Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
- de akte uitlating met productie 28 van [de eiser] van 11 juni 2026
Rechtbank Gelderland
In deze kortgedingprocedure staat de medewerking aan de verkoop van een recreatiewoning behorende tot een nalatenschap centraal, waarin eiser en gedaagde beiden deelgenoten zijn. De voorzieningenrechter had eerder geoordeeld dat gedaagde niet handelde conform het stappenplan voor verkoop, maar hield de zaak aan in afwachting van een mogelijke bestemmingswijziging van recreatie naar wonen.
Eiser stelt dat de situatie is gewijzigd omdat de behandeling van het omgevingsplan niet voor het zomerreces zal plaatsvinden, waardoor onduidelijkheid bestaat over het moment van besluitvorming. Gedaagde betoogt dat het traject voorspelbaar en afgebakend is, met een geplande behandeling en vaststelling in september 2026, waarna het plan binnen korte tijd in werking kan treden.
De voorzieningenrechter acht de kans reëel dat de bestemming binnen afzienbare tijd wijzigt, wat een hogere verkoopopbrengst kan opleveren. Gezien de marktomstandigheden en de maandelijkse kosten voor de nalatenschap weegt het belang van afwachten zwaarder dan het belang van eiser om snel te verkopen. Daarom wordt de beslissing aangehouden tot vier weken na de vaststelling van het omgevingsplan, met een termijn tot 22 oktober 2026.
Partijen wordt opgedragen de rechtbank uiterlijk 29 oktober 2026 te informeren over de stand van zaken en hun wensen omtrent voortzetting of vonnis. Tevens wordt eiser verzocht zich uit te laten over de door gedaagde voorgestelde makelaar.
Uitkomst: De beslissing over de verkoop van de recreatiewoning wordt aangehouden tot vier weken na de vaststelling van het omgevingsplan op 24 september 2026, te weten 22 oktober 2026.