Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
Colloseum en/of de Basilica en/of de Regenboog en/of de Ceintuurbaan en/of de Nieuw Aamsestraat en/of de A325 en/of de Nijmeegseweg, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW94) en/of terwijl een of meerdere politievoertuigen hem, verdachte, met gebruikmaking van optische en geluidssignalen (achter)volgden, een of meerdere malen tijdens het rijden lachgas heeft gebruikt door een ballon te vullen met lachgas en/of die ballon in zijn mond te stoppen/aan zijn mond te houden en/of in strijd met artikel 83 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV90) niet is gestopt voor een stopteken dat was gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden ‘stop’ of ‘stop politie’ en/of (tijdens die achtervolging) voortdurend/telkens heeft gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid, in elk geval telkens/voortdurend met een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, immers heeft hij gereden met snelheden oplopend tot (ongeveer) 180 kilometer per uur en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 43, derde lid RVV90 anders dan in een noodgeval, heeft gereden over/op, althans gebruik heeft gemaakt van, de vluchtstrook en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 76 RVV90 een doorgetrokken streep
heeft overschreden en/of een of meerdere malen over de redresseerstrook heeft gereden en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 11 RVV90 weggebruikers rechts, in plaats van links, heeft ingehaald en/of een of meerdere malen tegen de verkeersrichting in en/of op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 3, eerste lid RVV90 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 10 RVV90 niet over de rijbaan, maar door/over de (midden)berm, heeft gereden en/of een of meerdere malen zeer dicht achter een voor hem rijdend voertuig heeft gereden en/of (daarbij) (aldus) in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of een of meerdere malen slingerende (stuur)bewegingen heeft gemaakt en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 62 jo Pro. 68, eerste lid onder c RVV90 geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 62 jo Pro. 78, tweede lid RVV90 niet de verplichte rijrichting heeft gevolgd, waardoor overige weggebruikers remden en/of uitweken om een aanrijding met verdachte te voorkomen en/of over een of meerdere paaltjes is gereden en/of een of meerdere malen in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en
waarover deze vrij was, immers is hij tijdens het inhalen gebotst tegen een of meerdere voertuigen, althans met die voertuigen in aanrijding gekomen en/of is hij achterop een of meerdere, langzaam voor hem rijdende, voertuigen gebotst, althans met die voertuigen in aanrijding gekomen, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
feit 4hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Elst, althans in Nederland, op de Ceintuurbaan, op of omstreeks 3 november 2024 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander ( [aangever 1] ) letsel en/of schade was toegebracht;
‘terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW94)’zoals ten laste gelegd onder feit 1 en feit 2, en onder feit 3, nu niet kan worden bewezen dat verdachte tijdens het rijden in een dergelijke toestand verkeerde. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte tijdens het rijden een ballon heeft gevuld, waardoor verdachte van dit deel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft ten slotte ten aanzien van feit 2 betoogd dat niet iedere gedraging, zoals opgesomd in de tenlastelegging, kan worden aangemerkt als het in ernstige mate schenden van verkeersregels waardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Verdachte dient om die reden van die gedragingen te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 4 en 5 heeft de raadsvrouw betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onderdeel “letsel” in de tenlastelegging, nu uit het dossier niet blijkt dat [aangever 1] of [aangever 2] letsel heeft opgelopen. Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks3 november 2024 in de provincie Zuid-Holland en
/ofGelderland, in
de gemeente Papendrecht en/ofde gemeente Sliedrecht
en/of de gemeente Hardinxveld-Giessendamen/
ofde gemeente Gorinchem en
/ofde gemeente West Betuwe
en/of de gemeente Tielen
/ofde gemeente Neder-Betuwe en
/ofde gemeente Overbetuwe en
/ofde gemeente Arnhem, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig
(personenauto),daarmee rijdende op de weg, de A15 en
/ofde N839 en
/ofde Karstraat en
/ofde Dikelsestraat en
/ofde Kattenlegerstraat en
/ofde Bemmelseweg en
/ofde Industrieweg Oost en
/ofde
Colloseum en
/ofde Basilica en
/ofde Regenboog en
/ofde Ceintuurbaan en
/ofde Nieuw Aamsestraat en
/ofde A325 en
/ofde Nijmeegseweg, roekeloos
, althans zeer dan wel aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaamheeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW94) en
