ECLI:NL:RBGEL:2026:5880

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
05.272805.25 en 05.156396.26 (gevoegd ttz.)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 45 SrArt. 57 SrArt. 252 SrArt. 287 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling poging tot doodslag en bezit kinderporno met gevangenisstraf en schadevergoeding

Op 11 oktober 2025 heeft verdachte in Tiel het slachtoffer met een mes in het gezicht gestoken, waarbij ernstig letsel is toegebracht dat fataal had kunnen zijn. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.

Daarnaast is vastgesteld dat verdachte in de periode van 5 oktober 2024 tot 14 oktober 2025 in het bezit was van ongeveer 50 afbeeldingen van kinderporno op zijn telefoon. Hoewel niet bewezen is dat verdachte deze afbeeldingen bewust heeft verworven, is wel bewezen dat hij ze in bezit had met (voorwaardelijk) opzet.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf jaar, met aftrek van voorarrest. Tevens wordt aan het slachtoffer een materiële schadevergoeding van €5.754,75 en smartengeld van €18.000 toegekend, vermeerderd met wettelijke rente. Verdachte wordt verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen, met een gijzelingsmogelijkheid bij niet-betaling.

De rechtbank weegt mee dat het slachtoffer een onschuldige partij was die een conflict probeerde te sussen en nu met blijvende littekens en psychische klachten kampt. De ernst van de feiten en het strafblad van verdachte rechtvaardigen een forse straf, maar lager dan de eis van zes jaar. De civiele vordering wordt deels toegewezen en deels niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en bezit van kinderporno, met toekenning van materiële schadevergoeding en smartengeld aan het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.272805.25 en 05.156396.26 (gevoegd ttz.)
Datum uitspraak : 16 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres]
in [woonplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .
Raadsman: mr. W. van Vliet, advocaat in Diemen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Parketnummer 05-272805-25
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot aanpassing omschrijving feiten in de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op 11 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever] van het leven te beroven, die [aangever] met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, in het gezicht heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 11 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, aan een ander, te weten [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, te weten een (snij)wond met doorklieving van de onderliggende spier en/of (blijvend) litteken in het gezicht, door die [aangever] met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, in het gezicht te steken en/of te snijden;
meer subsidiair:
hij op 11 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te
brengen, die [aangever] met een mes, althans een dergelijk scherp voorwerp, in het gezicht heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Parketnummer 05-156396-26
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 14 oktober 2025 te Tiel, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele
strekking waarbij (een) persoon/personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet
had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een telefoon (Apple iPhone XR) (bevattende (ongeveer) 50 afbeeldingen), waarop te zien is dat:
die persoon/personen oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis (afbeelding 3, afbeelding 4, afbeelding 7, afbeelding 8) en/of
de borst(en) van die persoon met een hand wordt/worden aangeraakt (afbeelding 3) en/of
het geslachtsdeel van een ander persoon met een hand wordt/worden aangeraakt door die persoon (afbeelding 4) en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel met de hand aanraakt (afbeelding 2) en/of
die persoon/personen poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon/personen geheel of gedeeltelijk naakt is/zijn en/of gekleed is/zijn en/of
opgemaakt is en/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar/hun leeftijd past/passen en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon/personen en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon/personen in beeld worden gebracht (afbeelding 1, afbeelding 2, afbeelding 5, afbeelding 6, afbeelding 9, afbeelding 10) en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon/personen een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding 1, afbeelding 5).
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder parketnummer 05-272805-25 primair tenlastegelegde poging tot doodslag. Ten aanzien van het feit onder parketnummer 05-156396-26 heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verwerven en bezitten van kinderporno.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder beide parketnummers tenlastegelegde, vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft ten aanzien van parketnummer 05-272805-25 onder meer aangevoerd dat er slechts sprake is van een weinig overtuigende getrapte verklaring als het gaat om de herkenning van verdachte door aangever. Daarnaast is getuige [getuige 1] onbetrouwbaar omdat hij geen onafhankelijke getuige is.
Ten aanzien van parketnummer 05-156396-26 heeft de raadsman aangevoerd dat voldoende aannemelijk is dat verdachte niet heeft geweten dat de afbeeldingen op zijn telefoon aanwezig waren en dat het vereiste opzet om die reden ontbreekt.
De beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05-272805-25
Aangever is op 11 oktober 2025 rond 03.45 uur in Tiel gestoken in zijn gezicht. Hij heeft daardoor flink letsel opgelopen. Als hij enkele centimeters lager was gestoken, was vermoedelijk een slagader in zijn hals geraakt. [2] Het uitwendig letsel betrof een rechte snijwond van oor rechts tot kaak rechts, geschat 15 centimeter in lengte. [3] De onderliggende bindweefsellaag die de spieren omhult, was gescheurd. De spier was ongeveer één centimeter ingesneden. De wond werd gehecht en er was een doof gevoel om de wondranden ontstaan. Het is niet duidelijk of het dove gevoel om de wondranden op termijn zal verdwijnen. Het letsel is matig tot ernstig en er zal een litteken ontstaan. Wanneer de huiddoorklieving zich iets meer naar boven had bevonden, had een slagader geraakt kunnen worden. Als de huiddoorklieving zich onder de kaakrand had bevonden, dan zou er een kans zijn geweest op een doorklieving van de halsader en/of halslagader. Het raken van een slagader of halsslagader zou een levensbedreigende situatie zijn die acuut medische ingrijpen noodzakelijk maakt. [4]
Op die dag rond dat tijdstip was sprake van een conflict waarbij aangever ingreep om het te sussen. [5] Aangever zag vervolgens dat in ieder geval twee mannen, maar het konden er meer zijn, op hem en zijn vrienden af kwamen rennen. Bij één persoon zag hij een op een mes gelijkend voorwerp in zijn handen zitten. Aangever rende daarop een steeg in, waarna van rechts een man kwam tegen wie aangever op liep. Deze persoon had een Marokkaans uiterlijk en greep aangever vast bij zijn trui. Achter die persoon stond een andere man die met zijn linkerarm langs de andere man kwam en met zijn hand naar het gezicht van aangever reikte. Aangever voelde een stomp op zijn rechterkaak. Hij voelde op die plek en het voelde kletsnat. Hij voelde een flinke snee in zijn gezicht en zag een hoop bloed aan zijn hand. Aangever kent de man van gezicht, van snackbar [snackbar] (
de rechtbank begrijpt: [snackbar]) in de Hertogenwijk. Hij heeft een wat steviger postuur en een volle baard en aangever denkt dat ook hij Marokkaans is. [6]
Getuige [getuige 1] hoorde veel geschreeuw en zag dat aangever aan kwam rennen. [7] Getuige [getuige 2] zag dat aangever achterna werd gezeten door een groep, waaronder “ [verdachte] ”. [getuige 2] herkende [verdachte] gelijk naar aanleiding van een paar eerdere confrontaties. [verdachte] heeft een gezet postuur, een donker baardje en is Marokkaans. [8] [getuige 1] liep richting het geschreeuw om te kijken wat er was gebeurd. Hij zag [verdachte] staan, met een bekende van getuige en nog twee Marokkaanse jongens. Hij zag een mes in de hand van [verdachte] . Een paar minuten later werd [getuige 1] via beeldbellen gebeld door aangever. Hij zag toen bij aangever een wond vanuit zijn rechteroor tot aan zijn kin. Aangever zei tegen [getuige 1] dat de jongen die [getuige 1] had gestoken in zijn been, aangever nu te grazen had genomen. [getuige 1] wist toen dat het om [verdachte] ging, want [verdachte] was degene die hem had gestoken. [9] Twee dagen geleden was [getuige 1] met aangever naar [snackbar] geweest en daar zat [verdachte] ook. [getuige 1] hoorde aangever zeggen dat [verdachte] vreemd naar hem keek, waarop [getuige 1] aangever vertelde dat [verdachte] degene is die hem heeft gestoken in zijn been. [verdachte] is een bekende van [getuige 1] , hij heet [verdachte] . [getuige 1] kent hem van de straat. Hij is mollig, heeft een baardje en is Marokkaans. [10]
[getuige 1] stond na het voorval met [verdachte] te praten en hoorde [verdachte] zeggen dat aangever hem een klap op zijn rechteroog had gegeven. [getuige 1] zag een lichte verkleuring en een traanoog bij [verdachte] . [11] In de telefoon van verdachte zijn meerdere foto’s opgeslagen waarop verdachte te zien is met een blauw oog. De ene afbeelding is gemaakt op 12 oktober 2025 om 04:57:00 uur, de andere op 12 oktober 2025 om 04:57:05 uur. [12]
