ECLI:NL:RBGEL:2026:5968

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/05/465881
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen in geschil over beheer en toegang nalatenschapsgoederen na overlijden erflaatster

Op 24 mei 2025 is de erflaatster overleden, waarbij haar vier kinderen gezamenlijk erfgenamen en executeurs zijn. In het testament is aan één van de erfgenamen een legaat toegekend bestaande uit een schuur en een deel van de grond. Er ontstond een geschil tussen de erfgenamen over toegang tot en beheer van de nalatenschapsgoederen, waaronder de gelegateerde schuur.

In een kort geding vorderden eisers onder meer dat gedaagde sleutels verstrekt, de toegang tot de nalatenschapsgoederen niet blokkeert, geen goederen onttrekt, de mestput niet vult en contactbeperkingen worden opgelegd. Gedaagde vorderde onder meer het exclusieve beheer van bankrekeningen en registergoederen en een verbod voor eisers om de gelegateerde schuren en weiland te betreden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat door de benoeming van een vereffenaar de bevoegdheid van erfgenamen om zonder diens medewerking te beschikken is beperkt. De vorderingen die hiermee in strijd zijn, werden afgewezen. De sleutel van de meterkast moest nog worden verstrekt. Het verbod op onttrekking van nalatenschapsgoederen, inclusief huurpenningen, werd toegewezen. Het vullen van de mestput zonder toestemming werd verboden. Contact tussen gedaagde en één erfgenaam werd beperkt tot schriftelijke communicatie via advocaten of de vereffenaar. De kosten van de procedure werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst deels vorderingen toe en legt contactbeperkingen op, terwijl andere vorderingen worden afgewezen vanwege de benoeming van een vereffenaar.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/465881 / KZ ZA 26-51
Vonnis in kort geding van 15 juli 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: [eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: [eiser 2] ,
3.
[eiser 3],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser 3]
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. D.W.L. Cloots.
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: gedaagde,
advocaat: mr. E.J. Moll.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord met de eis in reconventie
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026
- de pleitnota van eisers met vermeerdering van eis
- de conference call van 19 mei 2026 met de advocaten van partijen, de voorzieningenrechter en de griffier
- het proces-verbaal van de zitting van 13 mei 2026 en de conference call van 19 mei 2026
- de voortzetting van de mondelinge behandeling op 24 juni 2026
- de pleitnota van gedaagde.

2.De feiten

2.1.
Op 24 mei 2025 is mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster) overleden. Eisers en gedaagde zijn haar vier kinderen. Erflaatster heeft haar vier kinderen als gezamenlijke erfgenamen en executeurs benoemd. Tot de nalatenschap behoort onder meer een woonhuis met schuren en landbouwgrond aan de [adres] te [plaats] .
2.2.
In het testament is aan gedaagde een legaat toegekend, bestaande uit een schuur en een gedeelte van de grond aan de [adres] te [plaats] (hierna: de gelegateerde schuur).
2.3.
Partijen hebben bij de mondelinge behandeling van 13 mei 2026 en bij monde van hun advocaten tijdens de conference call van 19 mei 2026 tussenafspraken gemaakt. De afspraken zijn vastgelegd in het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 mei 2026. In het proces-verbaal staat onder andere het volgende:
Op basis van hetgeen ter zitting op 13 mei 2026 is besproken, wordt van partijen, in afwachting van de uitspraken in de bodemprocedure, het volgende verwacht:
(…)
  • [gedaagde] betaalt per maand € 75,00 voor de energie op de ervenrekening.
  • [eiser 1] , [eiser 3] en [eiser 2] mogen op het perceel komen, inclusief het deel waar de pony loopt, maar zoeken [gedaagde] niet op en gaan niet naar de schuur die aan [gedaagde] is gelegateerd. [gedaagde] heeft voorlopig als enige het gebruik van deze schuur. Alle partijen en de (klein)kinderen hebben toegang tot de pony.
(…)
Op 19 mei 2026 is het volgende besproken:
(…)
  • Indien [gedaagde] geen stroom heeft, is het handiger als hij tot de uitspraak in de bodemzaak is gedaan zelf voorziet in de stroomvoorziening, bijvoorbeeld door het blijven huren van een aggregaat. Indien [gedaagde] geen gebruik maakt van de stroomvoorziening, hoeft hij niet het afgesproken bedrag van € 75 p/m te betalen, omdat hij dan verder geen stroom meer gebruikt van het net. Bij de uiteindelijke verdeling zullen ook de kosten in het kader van de afwikkeling van de boedel gedeeld moeten worden.
