ECLI:NL:RBGEL:2026:5864

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
AWB - 25_1668
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.5 lid 3 Wmo 2015Art. 3.1 Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Doetinchem 2024Art. 3.2 Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Doetinchem 2024Art. 3.5 Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Doetinchem 2024Art. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag maatwerkvoorziening dagbesteding Aura Care terecht

Eiser diende een aanvraag in voor een maatwerkvoorziening dagbesteding bij Aura Care op grond van de Wmo 2015, welke door het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem werd afgewezen. Eiser voerde aan dat het college onzorgvuldig had besloten en onvoldoende rekening had gehouden met zijn fysieke en geestelijke beperkingen, waaronder de gevolgen van een CVA, waardoor hij niet zelfstandig sociale contacten kan onderhouden.

De rechtbank stelde vast dat het college de aanvraag zorgvuldig had beoordeeld aan de hand van de Wmo 2015 en de gemeentelijke verordening. Het college concludeerde dat eiser voldoende sociale contacten heeft, gebruik kan maken van algemene voorzieningen zoals de Stadskamer en buurtcoach, en zelf initiatief toont in sociale activiteiten. De stellingen van eiser over ongeschiktheid van deze voorzieningen en zijn beperkingen werden niet voldoende onderbouwd.

De rechtbank verwierp het beroep en oordeelde dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. De besluitvorming was niet onzorgvuldig en het college had voldoende gemotiveerd waarom dagbesteding bij Aura Care niet noodzakelijk was. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. van Schagen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag dagbesteding bij Aura Care.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1668