Met betrekking tot de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] overweegt de rechtbank dat zij tot de groep van aangever behoren. De rechtbank is daarom van oordeel dat in beginsel behoedzaam moet worden omgegaan met deze verklaringen. Anderzijds komt uit het dossier het beeld naar voren van een kennelijk al jarenlang spelend conflict in de wijk tussen Molukse en Marokkaanse jongeren, waarbij die groepen doorgaans onderling - zonder de politie in te schakelen - hun conflicten beslechten. Zo heeft getuige [getuige 1] nooit aangifte gedaan van een vermeend steekincident waarbij verdachte hem in zijn been zou hebben gestoken. De rechtbank ziet in het dossier aanleiding om te vermoeden dat ook ten aanzien van het onderhavige incident een aantal betrokken personen uit de wijk, bang of onwillig zijn om te getuigen over of aangifte te doen van strafbare feiten die zijn gepleegd. Dat [getuige 1] en [getuige 2] lichtvaardig vals zouden getuigen lijkt in dat licht niet op voorhand aannemelijk. Daarnaast zijn hun verklaringen gedetailleerd en consistent en vinden deze bovendien steun in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht de verklaringen dan ook betrouwbaar en gebruikt deze voor het bewijs.
Op basis van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] de persoon betreft die aangever in de nacht van 11 oktober 2025 heeft gestoken met een mes en verder dat [verdachte] verdachte betreft. De verklaring van verdachte dat hij op de nacht van het incident thuis was en lag te slapen, is gelet op de hierboven beschreven bewijsmiddelen naar het oordeel van de rechtbank ongeloofwaardig.
Poging tot doodslag
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of voornoemd handelen van verdachte gekwalificeerd kan worden als een poging tot doodslag, dan wel als zware mishandeling of een poging tot zware mishandeling.
Om tot een bewezenverklaring van een poging tot doodslag te kunnen komen is onder meer vereist dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van aangever. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen vaststellen dat verdachte
volopzet heeft gehad op de dood van aangever.
De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte
voorwaardelijkopzet heeft gehad op de dood van aangever. Hiervan is kort gezegd sprake als er een aanmerkelijke kans aanwezig was dat de dood zou intreden en verdachte op dat moment welbewust die kans heeft aanvaard. Of dit zo is, is naar vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte in het gezicht van aangever heeft gestoken. Om vast te kunnen stellen of door deze gedraging de aanmerkelijke kans bestond dat aangever zou komen te overlijden, zijn meerdere factoren van belang, waaronder: de manier waarop en met welke kracht is gestoken/gesneden. Daarbij kan tevens de lengte van het mes van belang zijn.
Het mes waarmee verdachte heeft gestoken, is nooit gevonden. Over de grootte van het mes kunnen dus geen onafhankelijke conclusies worden getrokken.
Uit de letselinterpretatie volgt dat de wond in het gezicht van aangever 15 centimeter lang was en ongeveer een centimeter diep. De wond liep van het rechteroor tot aan de rechterkaak. De bindweefsellaag die de spieren omhult, was doorgesneden en de spier was ingesneden. De rechtbank is van mening dat uit de letselinterpretatie voldoende volgt dat het niet anders kan dan dat verdachte, dan wel met aanzienlijke kracht, dan wel met een zeer scherp mes, heeft gestoken/gesneden. Ook volgt uit de letselinterpretatie dat wanneer de huiddoorklieving zich iets meer naar boven had bevonden, een slagader geraakt had kunnen worden. Als de huiddoorklieving zich onder de kaakrand had bevonden, dan had de kans op een doorklieving van de halsader en/of halslagader bestaan. Het raken van een slagader of halsslagader zou een levensbedreigende situatie zijn die acuut medische ingrijpen noodzakelijk maakt. Uit de verklaring van aangever blijkt verder, over de manier waarop is gestoken/gesneden, dat verdachte achter de andere persoon stond die aangever vasthield en om die persoon heen in het gezicht van aangever heeft gestoken/gesneden.
