ECLI:NL:RBGEL:2026:5922

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
K/5004/11707656
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 7:962 BWArt. 6:109 BWArt. 6:119 BWArt. 161 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor schade door mishandeling en subrogatie van zorgverzekeraar

Op 24 oktober 2022 mishandelde de gedaagde mevrouw [betrokkene], verzekerde van Zilveren Kruis. De politierechter veroordeelde de gedaagde reeds strafrechtelijk en kende schadevergoeding toe aan de benadeelde partij. Zilveren Kruis vordert nu betaling van de door haar vergoede zorgkosten, incassokosten en wettelijke rente op grond van subrogatie volgens artikel 7:962 BW Pro.

De gedaagde betwist de aansprakelijkheid en voert noodweer aan, maar de kantonrechter oordeelt dat deze niet is komen vast te staan. De mishandeling is onrechtmatig en aan de gedaagde toe te rekenen. De schade is voldoende onderbouwd met een vonnis en specificaties van zorgkosten. Betwisting van de gedaagde over eigen schuld en dubbele vergoeding faalt.

De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente vanaf 18 oktober 2023. Een verzoek tot matiging of betalingsregeling wordt afgewezen. De gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van zorgkosten, incassokosten, rente en proceskosten aan Zilveren Kruis wegens onrechtmatige daad door mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer: 11707656 \ CV EXPL 25-1562
Vonnis van 3 juli 2026
in de zaak van
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
te Leiden,
eisende partij,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,
gemachtigde: P. Clausing, Flanderijn
tegen
[naam gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [de gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.J.R. Roethof.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 augustus 2025
- de spreekaantekeningen van 30 december 2025 van mr. D. de Waard van Flanderijn
- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Daarna is bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
Op 13 juni 2023 is [de gedaagde] door de politierechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, veroordeeld voor onder meer mishandeling van mevrouw [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ) op 24 oktober 2022. De politierechter heeft ook de vordering tot schadevergoeding toegewezen, die [betrokkene] als benadeelde partij in die zaak had ingediend. De rechtbank heeft [de gedaagde] daarom ook veroordeeld tot betaling van € 1.927,64, bestaande uit € 927,64 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade.
2.2.
Zilveren Kruis heeft [de gedaagde] op 22 augustus 2023 het volgende bericht:

(…) Op 24 oktober 2022 was u betrokken bij een mishandeling (…) waarbij onze verzekerde, mevrouw (…) [betrokkene] , gewond is geraakt. (…) De rechter heeft u strafrechtelijk veroordeeld. Wij stellen u volgens artikel 6:162 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) en artikel 7:962 BW Pro aansprakelijk voor het ontstaan van het letsel van onze verzekerde. Dit betekent dat u verantwoordelijk bent voor het betalen van deze ziektekosten. (…) We hebben de ziektekosten vanuit de ziektekostenverzekering van mevrouw (…) [betrokkene] betaald. De schade bedraagt € 630,84. (…) Wanneer u het bedrag niet binnen 30 dagen betaalt, moet u de wettelijke rente betalen. (…)
2.3.
Op 27 september 2023 heeft Zilveren Kruis [de gedaagde] bericht dat zij het bedrag van € 630,84 binnen 21 dagen moest betalen. [de gedaagde] is niet overgegaan tot betaling.