/ofterwijl
een ofmeerdere politievoertuigen hem, verdachte, met gebruikmaking van optische en geluidssignalen (achter)volgden,
een ofmeerdere malen tijdens het rijden lachgas heeft gebruikt door een ballon
te vullenmet lachgas
en/of die ballonin zijn mond te stoppen/aan zijn mond te houden en
/ofin strijd met artikel 83 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV90) niet is gestopt voor een stopteken dat was gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden ‘stop’ of ‘stop politie’ en
/of(tijdens die achtervolging)
voortdurend/telkens heeft gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid, in elk geval telkens
/voortdurendmet een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, immers heeft hij gereden met snelheden oplopend tot (ongeveer) 180 kilometer per uur en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 43, derde lid RVV90 anders dan in een noodgeval, heeft gereden over/op, althans gebruik heeft gemaakt van, de vluchtstrook en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 76 RVV90 een doorgetrokken streep heeft overschreden en
/of een ofmeerdere malen over de redresseerstrook heeft gereden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 11 RVV90 weggebruikers rechts, in plaats van links, heeft ingehaald en
/of een ofmeerdere malen tegen de verkeersrichting in en
/ofop de weghelft voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 3, eerste lid RVV90 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 10 RVV90 niet over de rijbaan, maar door/over de (midden)berm, heeft gereden en
/of een ofmeerdere malen zeer dicht achter een voor hem rijdend voertuig heeft gereden en
/of(daarbij) (aldus) in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en
/of een ofmeerdere malen slingerende (stuur)bewegingen heeft gemaakt en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 62 jo Pro. 68, eerste lid onder c RVV90 geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden, en
/of een of meerdere malenin strijd met artikel 62 jo Pro. 78, tweede lid RVV90 niet de verplichte rijrichting heeft gevolgd, waardoor overige weggebruikers remden en
/ofuitweken om een aanrijding met verdachte te voorkomen en/
ofover
een ofmeerdere paaltjes is gereden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij tijdens het inhalen gebotst tegen
een ofmeerdere voertuigen,
althans met die voertuigen in aanrijding gekomenen
/ofrijdende over de Nijmeegseweg, terwijl er sprake was van druk verkeer en
/ofop beide rijstroken meerdere (langzaam rijdende) voertuigen reden, zeer dicht/kort langs
een ofmeerdere voertuigen is gereden (teneinde deze in te halen/te passeren)
en/of met een abrupte/scherpe stuurbeweging van rijstrook heeft gewisseld en/of (daarbij) in strijd met artikel 11 RVV90 een voertuig rechts, in plaats van links, heeft ingehaalden/
of(vervolgens) in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij, met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur,
in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,namelijk met een snelheid van (ongeveer) 64 kilometer per uur, (achterop) een voertuig (personenauto, Opel Corsa) gebotst, althans met dat voertuig in aanrijding gekomen en
/of(vervolgens), met een hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur,
in elk geval met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was,namelijk met een snelheid van (ongeveer) 56 kilometer per uur, (achterop) een voertuig (personenauto, Ford Ka) gebotst, althans met dat voertuig in aanrijding gekomen, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [aangever 3] )
zwaar lichamelijk letsel ofzodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
of omstreeks3 november 2024 in de provincie Zuid-Holland en
/ofGelderland, in
de gemeente Papendrecht en/ofde gemeente Sliedrecht
en/of de gemeente Hardinxveld-Giessendamen
/ofde gemeente Gorinchem en
/ofde gemeente West Betuwe en
/of de gemeente Tielen
/ofde gemeente Neder-Betuwe en
/ofde gemeente Overbetuwe en
/ofde gemeente Arnhem, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig
(personenauto), daarmee rijdende op de weg, de A15 en
/ofde N839 en
/ofde Karstraat en
/ofde Dikelsestraat en
/ofde Kattenlegerstraat en
/ofde Bemmelseweg en
/ofde Industrieweg Oost en
/ofde
Colloseum en
/ofde Basilica en
/ofde Regenboog en
/ofde Ceintuurbaan en
/ofde Nieuw Aamsestraat en
/ofde A325 en/
ofde Nijmeegseweg, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW94) en
/ofterwijl
een ofmeerdere politievoertuigen hem, verdachte, met gebruikmaking van optische en geluidssignalen (achter)volgden,
een ofmeerdere malen tijdens het rijden lachgas heeft gebruikt door een ballon
te vullenmet lachgas
en/of die ballonin zijn mond te stoppen/aan zijn mond te houden en
/ofin strijd met artikel 83 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV90) niet is gestopt voor een stopteken dat was gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden ‘stop’ of ‘stop politie’ en