  • Indien de mestput inderdaad nog niet leeg is, probeert [gedaagde] dit alsnog te regelen. Dit is geen verplichting en indien het niet lukt, wordt dit voor nu zo gelaten in afwachting van de uitspraken in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter constateert wel dat [gedaagde] daarover dan onjuist heeft verklaard tijdens de zitting.
(…)
voorgaande betekent verder het volgende:
(…)
-
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] mogen [gedaagde] niet opzoeken en niet in de buurt van de gelegateerde schuur komen. Ook niet als zij van mening zijn dat de afspraken niet (goed) worden nagekomen. Het contact dient in dat geval schriftelijk dan wel via de advocaten te verlopen.”
2.4.
Bij beschikking van 3 juni 2026 is [vereffenaar] benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
Eisers vorderen - samengevat - na vermeerdering van eis dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Gedaagde veroordeelt om uiterlijk 24 uur na betekening van dit vonnis alle sleutels van de schuren, de meterkast en de achterdeur van het woonhuis aan de [adres] te [plaats] aan eisers te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;
II. Gedaagde verbiedt de toegang tot de schuren, het woonhuis of overige onroerende zaken die tot de nalatenschap behoren op welke wijze dan ook te blokkeren of te belemmeren, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding, met een maximum van € 50.000,00;
III. Gedaagde verbiedt nalatenschapsgoederen te verwijderen, over te dragen of anderszins aan de nalatenschap te onttrekken, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding, met een maximum van € 50.000,00;
IV. Gedaagde gebiedt de mestopslag in de mestput op het perceel [adres] te [plaats] per direct te (doen) staken en gestaakt te houden, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;
V. Gedaagde veroordeelt om uiterlijk 48 uur na betekening van dit vonnis alle door hem geplaatste camera’s en andere bewakingsapparatuur van het perceel aan de [adres] te [plaats] te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van een dwangsom van €500 per dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke blijft, met een maximum van €25.000;
VI. Bepaalt dat de communicatie tussen partijen uitsluitend via hun respectieve advocaten verloopt, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per overtreding;
VII. Gedaagde veroordeelt in de proceskosten;
VIII. Gedaagde verbiedt op enigerlei wijze direct contact te zoeken met eiser [eiser 2] , anders dan schriftelijk via de advocaten van partijen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere overtreding.
3.2.
Gedaagde concludeert tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van eisers in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.4.
Gedaagde vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
Gedaagde machtigt om met uitsluiting van de andere erfgenamen de bankrekening(en) van erflaatster te beheren en ten laste van die bankrekening(en) alle noodzakelijke betalingen uit te voeren,
Gedaagde machtigt om met uitsluiting van de andere erfgenamen contact te onderhouden met de huurders en voor zover nodig de huur te ontvangen/te incasseren,
Gedaagde machtigt om met uitsluiting van de andere erfgenamen de registergoederen (de boerderij/woning, de schuur) te onderhouden en de kosten van het onderhoud te betalen uit de in de nalatenschap aanwezige tegoeden,
Eisers verbiedt om de schuren en het weiland te betreden waarvan in het testament van 30 juni 2020 is bepaald dat deze als legaat aan gedaagde zal worden afgegeven op straffe van een dwangsom van € 500,00 per overtreding van dit verbod,
eisers veroordeelt om binnen 24 uur na het uitspreken van het vonnis, althans binnen 48 uur na betekening van het vonnis, de stroomtoevoer te herstellen naar de schuren en het weiland dat ingevolge het legaat aan gedaagde zullen dan wel zal worden afgegeven, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag dat eisers nalaten aan deze veroordeling gevolg te geven,
eisers verbiedt om de toevoer van water en elektriciteit te verhinderen of te belemmeren ten behoeve van de schuren en het weiland waarvan in het testament van 30 juni 2020 is bepaald dat deze als legaat aan gedaagde zullen worden afgegeven, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per overtreding van dit verbod,
[eiser 2] verbiedt om zich te bevinden in en op en in de nabijheid van de schuren en het weiland waarvan in het testament van 30 juni 2020 is bepaald dat deze als legaat aan gedaagde zullen worden afgegeven en voorts hem verbiedt gedaagde op te zoeken en/of op welke wijze dan ook te benaderen op straffe van een dwangsom van € 500,00 per overtreding van dit verbod,
[eiser 2] en [eiser 1] en [eiser 3] verbiedt zonder toestemming van gedaagde nalatenschapsgoederen te verwijderen, over te dragen of anderszins aan de nalatenschap te onttrekken, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding met een maximum van € 50.000,00,
met veroordeling van eisers in de kosten van de procedure.