Het is een feit van algemene bekendheid dat het steken in de richting van het gezicht en/of hals – waar zich vitale slagaders en halsslagaders bevinden – een aanmerkelijke kans op de dood teweegbrengt. De rechtbank concludeert op grond van deze uiterlijke verschijningsvormen van de handeling van verdachte, namelijk het steken in het gezicht van aangever, dicht in de buurt bij de hals en terwijl verdachte om een ander heen reikte zodat hij aangever kon steken, hij de aanmerkelijke kans op de dood van aangever welbewust heeft aanvaard. Dat er uiteindelijk bij aangever geen sprake was van daadwerkelijk (potentieel) dodelijk letsel, maakt dit niet anders. Dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank enkel te danken aan toeval.
De rechtbank acht op grond van het voorgaande dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag (primair).
Parketnummer 05-156396-26
Onder verdachte is bij zijn aanhouding op 14 oktober 2025 een telefoon in beslag genomen van het merk Apple, type XR. De telefoon lag op de slaapkamer van verdachte. [13] Op de telefoon werden 50 afbeeldingen aangetroffen die kinderpornografisch van aard waren. Het betroffen voornamelijk afbeeldingen van jonge meisjes en jongens in de leeftijdscategorie van 5 tot 14 jaar die seksuele handelingen verrichtten bij volwassen mannen of die seksuele handelingen bij zichzelf pleegden of seksuele poses aannamen. Van de 50 afbeeldingen zijn 10 afbeeldingen uitgebreider omschreven en in een toonmap geplaatst. [14]
De afbeeldingen 3, 4, 7 en 8 in de toonmap betreffen:
  • Afbeelding 3: een voorbeeld van vaginale penetratie, waarbij tevens de borst van het meisje wordt aangeraakt door een hand
  • Afbeelding 4: een voorbeeld van orale penetratie, waarbij het meisje de penis van een man vasthoudt
  • Afbeelding 7: een voorbeeld van penetratie, vaginaal of anaal
  • Afbeelding 8: aan voorbeeld van orale penetratie.
De afbeeldingen 1, 2, 5, 6, 9 en 10 in de toonmap betreffen:
  • Afbeelding 1: een voorbeeld van volledig naakt poseren
  • Afbeelding 2: een voorbeeld van volledig naakt poseren waarbij het meisje haar eigen geslachtsdeel aanraakt
  • Afbeelding 5: een voorbeeld van geheel of gedeeltelijk naakt poseren
  • Afbeelding 6: een voorbeeld van volledig naakt poseren
  • Afbeelding 9: een voorbeeld van geheel of gedeeltelijk naakt poseren
  • Afbeelding 10: een voorbeeld van gedeeltelijk naakt poseren in een seksuele pose.
Afbeeldingen 1, 2, 3, 8, 9 en 10 zijn ontvangen op 5 oktober 2024. Afbeelding 7 is ontvangen op 6 december 2024 en afbeelding 6 op 16 mei 2025. Afbeeldingen 4 en 5 zijn ontvangen op 24 januari 2025. [15]
Verdachte heeft verklaard dat hij de enige is die zijn telefoon gebruikt. Hij heeft daarnaast verklaard dat hij wel gelooft dat deze afbeeldingen zijn gevonden op zijn telefoon en hij denkt dat deze er middels Telegram groepen op zijn gekomen. In zo’n groep zitten veel mensen en er worden veel filmpjes en afbeeldingen gedeeld. Verdachte heeft ook verklaard dat als er afbeeldingen van kinderporno in groepen komen hij dat gelijk weg klikt op zijn telefoon. Hij gaat daar niet naar kijken. Hij scrolt het door. Hij wil er niet naar kijken, maar in elke groep zitten wel filmpjes die je niet wilt zien volgens verdachte. [16]
De rechtbank overweegt dat noch op basis van het dossier, noch op basis van het onderzoek ter terechtzitting wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de kinderporno heeft verworven of zich daartoe de toegang heeft verschaft. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.
