zou zijn, zou dat overigens ook niet tot toewijzing van het gevorderde kunnen leiden. Daarvoor is het volgende van belang.
Valse verklaring
4.9.
In de kern vordert Liemers, zoals ook hiervoor overwogen, uitsluiting van de inschrijving van NTP. Er ontbreekt echter een grondslag om tot uitsluiting over te kunnen gaan. Liemers heeft in dit verband gesteld dat NTP een valse verklaring heeft ingediend door in het Europees Aanbestedingsdocument de vraag of zij overeenkomsten heeft gesloten met andere ondernemers die gericht zijn op vervalsing van de mededinging met “nee” te beantwoorden, terwijl – volgens Liemers – het aangaan van de overeenkomst met Diamant tot het verrichten van asfaltboringen en deze te laten onderzoeken een overeenkomst is, waar die vraag op doelt. Liemers verwijst daarvoor naar artikel 2.87 lid 1 AW.
De in artikel 2.87 AW opgenomen uitsluitingsgronden zijn facultatief en zijn alleen van toepassing als de aanbestedende dienst die van toepassing heeft verklaard op de onderhavige aanbesteding. Artikel 2.87 lid 1 sub d AW betreft de uitsluitingsgrond inzake het sluiten van overeenkomsten gericht op het vervalsen of uitsluiten van de mededinging. Deze uitsluitingsgrond is echter niet door de gemeente van toepassing verklaard op onderhavige aanbestedingsprocedure. Er is slechts één uitsluitingsgrond van toepassing verklaard, namelijk degene die is opgenomen in artikel 2.87 lid 1 sub f AW, verstoring van de mededinging, maar daar zien de stellingen van Liemers niet op. Blijkens artikel 2.87 lid 2 onder c AW betrekt een aanbestedende dienst bij de toepassing van deze uitsluitingsgrond uitsluitend beschikkingen als bedoeld in artikel 4.7 lid 1, onder c en d, AW, die in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag onherroepelijk zijn geworden. Liemers heeft niet gesteld dat er een dergelijke beschikking bestaat, nog daargelaten dat het nog de vraag is of overtreding wel automatisch tot uitsluiting moet leiden.
4.10.
Een en ander leidt tot de conclusie dat er geen grond is voor toewijzing van de vordering, die ziet op uitsluiting van de inschrijving van NTP.
Voor zover er al sprake zou zijn van schending van het level playing field beginsel – wat is deze procedure niet aannemelijk is geworden – zou dat er wellicht toe moeten leiden dat de opdracht opnieuw moet worden aanbesteed, maar dat heeft Liemers niet gevorderd.
4.11.
Liemers heeft voorts nog aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat NTP in strijd met de APV asfaltboringen heeft laten verrichten, omdat zij de daarvoor vereiste vergunning niet had. Wat daar ook van zij, dient de vraag of daar nog gevolgen aan moeten worden verbonden, en zo ja welke, te worden beantwoord in een eventueel te bewandelen bestuursrechtelijk traject. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, leidt het in ieder geval niet tot uitsluiting van NTP van de aanbestedingsprocedure.
4.12.
Het voorgaande in acht genomen brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de vorderingen moeten worden afgewezen. Een belangenafweging maakt het oordeel niet anders.
Proceskosten
4.13.
Liemers is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van de gemeente betalen. Deze begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
4.14.
Liemers is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van NTP betalen. Deze worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00
4.15.
De door de gemeente gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
In het incident
5.1.
staat NTP toe als tussenkomende partij in het geding tussen Liemers en de gemeente,
5.2.
veroordeelt Liemers en de gemeente in de proceskosten in het incident begroot op nihil,
In de hoofdzaak
5.3.
wijst de vorderingen van Liemers af,
5.4.
veroordeelt Liemers in de proceskosten van de gemeente van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Liemers niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Liemers in de proceskosten van NTP van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Liemers niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt Liemers tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten van de gemeente als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.