ECLI:NL:RBGEL:2026:5998
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling maandbedrag terugbetaling studiefinanciering op grond van Wsf 2000
Eiser heeft studiefinanciering ontvangen in de vorm van een lening op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) en is het niet eens met het door de minister vastgestelde maandbedrag voor terugbetaling. De maandbedragen zijn vastgesteld op € 250,73 en later € 251,95 per maand voor het jaar 2025. Eiser voert aan dat bij de draagkrachtberekening geen rekening is gehouden met zijn overige schulden, waaronder een studielening aan de Arubaanse overheid, en dat DUO hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de voorwaarden en gevolgen van de lening.
De rechtbank oordeelt dat de wetgever expliciet heeft gekozen voor het toetsingsinkomen als criterium voor draagkracht, waarbij geen rekening wordt gehouden met het besteedbaar inkomen of individuele uitgavenpatroon. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de hardheidsclausule wordt verworpen omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. Ook is niet gebleken dat de minister tekort is geschoten in de informatieverstrekking, aangezien eiser via folders en de website voldoende geïnformeerd had kunnen worden.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat de minister het maandbedrag op goede gronden heeft vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde maandbedrag voor terugbetaling studiefinanciering wordt ongegrond verklaard en het maandbedrag van € 251,95 blijft van kracht.