3.5.
Eisers voeren verweer. Eisers concluderen tot niet-ontvankelijkheid van gedaagde, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van gedaagde, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat eisers daarbij een spoedeisend belang hebben. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
spoedeisend belang
4.2.
Het spoedeisend belang is over en weer niet betwist en volgt uit het feit dat confrontaties tussen partijen blijven bestaan en partijen duidelijkheid wensen in afwachting van de verdeling van de nalatenschap.
de vorderingen worden geïnterpreteerd met inachtneming van de afspraken die zijn vastgelegd in het proces-verbaal van 13 en 19 mei 2026
4.3.
Partijen hebben over en weer verzocht om de vorderingen te beoordelen met inachtneming van de afspraken die zijn gemaakt op 13 en 19 mei 2026. Per vordering zal dit nader besproken worden. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat geen van partijen met nakoming van de afspraken heeft gevorderd. De afspraken worden daarom alleen in acht genomen voor zover zij zien, of kunnen worden gezien, als afspraken ten aanzien van hetgeen over en weer reeds was gevorderd.
inmiddels is een vereffenaar benoemd
4.4.
Dit betekent dat zowel eisers als gedaagden niet meer bevoegd zijn om zonder medewerking van de vereffenaar (dan wel machtiging van de kantonrechter) over de nalatenschap te beschikken. Partijen dienen daarom de instructies van de vereffenaar op te volgen. Het effect van de benoeming van de vereffenaar zal, indien van toepassing, eveneens bij de beoordeling van de vorderingen besproken worden.
het bezwaar tegen de productie ten aanzien van het mailverkeer met de vereffenaar en gedaagde wordt afgewezen
4.5.
Eisers hebben terecht opgemerkt dat de productie met betrekking tot de communicatie met de vereffenaar buiten de termijn van 24uur voor de zitting is ingediend. Het betreft echter maar een kort bericht waar gedaagde vraagt of de vereffenaar er bezwaar tegen heeft dat het gras gemaaid is. Eisers hebben voldoende op de productie kunnen reageren en de productie is verder niet van bijzonder belang. Eisers zijn daarom niet geschaad in hun mogelijkheid tot verweer. De productie wordt daarom toegelaten.
in conventie
afgifte sleutel
4.6.
Gedaagde heeft in de schikking toegezegd dat hij alle sleutels van de gebouwen die niet toebehoren aan het legaat aan eisers zal verstrekken. Ter zitting is gebleken dat de sleutel van de meterkast nog niet aan eisers is verstrekt. Gedaagde zal daarom veroordeeld worden om die sleutel nog te verstrekken. De dwangsom wordt gematigd en gemaximeerd omdat de vordering voor het overgrote deel is voldaan.
beperken toegang onroerend goed nalatenschap
4.7.
Partijen hebben afgesproken dat tot de nalatenschap is verdeeld alleen gedaagde gebruik maakt van de gelegateerde schuren/grond en alle erfgenamen toegang hebben tot de overige onroerende zaken. Niet is gesteld dat deze afspraken niet worden nagekomen en gedaagde de toegang voor eisers (nog) belemmert. Er is daarom vooralsnog geen belang meer bij de vordering. De vordering onder II wordt daarom afgewezen.
onttrekken nalatenschapsgoederen uit nalatenschap
4.8.
Partijen verwijten elkaar over en weer dat zij nalatenschapsgoederen uit de nalatenschap onttrekken. Partijen betwisten allen dat zij nalatenschapsgoederen hebben onttrokken. Omdat kennelijk wel nalatenschapsgoederen zijn verdwenen, worden de vorderingen die zien op onttrekking uit de nalatenschap in conventie en in reconventie toegewezen. Eisers hebben verzocht om onder deze vordering ook de huurpenningen te verstaan die gedaagde zou ontvangen. De huurpenningen zijn onderdeel van de nalatenschap en mogen daarom niet aan de nalatenschap onttrokken worden en niet door gedaagde persoonlijk worden geïnd. Onder nalatenschapsgoederen zoals bedoeld in de vordering in conventie onder III vallen daarom ook de huurpenningen. Eventueel al geïncasseerde of nog te ontvangen huurpenningen dienen uiteraard afgegeven te worden aan de vereffenaar. Gedaagde betwist overigens dat hij huurpenningen int, maar wat daar ook van zij, de huurpenningen behoren totdat het legaat formeel is uitgekeerd tot de nalatenschap.
mestput
4.9.