3.Het geschil

3.1.
Zilveren Kruis vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [de gedaagde] tot betaling van € 831,88, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom, vanaf de datum van de dagvaarding tot alles is betaald, met veroordeling van [de gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
Zilveren Kruis legt aan de vordering ten grondslag dat vanwege art. 7:962 BW Pro een vordering die de verzekerde, in dit geval [betrokkene] , op [de gedaagde] zou hebben, overgaat op Zilveren Kruis (subrogatie). De vordering die [betrokkene] , als Zilveren Kruis niet tot vergoeding was overgegaan, op [de gedaagde] zou hebben betreft een vordering uit onrechtmatige daad. [de gedaagde] heeft namelijk door [betrokkene] te mishandelen schade aan/voor [betrokkene] veroorzaakt. Die schade bestaat uit ziektekosten/zorgkosten, te weten huisartsenhulp, keel-, neus- en oorheelkunde en apotheekkosten. In totaal gaat het om € 630,84. Hiernaast moet [de gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten van € 114,50 inclusief btw betalen, omdat Zilveren Kruis [de gedaagde] heeft moeten aanmanen. Tot slot moet [de gedaagde] de wettelijke rente van € 86,54 betalen, omdat [de gedaagde] te laat betaalt, aldus Zilveren Kruis.
3.3.
[de gedaagde] voert verweer. Ze concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Zilveren Kruis, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Zilveren Kruis, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Zilveren Kruis in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Om tot aansprakelijkheid van [de gedaagde] op grond van art. 6:162 BW Pro te komen, moet sprake zijn van een onrechtmatige daad (1), die aan [de gedaagde] kan worden toegerekend (2) moet sprake zijn van schade (3), moet sprake zijn van causaal verband tussen de mishandeling en de schade (4) en van relativiteit (5). [de gedaagde] heeft (vrijwel) al deze eisen betwist. Ze heeft enkel niet betwist dat ze [betrokkene] heeft mishandeld, omdat ze door de politierechter voor de mishandeling is veroordeeld en dat vonnis in kracht van gewijsde is gegaan (art. 161 Rv Pro).
Is sprake van een onrechtmatige daad die aan [de gedaagde] kan worden toegerekend?
4.2.
[de gedaagde] heeft allereerst betwist dat sprake is van een onrechtmatige daad, omdat ze [betrokkene] weliswaar heeft mishandeld, maar sprake is van een rechtvaardigingsgrond, te weten noodweer (art. 41 lid 1 Sr Pro). Deze rechtvaardigingsgrond ontneemt het onrechtmatige karakter aan de mishandeling, aldus [de gedaagde] . De kantonrechter gaat hier niet in mee. In de dagvaarding heeft [de gedaagde] betoogd dat ze door [betrokkene] en vrienden/bekenden van [betrokkene] is vastgepakt en geslagen en dat zij zich daartegen moest verdedigen. Tijdens de mondelinge behandeling is echter gebleken dat dat groepsincident niet op 24 oktober 2022 had plaatsgevonden, maar op een ander, eerder, moment. Op 24 oktober 2022 was er een incident tussen [betrokkene] en [de gedaagde] waarbij, zo vertelde [de gedaagde] , [de gedaagde] een klap heeft gegeven aan [betrokkene] met de vlakke hand, omdat [betrokkene] naar haar wilde uithalen. Dit betekent dat [de gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd dat op 24 oktober 2022 sprake was van een noodzakelijke verdediging van haar lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding. Niet gesteld of gebleken is dat [betrokkene] [de gedaagde] als eerste heeft aangevallen. Er is daarom sprake van een onrechtmatige daad (art. 6:162 lid 2 BW Pro).
4.3.
De kantonrechter is ook van oordeel dat geen sprake was van noodweer-exces (art. 41 lid 2 Sr Pro). Daarvoor moet [de gedaagde] stellen en bij betwisting bewijzen dat bij haar sprake was van een overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging, die het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt. Ook daarvoor is, met de uitleg van [de gedaagde] , onvoldoende gesteld. Dat betekent dat de onrechtmatige daad ook aan [de gedaagde] kan worden toegerekend, namelijk op basis van schuld (art. 6:162 lid 3 BW Pro). Er is geen sprake van een schulduitsluitingsgrond.
Is sprake van schade en causaal verband?
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis voldoende heeft onderbouwd dat [betrokkene] schade heeft geleden. Zilveren Kruis heeft erop gewezen dat de politierechter de vordering van de benadeelde partij ( [betrokkene] ) heeft toegewezen en er dus sprake was van materiële en immateriële schade. Daarnaast heeft Zilveren Kruis een specificatie overgelegd van de bedragen die zij rechtstreeks aan de zorgverleners heeft vergoed. Daarom is de conclusie dat [betrokkene] schade heeft geleden door de mishandeling.
4.5.
Wat [de gedaagde] hierover zegt, doet daar niet aan af. Voor zover [de gedaagde] met haar betoog dat bij [betrokkene] sprake was van eigen schuld aan de schade, opnieuw bedoeld heeft te wijzen op noodweer/noodweer exces, gaat dit betoog niet op. Dat is in het voorgaande al aan de orde gekomen. [de gedaagde] heeft haar betwisting van de schade van [betrokkene] ook onderbouwd door erop te wijzen dat [betrokkene] een paar dagen na 24 oktober 2022 aanwezig was op een feest en er toen geen verwondingen bij haar zichtbaar waren. Deze betwisting heeft zij echter onvoldoende onderbouwd, omdat de foto’s ofwel niet dateren van na 24 oktober 2022, ofwel zo onduidelijk zijn dat de kantonrechter er niets uit kan afleiden.
