Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.De standpunten
3.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
4.De beoordeling van de civiele vordering
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde;
Rechtbank Gelderland
Op 17 oktober 2024 deed de aangever aangifte dat verdachte met zijn tractor op hem was ingereden, waardoor hij moest wegspringen. Getuigenverklaringen van familieleden van de aangever bevestigden dit, maar werden door de rechtbank met voorzichtigheid beoordeeld vanwege mogelijke beïnvloeding en de nauwe familieband.
Camerabeelden van het incident toonden geen afwijkende stuurbewegingen van de tractor, wat in tegenspraak was met de verklaringen. Verdachte ontkende de beschuldiging en verklaarde de aangever niet te hebben gezien en niet in de berm te zijn gereden.
De rechtbank achtte het voorstelbaar dat de familie de situatie als bedreigend ervoer, maar vond het bewijs onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Daarom sprak zij verdachte vrij van bedreiging.
De civiele vordering tot schadevergoeding van de aangever werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de strafrechtelijke bewezenverklaring ontbrak.
De uitspraak werd gedaan door drie rechters, waarbij één rechter niet kon medeondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging wegens onvoldoende overtuigend bewijs.