De rechtbank concludeert dat verdachte de kinderporno wel in zijn bezit had op zijn telefoon. Hij heeft tenslotte zelf verklaard dat hij de afbeeldingen langs zag komen in de Telegram groepen, en dan snel verder scrolde. Hij heeft de afbeeldingen niet verwijderd en heeft de Telegram groepen niet verlaten. Verdachte heeft hiermee bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij deze afbeeldingen in zijn bezit zou hebben. Er is dan ook sprake van (voorwaardelijk) opzet op het bezitten van kinderporno.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte kinderporno in zijn bezit heeft gehad. De eerste afbeeldingen zijn op 5 oktober 2024 terecht gekomen op de telefoon van verdachte en de rechtbank zal de pleegperiode daarom vaststellen van 5 oktober 2024 tot en met 14 oktober 2025.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05-272805-25 (primair)
hij op 11 oktober 2025 te Tiel,
althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk
een ander, te weten[aangever] van het leven te beroven, die [aangever] met een mes
althans een dergelijk schrp voorwerp,in het gezicht heeft gestoken
en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
parketnummer 05-156396-26
hij in
of omstreeksde periode van
1 juli 20245 oktober 2024tot en met 14 oktober 2025 te Tiel,
althans in Nederland, een of meervisuele weergaven van seksuele aard en
/ofmet onmiskenbaar seksuele strekking waarbij
(een) persoon/personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had
(den
)bereikt,
was/waren betrokken
of schijnbaar was/waren betrokken heeft verworven en/ofin bezit heeft gehad
en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten een telefoon (Apple iPhone XR) (bevattende
(ongeveer)50 afbeeldingen), waarop te zien is dat:
die
persoon/personen oraal, vaginaal en/of anaal
wordtwordengepenetreerd met een penis (afbeelding 3, afbeelding 4, afbeelding 7, afbeelding 8) en
/of
de borst
(en)van die persoon met een hand wordt
/wordenaangeraakt (afbeelding 3) en
/of
het geslachtsdeel van een ander persoon met een hand wordt
/wordenaangeraakt door die persoon (afbeelding 4) en
/of
die persoon het eigen geslachtsdeel met de hand aanraakt (afbeelding 2) en
/of
die
persoon/personen poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die
persoon/personen geheel of gedeeltelijk naakt
is/zijn en/of gekleed
is/zijn en/of
opgemaakt
iszijnen/of in een omgeving en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij
zijn/haar/hun leeftijd
past/passen en
/of
- door het camerastandpunt en
/ofde (onnatuurlijke) pose en
/ofde wijze van kleden van die
persoon/personen en
/ofde uitsnede van de foto’s
/filmsnadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die
persoon/personen in beeld worden gebracht (afbeelding 1, afbeelding 2, afbeelding 5, afbeelding 6, afbeelding 9, afbeelding 10) en
/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die
persoon/personen een (stijve) penis wordt gehouden (afbeelding 1, afbeelding 5).
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05-272805-25 (primair)
poging tot doodslag;
parketnummer 05-156396-26
een visuele weergave van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat in het geval de rechtbank tot een veroordeling komt, er maximaal vier jaar gevangenisstraf moet worden opgelegd aan verdachte, op grond van hetgeen rechtbanken in vergelijkbare zaken opleggen. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de LOVS-oriëntatiepunten een richtlijn van zeven maanden gevangenisstraf voor zware mishandeling aanhouden en zes maanden, in combinatie met een eventuele taakstraf, voor het bezitten van kinderporno.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte, waaronder het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij op 15 april 2025 is veroordeeld voor een geweldsfeit en steekwapenbezit.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag. Naar aanleiding van een conflict op straat heeft verdachte het slachtoffer een steeg in gevolgd, een mes getrokken en het slachtoffer in zijn gezicht gestoken. Uit het dossier komt het beeld naar voren dat verdachte het slachtoffer heeft gestoken vanuit wraak. Hij heeft een klap op zijn oog moeten incasseren van het slachtoffer en heeft hierop gereageerd door uit te halen met een mes. Het slachtoffer heeft hier een grote wond in zijn gezicht aan overgehouden, die fataal had kunnen zijn wanneer verdachte iets meer naar boven had gestoken of iets meer onder de kaakrand, waar slagaders en/of halsslagaders zich bevinden. Dat er geen ernstiger letsel is opgetreden – waar het slachtoffer aan had kunnen overlijden – is niet aan verdachte te danken. Het slachtoffer was bovendien een persoon die de ruzie in de buurt kwam sussen en hij had verder niets te maken met het (eerder ontstane) conflict. Hij zal nu moeten leven met de gevolgen van dit feit, zoals ook duidelijk wordt uit zijn indringende slachtofferverklaring. Zo kampt hij onder meer nog altijd met angstgevoelens en de reacties van anderen op zijn litteken. Daarnaast is het niet duidelijk of het ontsierende litteken in zijn gezicht volledig zal herstellen. Verdachte heeft hiermee de gezondheid en de veiligheid van het slachtoffer in gevaar gebracht en gezorgd voor angstgevoelens in de buurt.
Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die seksuele handelingen moeten verrichten of moeten ondergaan ten behoeve van de kinderporno-industrie aanzienlijke lichamelijke en tevens psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen de personen te straffen die kinderporno vervaardigen en verspreiden, maar ook degenen die het materiaal bezitten. Verdachte moet daarom mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van de kinderen die zichtbaar zijn op de afbeeldingen die op zijn telefoon zijn gevonden, omdat hij door die kinderporno te bezitten heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar.
De reclassering geeft in haar rapportages van 16 maart 2026 en 19 juni 2026 aan dat zij het recidiverisico bij verdachte niet kan inschatten en dat verdachte zelf geen noodzaak ziet voor hulpverlening. Verdachte beschikt niet over zinvolle dagbesteding of een inkomen. Daarnaast twijfelt de reclassering over hetgeen verdachte verklaart over zijn middelengebruik. Verder geeft de reclassering aan dat een financiële sanctie zijn bestaande schuldenlast zal vergroten en dat het onduidelijk is in hoeverre hij een taakstraf kan uitvoeren in verband met zijn clusterhoofdpijn. De reclassering adviseert om aan verdachte geen bijzondere voorwaarden op te leggen.
De ernst van de feiten, en dan in het bijzonder de poging tot doodslag mede gelet op het gegeven dat verdachte deze heeft gepleegd ten aanzien van een slachtoffer dat juist een conflict kwam sussen, rechtvaardigt een forse gevangenisstraf. De rechtbank zal echter een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist, op basis van de straffen die in vergelijkbare zaken doorgaans worden opgelegd. De rechtbank zal daarom aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar opleggen, met aftrek van de tijd die hij heeft doorgebracht in voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het feit onder parketnummer 05-272805-25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert
€ 13.269,46 aan materiële schade en (primair) € 50.000 of (subsidiair) € 41.000 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat beide partijen zich laten vertegenwoordigen door hun advocaat en zij zich daarom van een standpunt onthoudt. Wel vordert de officier, in het geval van toewijzing van enig bedrag, toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering omdat deze te laat is ingediend. De vordering is zeer omvangrijk en complex, waardoor deze niet met de vereiste mate van zorgvuldigheid behandeld kan worden.
Subsidiair heeft de raadsman het volgende bepleit. De schadeposten eigen risico 2026, huishoudelijke hulp, vervoer- en parkeerkosten, verlies arbeidsvermogen, toekomstig medisch advies, toekomstige ziektekosten (eigen risico en bindweefselmassage gezicht), toekomstige parkeer- en vervoerskosten en toekomstige schadepost overig (littekencorrectie) moeten worden afgewezen vanwege een te summiere onderbouwing en/of onduidelijkheden in de onderbouwing.
De schadepost abonnement parkeergarage 2026 moet worden afgewezen vanwege het ontbreken van het causaal verband tussen de schade en het schadeveroorzakende feit.
Ten aanzien van het smartengeld heeft de raadsman primair bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat het toe te kennen bedrag sterk gematigd moet worden.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
De benadeelde partij heeft een bedrag van € 13.269,46 aan materiële schade gevorderd. Dit bedrag bestaat uit negen posten, te weten: ziektekosten 2025 en 2026, huishoudelijke hulp, vervoer- en parkeerkosten, verlies van arbeidsvermogen, toekomstig medisch advies, toekomstige ziektekosten, toekomstig verlies van arbeidsvermogen, toekomstige parkeer- en vervoerskosten en toekomstige overige kosten (een mogelijke littekencorrectie).
Ten aanzien van de ziektekosten 2025 en 2026 (€ 663,07), de huishoudelijke hulp (€ 1.056,00), vervoer- en parkeerkosten ten aanzien van de psycholoog (52 kilometer maal
€ 0,33 = € 17,16) en verlies van arbeidsvermogen (€ 490,52) is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd dat de benadeelde deze schade heeft opgelopen door het handelen van verdachte. De rechtbank zal deze delen van de vordering daarom toewijzen.