Afgesproken is tussen partijen dat gedaagde niet meer zonder toestemming van eisers de mestput mag vullen. Bij de nadere afspraken is afgesproken dat gedaagde de inspanningsverplichting heeft om de mestput te laten legen, maar dat hij daartoe niet verplicht is. Gedaagde mag in ieder geval de mestput niet meer laten vullen. De vordering wordt daarom toegewezen ten aanzien van het vullen van de mestput. Indien gedaagde het noodzakelijk acht om de mestput toch te vullen, dient hij dit af te stemmen met de vereffenaar. Het is uiteindelijk de vereffenaar die daarover beslist.
camera’s
4.10.
Het belang van gedaagde om zijn eigendommen te beschermen weegt zwaarder dan het belang van eisers ten aanzien van de bescherming van hun privacy. Eisers maken geen bijzonder gebruik van de onroerende zaken en komen alleen op het terrein om naar de pony te gaan en om periodiek de stand van de nalatenschapsgoederen die niet tot het legaat behoren te controleren. Gedaagde heeft, en had ook tijdens het leven van moeder, een schuur in actief gebruik met daarin persoonlijke eigendommen. Het belang van gedaagde bij behoud van de camera’s weegt daarom zwaarder. Wel wordt ten overvloede opgemerkt dat gedaagde misbruikt maakt van de bevoegdheid om camera-opnames te maken indien hij deze niet gebruikt ter bescherming van zijn eigendommen maar alleen om eisers in de gaten te houden als zij het deel van het terrein betreden waar zij toegang tot hebben. Het is gedaagde niet toegestaan om deze opnames te verspreiden of te delen, ook niet met eisers. In dat geval maakt gedaagde misbruik van zijn recht.
communicatie
4.11.
Omdat inmiddels een vereffenaar is aangesteld, hoeven partijen in beginsel niet meer direct met elkaar te communiceren over het beheer van de nalatenschapsgoederen en de afhandeling van de nalatenschap. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat het aanstellen van een vereffenaar, gezamenlijk met de vorderingen die worden toegewezen in dit kort geding, ervoor zorgen dat er iets meer rust komt in de communicatie tussen partijen. Het gaat nu te ver om te bepalen dat gedaagde alleen via zijn advocaat contact op mag nemen met eisers, althans met [eiser 3] en met [eiser 1] . Ten aanzien van [eiser 2] geldt het volgende.
beperken communicatie met [eiser 2]
4.12.
Gedaagde en [eiser 2] hebben over en weer een (variatie op een) contactverbod gevorderd. Bij de voortzetting van de mondelinge behandeling bleek ook dat met name gedaagde en [eiser 2] weer een confrontatie hadden gehad. Aangezien kennelijk de grootste wrijving tussen [eiser 2] en gedaagde zit en zij allebei wensen dat het contact wordt beperkt met een veroordeling, zullen beide vorderingen worden toegewezen, zij het dat de vordering in reconventie wordt beperkt zoals daar vermeld en dat het partijen wel wordt toegestaan om schriftelijk via advocaten of de vereffenaar contact met elkaar op te nemen.
4.13.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
4.14.
Gelet op de relatie tussen partijen en het feit dat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
in reconventie
de vorderingen onder i, ii en ii worden afgewezen omdat inmiddels een vereffenaar is aangesteld
4.15.
De vorderingen onder i t/m iii hebben hun betekenis verloren omdat inmiddels een vereffenaar is aangesteld die met uitsluiting van de erfgenamen bevoegd is om de nalatenschapsgoederen te beheren. Ten aanzien van de vordering onder ii geldt dat gedaagde zelf stelt dat hij de schuren niet verhuurt. Het is gedaagde niet toegestaan om zonder instemming van de vereffenaar de schuren te verhuren of in gebruik te geven, ook de gelegateerde schuren niet en gedaagde heeft daarom aanvullend geen recht om enige huurpenning te innen totdat het legaat is uitgekeerd.
beperken toegang onroerende goederen nalatenschap
4.16.