/of(tijdens die achtervolging)
voortdurend/telkens heeft gereden met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid, in elk geval telkens
/voortdurendmet een aanzienlijk hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, immers heeft hij gereden met snelheden oplopend tot (ongeveer) 180 kilometer per uur en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 43, derde lid RVV90 anders dan in een noodgeval, heeft gereden over/op, althans gebruik heeft gemaakt van, de vluchtstrook en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 76 RVV90 een doorgetrokken streep
heeft overschreden en
/of een ofmeerdere malen over de redresseerstrook heeft gereden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 11 RVV90 weggebruikers rechts, in plaats van links, heeft ingehaald en
/ofeen of meerdere malen tegen de verkeersrichting in en/of op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 3, eerste lid RVV90 niet aan zijn, verdachtes, verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 10 RVV90 niet over de rijbaan, maar door/over de (midden)berm, heeft gereden en
/of een ofmeerdere malen zeer dicht achter een voor hem rijdend voertuig heeft gereden en
/of(daarbij) (aldus) in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/
of een ofmeerdere malen slingerende (stuur)bewegingen heeft gemaakt en
/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 62 jo Pro. 68, eerste lid onder c RVV90 geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is hij niet gestopt voor een voor zijn rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, maar is hij doorgereden en
/of een of meerdere malenin strijd met artikel 62 jo Pro. 78, tweede lid RVV90 niet de verplichte rijrichting heeft gevolgd, waardoor overige weggebruikers remden en
/ofuitweken om een aanrijding met verdachte te voorkomen en
/of over een of meerdere paaltjes is gereden en/of een ofmeerdere malen in strijd met artikel 19 RVV90 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en
waarover deze vrij was, immers is hij tijdens het inhalen gebotst tegen
een ofmeerdere voertuigen, althans met die voertuigen in aanrijding gekomen en
/ofis hij achterop
een ofmeerdere, langzaam voor hem rijdende, voertuigen gebotst, althans met die voertuigen in aanrijding gekomen, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
(een)ander
(en
)te duchten was;
of omstreeks3 november 2024 in de provincie Zuid-Holland en
/ofGelderland, in
de gemeente Papendrecht en/ofde gemeente Sliedrecht
en/of de gemeente Hardinxveld-Giessendamen
/ofde gemeente Gorinchem en
/ofde gemeente West Betuwe
en/of de gemeente Tielen
/ofde gemeente Neder-Betuwe en
/ofde gemeente Overbetuwe en
/ofde gemeente Arnhem, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig,
(personenauto),dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een stof, te weten lachgas, waarvan hij wist
of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan
- al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof -de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
al dan nietals bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Elst,
althans in Nederland,op de Ceintuurbaan, op
of omstreeks3 november 2024, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [aangever 1] )
letsel en/ofschade was toegebracht;
al dan nietals bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden
in Arnhem, althans in Nederland op de A325, op
of omstreeks3 november 2024 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [aangever 2] )
letsel en/ofschade was toegebracht;
feit 6
of omstreeks3 november 2024 in de provincie Zuid-Holland en
/ofGelderland, in
de gemeente Papendrecht en/ofde gemeente Sliedrecht
en/of de gemeente Hardinxveld-Giessendamen
/ofde gemeente Gorinchem en
/ofde gemeente West Betuwe
en/of de gemeente Tielen
/ofde gemeente Neder-Betuwe en
/ofde gemeente Overbetuwe en
/ofde gemeente Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 4211,3 gram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel
8.De beoordeling van de civiele vorderingen
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
15 maanden;
- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 5 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte in verband met feit 1 en 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 5] van € 658,07 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [aangever 5] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 92,96;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 5] , een bedrag te betalen van € 658,07 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 6 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 2] , een bedrag te betalen van € 1.153,06 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 november 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 11 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;