ECLI:NL:RBGEL:2026:5804
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen executie vaststellingsovereenkomst in huurgeschil
In deze zaak vordert huurster schorsing van de executie en uitstel van ontruiming van haar woning. Zij verzet zich op grond van artikel 438 Rv Pro tegen de executie van een vaststellingsovereenkomst die in een proces-verbaal van een rechtszitting is vastgelegd. De kantonrechter past het toetsingskader toe uit het arrest De Zeester en het arrest Ritzen/Hoekstra van de Hoge Raad.
De vaststellingsovereenkomst is een executoriale titel en partijen hebben beoogd hiermee definitief een einde te maken aan hun procedure. De kantonrechter oordeelt dat inhoudelijke bezwaren tegen de vaststellingsovereenkomst niet meer kunnen worden aangevoerd, tenzij sprake is van misbruik van executiebevoegdheid. Huurster heeft geen argumenten aangevoerd die wijzen op een juridische of feitelijke misslag of op nieuwe feiten die een noodtoestand veroorzaken.
Huurster is bovendien in gebreke gebleven met het nakomen van haar verplichtingen, waaronder het te laat betalen van huur en aflossingen, wat al eerder tot ontruiming heeft geleid. De kantonrechter concludeert dat de vaststellingsovereenkomst onverkort geldt en wijst de vordering af. Huurster wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzet van huurster tegen de executie van de vaststellingsovereenkomst wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.