Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de akte eiswijziging met productie 16 van [de eiser]
- de conclusie van antwoord met producties A tot en met D van [de gedaagde]
- de producties 17 en 18 van [de eiser]
- de mondelinge behandeling van 17 maart 2026
- de aanhouding ten behoeve van overleg tussen partijen
- het verzoek om vonnis te wijzen van [de eiser] .
2.De feiten
- een woning aan de [adres 1] , kadastraal bekend [kadasterkenmerk woning] ; (hierna: de woning)
- een berging/stal (garage/schuur) met ondergrond, erf en verdere aanhorigheden, gelegen aan de [adres 2] , kadastraal bekend [kadasterkenmerk berging] , althans de percelen met voorlopige grenzen (i) [kadasterkenmerken] , en
- een perceel grasland aan de [adres 2] , kadastraal bekend
3.Het geschil
4.De beoordeling
Anders dan [de gedaagde] meent, heeft [de eiser] daarbij een voldoende spoedeisend belang. Het staat niet alleen vast dat de onroerende zaken haar op basis van de gemaakte verdelingsafspraken toekomen, inmiddels woont zij ook in de woning en voert zij daar ook hij eigen onderneming, waarvoor investeringen noodzakelijk waren en zijn.