ECLI:NL:RBGEL:2026:5881

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
05-080518-22
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:8 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling wegens terugval in drugsgebruik en noodzaak klinische opname

Veroordeelde is bij vonnis van 28 juli 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren, welke door het gerechtshof is teruggebracht tot vijf jaren. Na een eerdere voorwaardelijke invrijheidstelling op 25 juni 2025, is deze op 28 mei 2026 herroepen voor een periode van 180 dagen vanwege terugval in drugsgebruik.

De advocaat van veroordeelde maakte bezwaar tegen deze herroeping en stelde dat de periode van uitstel drastisch verkort zou moeten worden, omdat opname in een behandelkliniek binnen zes weken mogelijk zou zijn. De officier van justitie stelde dat het bezwaar ongegrond moest worden verklaard, omdat alleen een klinische opname veroordeelde een kans biedt om van zijn verslaving af te komen.

De rechtbank oordeelt dat het mislukken van het resocialiseringstraject aan veroordeelde te wijten is en dat het openbaar ministerie in redelijkheid tot de herroeping heeft kunnen besluiten. De rechtbank gaat ervan uit dat zodra een plek in een kliniek beschikbaar is, een nieuw besluit tot voorwaardelijke invrijheidstelling zal worden genomen, ook als de herroepingstermijn nog niet is verstreken.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt ongegrond verklaard vanwege terugval in drugsgebruik en noodzaak klinische opname.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 05-080518-22
v.i. nummer : 89-000029-16
raadkamernummer : 26-016289
datum : 15 juli 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het bezwaar op grond van artikel 6:6:8 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende op het [adres] [woonplaats] ,
thans verblijvende in de penitentiaire inrichting te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
Advocaat: mr. B.J.F. Hofmans, advocaat te Wijchen.

1.Feiten

1.1
De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 28 juli 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren. Bij arrest van 6 februari 2023 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deze straf teruggebracht tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Daarnaast heeft de politierechter betrokkene op 5 januari 2022 veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken. Deze veroordelingen zijn onherroepelijk.
1.2
Op 25 juni 2025 is veroordeelde onder het stellen van voorwaarden in vrijheid gesteld (VI-besluit van 11 juni 2025).
1.3
Op 28 mei 2026 heeft het openbaar ministerie de voorwaardelijke invrijheidstelling herroepen voor een periode van 180 dagen.
1.4
De advocaat heeft namens veroordeelde op 8 juni 2026 bezwaar gemaakt tegen deze beslissing.

2.Procedure

2.1
Het bezwaar tegen de beslissing van het openbaar ministerie is op 8 juni 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
2.2
De raadkamer heeft op 1 juli 2026 het bezwaarschrift ter openbare zitting behandeld, waarbij zijn gehoord:
- veroordeelde;
- de advocaat;
- de officier van justitie mr. M. Rasing.
Namens de reclassering is, met kennisgeving, niemand ter zitting verschenen.

3.De standpunten

De verdediging
3.1
Namens veroordeelde heeft de advocaat aangevoerd dat veroordeelde zich realiseert dat zijn drugsgebruik een probleem is. De reclassering ziet een mogelijkheid tot behandeling en adviseert om een voorwaarde toe te voegen . Het is van belang dat veroordeelde zo spoedig mogelijk een plek krijgt in een behandelkliniek. Tot die tijd is het goed dat hij in detentie verblijft, maar het is niet redelijk om nu te beslissen om de voorwaardelijke invrijheidstelling met een half jaar uit te stellen. Deze periode zou drastisch moeten worden verkort. Een opname binnen zes weken zou mogelijk moeten zijn.
De officier van justitie
3.2
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard. Gelet op alle relevante feiten en omstandigheden en bij afweging van alle betrokken belangen, komt de officier van justitie tot het oordeel dat uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling nodig is omdat veroordeelde opnieuw volledig cocaïneverslaafd is geraakt en alleen een klinische opname veroordeelde een kans biedt om van zijn verslaving af te komen en zodoende te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor de voorwaardelijke invrijheidstelling. De gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is nodig om een plek in een kliniek te kunnen realiseren..

4.Beoordeling

4.1
Uit de reclasseringsadviezen van 9 januari 2026 en 26 mei 2026 blijkt dat veroordeelde verschillende voorwaarden niet heeft nageleefd. Bij Exodus en vervolgens bij forensisch begeleid wonen [locatie] , ontstonden spanningen en was hij moeilijk begeleidbaar. Bij de volgende locatie in Maastricht verliep het aanvankelijk goed, maar betrokkene is steeds meer cocaïne gaan gebruiken waardoor hij uiteindelijk ook hier is weggestuurd. Ook het ambulante behandeltraject is gestagneerd door betrokkenes gedrag, dat goeddeels wordt ingegeven door zijn drugsgebruik. Hij is weer volledig verslaafd geraakt en de reclassering ziet als laatste oplossing alleen nog een klinische opname in een verslaafdenkliniek. Daar is betrokkene het wel mee eens.
4.2
De rechtbank is van oordeel dat het openbaar ministerie bij afweging van de betrokken belangenin redelijkheid tot zijn beslissing tot herroeping heeft kunnen komen. Het mislukken van het resocialiseringstraject is aan hem te wijten. Het is van belang dat voor veroordeelde zo snel mogelijk een plek wordt gevonden in een kliniek voor de behandeling van zijn verslavingsproblematiek. Daar is de reclassering nu mee bezig. Het is niet onredelijk dat veroordeeelde een tijd in detentie verblijft in afwachting daarvan, veroordeelde heeft dat aan zich te wijten.
4.3
De rechtbank gaat er wel van uit dat, zodra een geschikte plek voor klinische opname gevonden is, het openbaar ministerie een nieuw besluit tot voorwaardelijke invrijheidstelling zal nemen (met daarbij de voorwaarde van klinische opname), ook als de zes maanden dan nog niet verstreken zijn.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van G.C.F.J. Derkx, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.