Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
te weten meerdere (diepe) steek- en/of snijwonden in beide armen heeft toegebracht, door meermalen met een mes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek) voorwerp in de linker- en/of rechter onderarm en/of de linker- en/of rechter bovenarm te steken;
- Ongeveer halverwege de buitenzijde van de rechterbovenarm een scherp begrensde, lijnvormige, bruinrode huidonderbreking van ongeveer 2,5 bij 1 centimeter;
- Ongeveer 4,5 – 5 centimeter boven de elleboogsplooi en aan de buigzijde van de rechterbovenarm een scherp begrensde, lijnvormige, bruinrode huiddoorbreking met een lengte van ca. 2 centimeter;
- Aan de strekzijde van de rechteronderarm en -hand een scherp begrensde, in de lengterichting van de onderarm en golfend verlopende, bruinrode huiddoorbreking over een totaal huidgebied van ca. 16 bij 7 centimeter;
- Aan de strekzijde van de rechterhand, lopend van net onderaan de duimzijde van de rechtermiddelvinger tot ongeveer de basis van de rechter middel- en wijsvinger bevindt zich een scherp begrensde, lijnvormige en deels in een boog verlopende, bruinrode huiddoorbreking van ca. 8 bij 1 centimeter;
- Aan de buigzijde van de rechteronderarm en -hand bevindt zich een scherp begrensde, gebogen en deels in een soort zigzagvorm verlopende, bruinrode huiddoorbreking over een totaal huidgebied van ca. 12 bij 4 centimeter;
- Aan de strekzijde van de linker onderarm bevindt zich een scherp begrensde, lijnvormige, golvend verlopende, bruinrode huiddoorbreking over een totaal huidgebied van ca. 8,5 bij 1 centimeter;
- Aan de handpalmzijde van de linkerhand bevinden zich meerdere, scherp begrensde, oppervlakkig gelegen, deels parallel en deels in willekeurige richtingen lopende, lijnvormige, onderbroken, bruinrode huidverkleuringen, variërend in lengte, over een totaal huidgebied van ca. 8 bij 5 centimeter.
volopzet heeft gehad om aangever van het leven te beroven.
voorwaardelijkopzet heeft gehad op de dood van aangever. Hiervan is kort gezegd sprake als er een aanmerkelijke kans aanwezig is dat dit gevolg – de dood – zal intreden en verdachte welbewust deze kans heeft aanvaard. Of dit zo is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aannemelijk is te achten.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks11 juli 2025 in de gemeente Arnhem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer] , van het leven te beroven, meermalen met een mes,
in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerp,in de richting van de buik en
/ofde nek heeft gestoken en
/ofmeermalen met een mes,
in ieder geval een dergelijk scherp (steek)voorwerpin de linker- en
/ofrechter onderarm en
/ofde
linker- en/ofrechter bovenarm heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit en de strafbaarheid van de verdachte
6.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
7.De beoordeling van de civiele vordering
- ten aanzien van de immateriële schadepost voor de schade vanwege het letsel aan de armen en handen (ten bedrage van € 20.000,00) geldt dat deze onvoldoende is onderbouwd, omdat geen sprake is van een eindsituatie;
- ten aanzien van de immateriële schadepost PTSS (ten bedrage van € 30.000,00) geldt dat onvoldoende is onderbouwd dat deze schadepost in de categorie ‘ernstig’ valt. Behandeling van deze schadepost levert een onevenredige belasting van het strafproces op;
- ten aanzien van de schade vanwege opgelopen studievertraging (ten bedrage van € 17.750,00) geldt dat dit bedrag onvoldoende is onderbouwd, omdat niet uit de stukken blijkt dat sprake was van studievertraging;
- ten aanzien van de schade aan de kleding (ten bedrage van € 500,00) en het eigen risico (ten bedrage van € 385,00) geldt dat deze posten onvoldoende zijn onderbouwd en niet zijn gestaafd met bewijsstukken;
- ten aanzien van de aanvullende kosten (ten bedrage van € 305,12) geldt dat niet blijkt dat deze kosten niet door de verzekering zijn vergoed.
- studievertraging ten bedrage van € 17.750,00, en
- eigen risico ten bedrage van € 385,00.
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
- hand- en armletsel ten bedrage van € 20.000,00, en
- PTSS ten bedrage van € 30.000,00.
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
5 jaren;
- veroordeelt verdachte in verband met het feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 36.555,12 aan materiële schade/smartengeld. Het bedrag van € 555,12 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2026 en het bedrag van € 36.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2025, telkens tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het totaalbedrag niet wordt betaald, kan/kunnen
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;