ECLI:NL:RBGEL:2026:5826

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
ARN 26/2924
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke maatwerkvoorziening WMO

Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Zij stelde dat zij een spoedeisend belang had omdat de toegewezen locatie voor kortdurend verblijf niet geschikt was en zij daardoor ernstig ontregeld raakte. Sinds 10 februari 2026 verbleef zij bij haar vader, maar deze situatie was niet houdbaar.

De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Uit een e-mail van de gemachtigde van verzoekster bleek dat zij per 3 juli 2026 was geplaatst in het door haar gewenste kort verblijf huis van een stichting in een andere vestigingsplaats. Hierdoor was het spoedeisend belang komen te vervallen.

Op grond hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat het verzoek kennelijk ongegrond was. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/2924

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekster], uit [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van een aanvraag voor een tijdelijke maatwerkvoorziening. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend. Daarnaast heeft verzoekster aanvullende stukken ter onderbouwing van haar verzoek ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.
3.1.
Verzoekster stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Er is een WMO-beschikking afgegeven voor kortdurend verblijf, maar de toegewezen locatie is niet geschikt voor verzoekster. Zij raakt hierdoor ernstig ontregeld. Verzoekster verblijft sinds 10 februari 2026 bij haar vader, maar deze situatie is niet houdbaar. Het is noodzakelijk dat verzoekster op korte termijn wordt geplaatst op een voor haar geschikte plek, zoals in het kort verblijf huis van de [stichting] in [vestigingsplaats] .
3.2.
Uit het e-mailbericht van 6 juli 2026 van de gemachtigde van verzoekster is de voorzieningenrechter gebleken dat verzoekster per 3 juli 2026 is geplaatst in het kort verblijf huis van de [stichting] in [vestigingsplaats] . Nu de door verzoekster gewenste plaatsing heeft plaatsgevonden, is er geen sprake meer van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Conclusie en gevolgen

4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.