Op grond van dezelfde motivering als in conventie onder 4.7 wordt de vordering in reconventie onder iv afgewezen. Ook ten aanzien van eisers is niet gebleken dat zij zich ten aanzien van deze afspraak niet aan de gemaakte afspraken in het proces-verhaal houden.
de vorderingen ten aanzien van de stroomtoevoer worden afgewezen
4.17.
Eisers betwisten dat zij de stroomtoevoer onklaar hebben gemaakt. Voor toewijzing van de vordering is nader feitenonderzoek nodig omdat gedaagde zijn (blote) stelling niet verder heeft onderbouwd. Voor feitenonderzoek is in kort geding geen plaats. De vorderingen onder v en vi worden daarom afgewezen.
4.18.
Ten overvloede wordt opgemerkt dat gedaagde op 13 mei 2026 heeft toegezegd dat hij € 75,- p/m zou betalen voor het gebruik van elektriciteit. Na het maken van deze afspraken heeft gedaagde zich op het standpunt gesteld dat hij geen elektriciteit kan gebruiken van het net omdat de stroomtoevoer volledig onklaar is gemaakt. Daarom is aanvullend afgesproken dat gedaagde tijdelijk zorg zou dragen voor zijn eigen stroom, bijvoorbeeld doormiddel van een aggregaat. Eisers hebben zich bij de voortzetting van de mondelinge behandeling op het standpunt gesteld dat uit het gebruiksoverzicht op te maken is dat gedaagde wel degelijk op enige wijze gebruik maakt van het net omdat telkens in het weekend een piek te zien is. Indien gedaagde op enige wijze gebruik maakt van het net bij de onroerende zaken dient hij de afspraak dat hij € 75,- per maand (voorschot) betaalt tot de verdeling na te komen. Voor zover dat niet duidelijk is of wordt, zal de vereffenaar op dit onderdeel stappen moeten zetten. Uiteindelijk moet er uiteraard betaald worden wat ten laste van de nalatenschap is verbruikt. Of dat het geval is, kan in dit geding, gezien de tegenspraak door [gedaagde] , niet worden vastgesteld.
het contactverbod ten aanzien van [eiser 2] wordt deels toegewezen
4.19.
Op grond van dezelfde motivering als in conventie onder 4.7 wordt het deel van de vordering dat er op ziet dat [eiser 2] zich niet mag begeven in en rondom de gelegateerde zaken afgewezen. Op grond van dezelfde motivering als in conventie onder 4.12 wordt het deel van de vordering dat het [eiser 2] wordt verboden om gedaagde op te zoeken of om op welke wijze dan ook te benaderen toegewezen. Zekerheidshalve wordt opgemerkt dat hieronder ook wordt verstaand het maken van filmopnamen van gedaagde of het gelegateerde, ook als [eiser 2] ergens staat waar hij volgens de afspraken mag zijn.
onttrekken nalatenschapsgoederen uit nalatenschap
4.20.
De vordering onder viii wordt op grond van dezelfde motivering als in conventie onder 4.8 toegewezen.
4.21.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.
4.22.
Gelet op de relatie tussen partijen en het feit dat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt gedaagde om uiterlijk 24 uur na betekening van dit vonnis de sleutel van de meterkast aan eisers te verstrekken, op dezelfde wijze als de overige sleutels zijn verstrekt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag of dagdeel dat gedaagde hiermee in gebreke blijft tot een maximum van € 2.500,00
5.2.
verbiedt gedaagde nalatenschapsgoederen te verwijderen, over te dragen of anderszins aan de nalatenschap te onttrekken, inclusief huurpenningen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per overtreding met een maximum van € 5.000,00,
5.3.
verbiedt gedaagde de mestopslag in de mestput op het perceel [adres] te [plaats] (verder) te vullen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per overtreding met een maximum van € 5.000,00,
5.4.
verbiedt gedaagde op enigerlei wijze contact te zoeken met [eiser 2] , anders dan schriftelijk via de advocaten van partijen of de vereffenaar, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per overtreding met een maximum van € 5.000,00,
5.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.8.
verbiedt [eiser 2] gedaagde op te zoeken en/of op welke wijze dan ook te benaderen, met uitzondering van schriftelijk via de advocaten of vereffenaar, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per overtreding met een maximum van € 5.000,00,
5.9.
verbiedt eisers zonder toestemming van gedaagde nalatenschapsgoederen te verwijderen, over te dragen of anderszins aan de nalatenschap te onttrekken, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per overtreding met een maximum van € 5.000,00,
5.10.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.11.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.