ECLI:NL:RBGEL:2026:5826
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tijdelijke maatwerkvoorziening WMO
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Zij stelde dat zij een spoedeisend belang had omdat de toegewezen locatie voor kortdurend verblijf niet geschikt was en zij daardoor ernstig ontregeld raakte. Sinds 10 februari 2026 verbleef zij bij haar vader, maar deze situatie was niet houdbaar.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake was van onverwijlde spoed die een voorlopige voorziening rechtvaardigde. Uit een e-mail van de gemachtigde van verzoekster bleek dat zij per 3 juli 2026 was geplaatst in het door haar gewenste kort verblijf huis van een stichting in een andere vestigingsplaats. Hierdoor was het spoedeisend belang komen te vervallen.
Op grond hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting omdat het verzoek kennelijk ongegrond was. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.