ECLI:NL:RBGEL:2026:5986

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/05/468559
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herbeoordeling en verlening zorgmachtiging na vernietiging door Hoge Raad

De rechtbank Gelderland behandelde op 20 juli 2026 een verzoek tot verlening van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie met ernstige cognitieve beperkingen. Eerder verleende de rechtbank een machtiging die door de Hoge Raad werd vernietigd en terugverwezen voor herbeoordeling.

De advocaat van betrokkene verzocht primair om afwijzing van het verzoek wegens het niet tijdig behandelen van de zaak na terugverwijzing, en subsidiair om schadevergoeding. De rechtbank verwierp deze verweren omdat de wet geen termijn stelt en de zaak inhoudelijk werd behandeld, waarbij de uitkomst ongewijzigd bleef.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene ernstige psychische stoornissen heeft die leiden tot levensgevaar, lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en zorgmijding. De noodzakelijke vormen van verplichte zorg werden vastgesteld, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding en beperkingen in communicatie.

De machtiging werd voor twaalf maanden verleend, met inachtneming van evenredigheid en effectiviteit, en rekening houdend met betrokkene's wens tot begeleid zelfstandig wonen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen omdat betrokkene geen nadeel heeft geleden door de procedurele omissie. De beschikking is mondeling gegeven en op schrift gesteld op 23 juli 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden aan betrokkene met schizofrenie en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/468559 / FZ RK 26-1597
Datum uitspraak: 20 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. A.M.G. de Groot uit Hilversum.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 maart 2025;
  • de beschikking van deze rechtbank van 17 maart 2025;
  • de beschikking van de Hoge Raad van 29 mei 2026, waarbij de beschikking van de rechtbank van 17 maart 2025 is vernietigd en de zaak terugverwezen ter verdere behandeling en beslissing;
  • de brief van mr. De Groot met daarin het standpunt van betrokkene van 17 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- dhr. [verpleegkundige 1] , als verpleegkundig specialist verbonden aan GGz Centraal te [plaatsnaam 1] ;
- dhr. [verpleegkundige 2] , als verpleegkundig specialist verbonden aan GGz Centraal te [plaatsnaam 1] .

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank had een machtiging verleend tot en met 18 april 2025.
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4.
De beoordeling
4.1.
Primair heeft de advocaat van betrokkene bepleit dat de rechtbank niet meer aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek kan toekomen. De wet heeft weliswaar geen termijn gesteld na een terug verwijzing van een zaak door de Hoge Raad, maar op grond van jurisprudentie had de rechtbank de zaak dienen te behandelen binnen een termijn van drie weken. De rechtbank verwerpt dit verweer. Immers, de wet kent geen termijn voor de behandeling van een verzoek van een zorgmachtiging na terug verwijzing en bovendien was het voor de rechtbank gelet op het vigerende vakantierooster in combinatie met de verhinderdata van de advocaat van betrokkene praktisch niet mogelijk om de zaak eerder te behandelen. Daarbij komt dat, omdat de looptijd van de machtiging die nu door de Hoge Raad is vernietigd, ook bij toewijzing van het verzoek door de rechtbank al is geëxpireerd, de nu te nemen beslissing geen effect meer sorteert voor betrokkene.
4.2.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene ten tijde van de eerste behandeling van het verzoek leed aan een psychische stoornis. Betrokkene lijdt namelijk aan schizofrenie, en is gestabiliseerd met medicatie maar met blijvende cognitieve defecten en desorganisatie.
4.4.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.5.
Betrokkene is slecht verzorgd en woont in een enigszins vuile en sober ingerichte woning op het terrein van GGNet. Hij kan zelf niet voor een zinvolle dagbesteding zorgen. Betrokkene heeft chronisch ernstige psychotische klachten. Bij psychotische onbalans verwaarloost hij zichzelf en heeft hij een ongezond eenzijdig voedingspatroon. Betrokkene beschadigde zichzelf eerder na paranoïde waanbeelden. Betrokkene heeft wanen over de holocaust en de concentratiekampen waarin hij gezeten zou hebben. Vorige maand gooide hij een ruit in op zijn kamer. Ook uitte hij bedreigingen naar de onderzoekend psychiater
4.6.
Om een crisissituatie en het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.7.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht en is zorg mijdend. Hij is ambivalent over medicatiegebruik. De zorgmachtiging is nodig om de huidige stabiele toestand van betrokkene voort te kunnen zetten en het ontstaan van een gevaarlijke katatone toestand te voorkomen.
4.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
4.9.
Anders dan de officier van justitie heeft verzocht bleek tijdens de zitting dat de
verzochte vormen van verplichte zorg ‘
het toedienen van vocht en voeding’ en ‘
aanbrengen
van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat
betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen
niet noodzakelijk zijn om het ernstige nadeel af te wenden. De rechtbank wijst die vormen
van verplichte zorg daarom af.
4.10.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene woonde eerder zelfstandig, maar de ingezette (extra) ambulante
begeleiding kon niet voorkomen dat betrokkene onvoldoende aandacht besteedde aan
zelfzorg, gezondheid, medicatie en het huishouden.
4.11.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar
verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden
met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het
maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en
zijn omgeving. Betrokkene wil graag (begeleid) zelfstandig wonen in [plaatsnaam 2] . De
hulpverlening gaat in gesprek met betrokkene over de mogelijkheden hiervoor, maar is
daarbij afhankelijk van andere zorgverleners.
4.12.
Verder heeft de advocaat van betrokkene tijdens de zitting op 20 juni 2026 aangevoerd dat de rechtbank destijds aan betrokkene had moeten vragen of hij bijstand van een andere advocaat wenste. Dit is niet gebeurd. De rechtbank constateert tijdens de tweede behandeling van het verzoek dat betrokkene nu wel bereid is de juridische bijstand te accepteren. Dat het herstel van dit verzuim geen gevolgen kan hebben voor betrokkene volgt uit het huidige oordeel van de rechtbank dat de zorgmachtiging noodzakelijk was ten tijde van de eerste behandeling van het verzoek.
4.13.
Subsidiair heeft de advocaat verzocht aan betrokkene een schadevergoeding toe te kennen. Nu de rechtbank de zorgmachtiging voor betrokkene zal verlenen en de omissie is hersteld, komt zij niet toe aan het subsidiaire verzoek tot toekenning van een schadevergoeding. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat, omdat de rechtbank nu deze beslissing neemt, betrokkene ook geen schade heeft geleden, daar de gevolgen van de beslissing dezelfde zijn. De rechtbank zal dit verzoek daarom afwijzen.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.8. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
17 maart 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026 door mr. R.B.M. Keurentjes, rechter, in aanwezigheid van H.A.P. Oppewal, griffier en op schrift gesteld op 23 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.