Ten aanzien van het toekomstige eigen risico (€ 385,00), toekomstige parkeer- en vervoerskosten (€ 200,00) en toekomstig verlies arbeidsvermogen (€ 2.943,00) staat naar het oordeel van de rechtbank voldoende vast dat deze schade nog zal worden geleden in verband met de behandelingen die benadeelde volgens zijn GZ-psycholoog nog dient te volgen. Het is dan ook voorzienbaar dat deze kosten nog zullen worden gemaakt. Deze kosten worden daarom eveneens toegewezen.
Ten aanzien van het toekomstig medisch advies (€ 1.000,00), toekomstige bindweefselmassages (€ 615,00) en toekomstige overige kosten (€ 5.000,00 voor een mogelijke littekencorrectie) is naar het is naar het oordeel van de rechtbank, en in het licht van de betwisting door de verdediging, onvoldoende onderbouwd dat de benadeelde deze schade heeft geleden of nog zal lijden door het handelen van verdachte. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in deze delen van de vordering.
Ten aanzien van de parkeerkosten in Tiel en Amsterdam (€ 811,87) en de kosten voor het parkeerabonnement in Tiel (€ 58,40) is onvoldoende onderbouwd dat er een rechtstreeks verband is tussen het bewezenverklaarde en deze schade. De rechtbank zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in dit deel van de vordering.
De rechtbank zal op grond van het voorgaande aan de benadeelde partij € 5.754,75 aan vergoeding van materiële schade toekennen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog voorleggen aan de burgerlijke rechter.
Smartengeld
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 lid 1 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), onder meer recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen.
De benadeelde partij heeft vergoeding van immateriële schade gevorderd conform de Rotterdamse Schaal (primair € 50.000,00, subsidiair € 41.000,00). Ten aanzien van het primair gevorderde bedrag is onder meer gesteld dat sprake is van cumulatie van twee smartengeldbedragen van deze Schaal, namelijk van het bedrag zoals opgenomen bij 9.2, categorie a, wat inhoudt dat sprake is van “een relatief jonge benadeelde (tieners tot en met begin dertig) bij wie zich een zeer ernstige misvorming en een ernstige psychische reactie voordoet” en van het bedrag zoals opgenomen bij 14.2 categorie b, wat inhoudt dat sprake is van ernstige PTSS. Op basis van de stukken kan de rechtbank niet vaststellen dat bij de benadeelde partij ernstige PTSS is vastgesteld. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding tot cumulatie van deze bedragen. Wel blijkt duidelijk uit de stukken dat sprake is van zowel lichamelijk als psychisch letsel. De benadeelde partij heeft een groot litteken opgelopen en hij staat onder behandeling van een klinisch psycholoog van Kairos in verband met het bewezenverklaarde feit.
Bij het bepalen van de hoogte van de schade houdt de rechtbank rekening met de aard en ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Daarbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op de Rotterdamse Schaal en valt het letsel naar haar oordeel, gelet op wat hierboven is overwogen, onder de categorie ernstige littekenvorming met een aanzienlijke psychische reactie (categorie b in paragraaf 9.2). Alles afwegende acht de rechtbank een bedrag van € 18.000,00 billijk. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
Verdachte is vanaf 11 oktober 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag van € 23.754,75 verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. De toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Proceskosten
Ten aanzien van de vervoerskosten voor het bezoek aan de officier van justitie in Arnhem geldt dat deze kosten (89,2 kilometer maal € 0,33 = € 29, 44) onder proceskosten vallen en dit bedrag van € 29,44 zal de rechtbank daarom toewijzen.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 252 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
  • veroordeelt verdachte in verband met het feit onder parketnummer 05-272805-25 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 29,44;
 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 23.754,75 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 137 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Sno (voorzitter), mr. H.C. Leemreize en mr. L.R. van Damme, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.N. Witteveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.
Mr. L.R. van Damme is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek Duifkruid, onderzoeknummer ON5R025070, gesloten op 12 mei 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte, p. 32.
3.Verzoek medische informatie, p. 54.
4.Forensisch medische letselinterpretatie, p. 64-69.
5.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 82; proces- verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 93
6.Proces-verbaal van aangifte, p. 32-33.
7.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 83.
8.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , p. 93-94.
9.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 83.
10.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 85.
11.Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , p. 83.
12.Proces-verbaal van bevindingen, p. 122-123.
13.Proces-verbaal van bevindingen, p. 136-137.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 143-147.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 144-147.
16.Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 198-201.