4.6.
[de gedaagde] heeft verder betoogd dat [betrokkene] niet twee keer dezelfde schade vergoed kan krijgen. Ze oppert dat [betrokkene] dezelfde kosten, via het eigen risico, zelf betaald kan hebben en die (dus) al via het strafproces (toewijzing vordering benadeelde partij) vergoed zijn. Daarnaast betwist ze de redelijkheid van de kosten en het causaal verband. Ook dit maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Zilveren Kruis heeft onderbouwd gesteld dat de zorgkosten op 24 oktober 2022 en kort daarna (31 oktober 2022) gemaakt zijn. [de gedaagde] heeft ook niet uitgelegd wat er volgens haar ongebruikelijk is aan het gaan naar een huisarts na een mishandeling, het vervolgens krijgen van een doorverwijzing naar het ziekenhuis en tot slot het gaan naar een apotheek. De kantonrechter gaat er dus vanuit dat dit allemaal gebeurd is. Dat aan het zien van zorgverleners vervolgens kosten verbonden zijn, is ook niet ongebruikelijk. Zilveren Kruis heeft toegelicht dat de kosten overeen komen met de zorgtarieven die in Nederland worden vastgesteld. Die kunnen dus, zo begrijpt de kantonrechter, in rekening worden gebracht. Tot slot geldt dat [de gedaagde] haar betoog dat de kosten mogelijk al via het strafproces zijn vergoed onvoldoende heeft onderbouwd. Zilveren Kruis heeft duidelijk gemaakt dat deze kosten niet via het strafproces zijn vergoed, omdat Zilveren Kruis zich in dat proces niet had gevoegd. [betrokkene] heeft deze kosten ook niet zelf gedragen, want Zilveren Kruis heeft deze kosten rechtstreeks aan de zorgverleners vergoed. Alle betwistingen van [de gedaagde] zijn dus onvoldoende.
Relativiteit
4.7.
Volgens [de gedaagde] ziet de geschonden norm niet op bescherming van de schade zoals Zilveren Kruis die stelt te hebben geleden. De kantonrechter begrijpt dat [de gedaagde] van mening is dat zij niet verplicht is schadevergoeding te betalen, omdat de norm die zij geschonden heeft (ze heeft iemand mishandeld), niet strekt tot bescherming tegen de schade zoals Zilveren Kruis die heeft geleden (art. 6:163 BW Pro). De kantonrechter gaat hier niet in mee. De wetgever heeft expliciet beoogd om iemand die een onrechtmatige daad pleegt, daarvoor onder bepaalde omstandigheden schadevergoeding te laten betalen. Nu, in plaats van [betrokkene] , Zilveren Kruis de schade heeft geleden (Zilveren Kruis heeft de nota’s van de zorgverleners vergoed), moet [de gedaagde] deze schadevergoeding aan Zilveren Kruis betalen. Dat volgt uit het systeem van de wet omtrent subrogatie. Dat [de gedaagde] , via haar eigen premiebetaling van haar zorgverzekering, vanuit de solidariteitsgedachte, dezelfde schade vergoed heeft is onjuist. Premiebetalers hoeven niet mee te betalen aan zorgkosten die gemaakt worden door strafbare gedragingen. Daarvoor bestaat het regresrecht van onder andere zorgverzekeraars.
Geen matiging en geen betalingsregeling
4.8.
De kantonrechter zal niet overgaan tot matiging op grond van art. 6:109 BW Pro. [de gedaagde] heeft gesteld dat [de gedaagde] jongmeerderjarig is en over onvoldoende financiële middelen beschikt om de schade van Zilveren Kruis te betalen. Dat is onvoldoende om te concluderen dat toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden.
4.9.
[de gedaagde] heeft verzocht om een betalingsregeling. De kantonrechter is niet bevoegd om partijen een betalingsregeling op te leggen. Voor het treffen van een betalingsregeling kan [de gedaagde] zich wenden tot (de gemachtigde van) Zilveren Kruis.
Buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten
4.10.
Zilveren Kruis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat Zilveren Kruis voldoende heeft aangetoond dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht dan wel heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. [de gedaagde] heeft niet betwist dat de aanmaningen door haar zijn ontvangen. Voor de omvang van de vergoeding wordt aangesloten bij de tarieven die zijn geformuleerd in het besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, hoewel dit besluit niet direct van toepassing is. Deze tarieven worden geacht redelijk te zijn. Daarom zal het bedrag van € 114,50, inclusief btw worden toegewezen.
4.11.
De hoofdsom van € 630,84 wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag, vanaf 18 oktober 2023 (21 dagen na 27 september 2023).
4.12.
[de gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
846,14

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 630,84, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 oktober 2023, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [de gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 114,50 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [de gedaagde] in de proceskosten van € 846,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
40141 / 560