Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2.1. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Met het besluit van 5 juni 2026 heeft het college het besluit van 6 maart 2026 (de voorzieningenrechter begrijpt dat bedoeld wordt: het besluit van 24 februari 2026) ingetrokken. Daarmee houdt verzoeker tot en met 31 december 2026 de maatwerkvoorziening ‘Begeleiding Individueel Extra’.
2.2. Verzoeker heeft desgevraagd aangegeven geen reden te zien het verzoek om voorlopige voorziening in te trekken, omdat er geen uitvoering wordt gegeven aan de gegeven aan de toegekende begeleiding.
2.3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Omdat verzoeker tot en met 31 december 2026 een maatwerkvoorziening is toegekend is er geen spoedeisend belang. Dat daar geen uitvoering aan wordt gegeven, maakt dat – wat daar ook van zij – niet anders nu de voorzieningenrechter niet gaat over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de toegekende voorziening. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.