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. K. Wevers),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem, het college
(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een maatwerkvoorziening voor Begeleiding Groep (dagbesteding), specifiek bij Aura Care, op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag van eiser terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van dagbesteding, specifiek bij Aura Care. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 maart 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting
. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiser heeft op 24 november 2023 een melding gedaan bij Buurtplein Doetinchem voor begeleiding en dagbesteding met daarbij de wens om hulp in te kopen bij Aura Care. Op 11 januari 2024 hebben Wmo-consulenten van Buurtplein Doetinchem een huisbezoek afgelegd bij eiser en met hem en zijn vrouw een gesprek gehad. De informatie die hieruit en uit een eerder onderzoek van 8 februari 2022 is verkregen, is neergelegd in een ondersteuningsplan van 17 januari 2024. Eiser heeft zijn aanvraag om Begeleiding Groep (dagbesteding), specifiek bij Aura Care, ingediend op 9 februari 2024.
3.1.
Hierna is het procesverloop gevolgd zoals vermeld onder 2. Het college heeft de aanvraag van eiser afgewezen, omdat eiser niet beperkt is in zijn participatie. Hij heeft al behoorlijk veel sociale contacten en is in staat om die zelf aan te gaan. Eiser kan gebruik maken van de Stadskamer om anderen te ontmoeten en een daginvulling te hebben, eventueel samen met zijn Turkse buurman. Als de drempel daarvoor te hoog is, kan hij een beroep doen op de buurtcoach. Ook heeft eiser een rijbewijs en kan hij gebruik maken van zijn fiets om buitenshuis mensen te ontmoeten. Daarnaast kan hij bijvoorbeeld aansluiting zoeken bij een vereniging.
Heeft het college de aanvraag van eiser onzorgvuldig voorbereid en onterecht afgewezen?
4. Eiser voert aan dat het college de besluitvorming onzorgvuldig heeft voorbereid en zijn aanvraag onterecht heeft afgewezen. Volgens eiser is de besluitvorming onzorgvuldig voorbereid, omdat voorbij is gegaan aan de signalering van de huisarts dat eiser, door een combinatie van zijn fysieke en geestelijke klachten, niet zelfstandig tot participatie komt. Eiser kan, zonder professionele ondersteuning, geen duurzame nieuwe sociale relaties opbouwen. Dat blijkt ook uit de langdurige stagnatie sinds 2022. Eiser heeft nog steeds last van de gevolgen van zijn CVA. Hij is overgevoelig voor prikkels en gaat hierdoor sociale contacten uit de weg. De conclusie van het college dat eiser geen beperkingen heeft in het aangaan van sociale contacten is daarom onjuist en ontoereikend gemotiveerd. Een algemene voorziening als de Stadskamer is te druk, terwijl Aura Care samen met de cliënt de grootte van de groep kan afstemmen. Ook Aura Care heeft aangegeven dat eiser niet op eigen initiatief sociale activiteiten onderneemt. Aura Care werkt actief aan het laten participeren van hun cliënten en het structureel gebruik maken van de dagbesteding, terwijl bij de Stadskamer niet actief begeleiding wordt gegeven. Eiser heeft de Stadskamer geprobeerd, maar de inhoudelijke activiteiten en de deelnemers spraken hem niet aan. Aura Care start activiteiten naar de voorkeur van cliënten op zodat eiser ook een reden heeft om te komen. Met de persoonlijke voorkeuren van eiser, waaronder de wens om onder culturele gelijkgestemden te komen, moet rekening gehouden worden. Dat is hem op eigen initiatief niet gelukt. Uit niets blijkt dat concreet is onderzocht of de Stadskamer passend is voor eiser, of dat hij hier actief naar toe zal gaan zonder verder aansturen en of dit, gelet op de gevolgen van de CVA, passend is. Verder zijn maatjesprojecten vrijblijvend en missen die de structuur en prikkelarme omgeving, die noodzakelijk zijn gelet op eisers beperkingen. Tot slot is niet helder waaraan het college toetst; wanneer wel dagbesteding wordt toegekend en wanneer niet, waardoor ongelijke behandeling een actueel probleem is in de gemeente.
4.1.
Dat het niet helder zou zijn waaraan het college toetst, volgt de rechtbank niet. Uit de inhoudelijke overwegingen van het college volgt dat het college, conform artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 en de artikelen 3.1 en 3.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Doetinchem 2024 (de Verordening), heeft beoordeeld of een maatwerkvoorziening in de vorm van dagbesteding, specifiek bij Aura Care, nodig is vanwege beperkingen in de participatie die eiser zou ondervinden of dat hij op eigen kracht, met hulp van anderen of met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen zijn beperkingen kan verminderen of wegnemen. Verder heeft het college in het bestreden besluit toegelicht dat Begeleiding Groep een vorm van dagbesteding is en dat die indicatie kan worden toegekend als iemand weinig tot geen sociale contacten heeft. In artikel 3.5 van de Verordening staat nader toegelicht wat Ondersteuning groep (dagbesteding) inhoudt. Daarmee is voldoende helder wanneer het college wel dagbesteding toekent en wanneer niet. Dat sprake is van ongelijke behandeling volgt daaruit dus niet, laat staan dat dit door eiser nader is geconcretiseerd of onderbouwd.
4.2.
Dat de besluitvorming onzorgvuldig zou zijn voorbereid volgt de rechtbank ook niet. Een signalering van de huisarts bevindt zich niet bij de stukken noch is deze door eiser ingebracht. Bovendien volgt uit het ondersteuningsplan dat het college rekening heeft gehouden met de lichamelijke en cognitieve problemen van eiser als gevolg van, onder meer, zijn CVA. Daarbij zijn ook een beperkte inspanningstolerantie en het snel overprikkeld zijn genoemd alsook dat eiser beperkingen ervaart in het nemen van initiatief.
4.3.
Dat eiser die beperkingen heeft dan wel ervaart, betekent niet dat het college onvoldoende gemotiveerd dan wel onterecht de aanvraag van eiser heeft afgewezen. De stelling van eiser dat hij niet op eigen initiatief sociale activiteiten onderneemt, wordt niet ondersteund door de stukken. Zo volgt uit het ondersteuningsplan dat eiser, ook na zijn CVA’s, regelmatig naar voetbalwedstrijden gaat en daar soms na afloop wat blijft praten met kennissen. Ook heeft hij wel eens aangesloten bij de gemeenschappelijke ontmoetingsplek van de Alawieten aan de [plaats] , is hij één of twee keer bij de dagbesteding van Aura Care geweest, heeft hij bij de Stadskamer gekeken en spreekt hij met regelmaat met zijn buurman af. Dat er bij de gemeenschappelijke ontmoetingsplek en bij de Stadskamer geen activiteiten worden georganiseerd die eiser leuk vindt en bij de Stadskamer geen mensen waren van zijn cultuur, laat onverlet dat dit laat zien dat eiser hier zelf naar toe is geweest. Eiser heeft zelf ook geen informatie ingebracht waaruit blijkt dat hij beperkingen heeft waardoor hij niet zelf het initiatief kan nemen voor sociale activiteiten. Dat de Stadskamer te druk is en vanwege zijn overprikkeling niet passend zou zijn, is door eiser niet onderbouwd. In bijlage 2 van de Verordening is toegelicht dat de Stadskamer dagbesteding biedt voor onder meer mensen met niet aangeboren hersenletsel en een psychische kwetsbaarheid. Bovendien zou eiser ook af kunnen spreken om op een minder druk moment langs te komen. Verder heeft het college in het ondersteuningsplan er nog op gewezen dat als de drempel hiervoor toch te hoog is, hij een beroep kan doen op de buurtcoach. Dat Aura Care de enige voorziening is waar eiser, rekening houdend met zijn persoonlijke voorkeuren, ook muziek kan maken, tekenen en schilderen, onder mensen van zijn eigen cultuur, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt. Het college heeft bijvoorbeeld nog gewezen op het maatjesproject waarbij eiser gematcht kan worden aan iemand waarmee hij de activiteiten kan gaan doen die hij zo graag wil. Dat dit geen prikkelarme omgeving zou zijn, volgt de rechtbank niet en is door eiser ook verder niet geconcretiseerd. Dat geldt ook voor zijn stelling dat dit structuur mist en te vrijblijvend zou zijn. Daarover kan eiser immers met zijn maatje afspraken maken. Ook heeft het college terecht nog gewezen op de mogelijkheid om aansluiting te zoeken bij een vereniging.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college eisers aanvraag om een maatwerkvoorziening voor Begeleiding Groep (dagbesteding), specifiek bij Aura Care, terecht heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in aanwezigheid van
mr. N. ter Horst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.