ECLI:NL:RBGEL:2026:6008

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
K/5002/11610049
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 sub b BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aannemer aansprakelijk voor ondeugdelijk dakbedekkingswerk en vergoedingsplicht herstelkosten

In deze civiele zaak vordert de opdrachtgever vergoeding van herstelkosten wegens ondeugdelijk uitgevoerde dakbedekkingswerkzaamheden door de aannemer. Na een tussenvonnis mocht de opdrachtgever de herstelkosten nader onderbouwen met offertes van andere aannemers, wat zij heeft gedaan.

De aannemer betwistte de hoogte van de herstelkosten en stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om de schade te controleren, maar de kantonrechter oordeelde dat de aannemer over voldoende informatie beschikte om de kosten gemotiveerd te betwisten. Diverse posten uit de offertes werden beoordeeld en deels toegewezen, waarbij sommige kostenposten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of aansprakelijkheid.

De kantonrechter stelde de totale herstelkosten vast op €9.648,20, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 april 2024. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten van €1.037,47 en expertisekosten van €1.771,91 toegewezen. De aannemer werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen en de proceskosten van €1.744,04, met het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De aannemer wordt veroordeeld tot betaling van €9.648,20 aan herstelkosten, vermeerderd met wettelijke rente, incassokosten, expertisekosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaaknummer: 11610049 \ CV EXPL 25-837
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. A.G.E. Verbart,
tegen
[gedaagde] ,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. H. den Besten.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 1 april 2026,
- de akte uitlaten van [eiser] ,
- de akte uitlating na tussenvonnis van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 1 april 2026 is [eiser] in de gelegenheid gesteld om bij akte te (laten) specificeren welke kosten zijn begroot voor de in rechtsoverwegingen 4.16., 4.19. en 4.21. van het tussenvonnis genoemde herstelwerkzaamheden.
2.2.
[eiser] heeft bij akte twee offertes overgelegd, van [naam 1] bv (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] ( [naam 2] ). In deze offertes zijn de herstelkosten begroot als volgt:
Offerte [naam 1]
Omschrijving:
Kosten (excl. btw)
- aanbrengen ontbrekende singel dakbedekking
€ 751,87
- aluminium steigerwerk
€ 332,81
- verkeerd aflopende zinken goot vervangen
€ 665,62
- achterliggende houtconstructie goot vervangen
€ 1.158,74
- spiegelstukken lichtstraat serre vervangen
€ 1.175,99
- afvoeren afval
€ 281,41
- afdekken vloeren/trap
€ 241,16
- herstel vloer serre
€ 1.250,00
- herstel muur serre
€ 717,03
- herstel stucwerk serre
€ 578,80
- herstel schilderwerk binnen
€ 1.766,86
- verwijderen afdekmateriaal
€ 108,91
- werkvoorbereiding plus begeleiding (12 uur)
€ 849,39
Overige kosten [naam 1]
- algemene kosten (10%)
- winst en risico (5%)
- car-verzekering (0,5%)
Offerte [naam 2]
Omschrijving:
Kosten (incl. btw)
- verwijderen en afvoeren van de bestaande dakbedekking,
- verwijderen van de bestaande isolatie,
- verwijderen van de bestaande afvoeren,
- aanbrengen van een nieuwe dakbedekking in de goot,
- aanbrengen van PE-folie,
- aanbrengen van PIR-isolatie,
- aanbrengen van zelfklevende onderlaag,
- aanbrengen en waterdicht inwerken van nieuwe afvoeren,
- waterdicht inwerken van de goot met bitumineuze toplaag.
€ 2.541,00
2.3.
[gedaagde] voert bij akte aan dat hij niet in staat is om behoorlijk verweer te voeren tegen de door [eiser] te specificeren schadeposten omdat hij de schade niet feitelijk heeft kunnen controleren. [gedaagde] acht het daarom nodig dat een nadere opname wordt bepaald waarbij hij de actuele situatie ter plaatse kan opnemen, dan wel dat de kantonrechter een onafhankelijk deskundigenonderzoek beveelt.
2.4.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn verweer. Anders dan [gedaagde] meent, hoeft in deze stand van de procedure niet meer te worden beoordeeld of de gevolgen van de lekkage wel voor rekening van [gedaagde] komen. Daarover is reeds een bindende eindbeslissing gegeven (zie hiervoor r.o. 4.9. tussenvonnis). Thans moet alleen nog worden vastgesteld wat de hoogte is van de kosten om de gebreken in het werk – die reeds in het tussenvonnis zijn vastgesteld – te herstellen. [eiser] heeft de hoogte van die kosten onderbouwd met de twee door haar overgelegde offertes. [gedaagde] wordt in staat geacht om over voldoende informatie en stukken te beschikken om de hoogte van de daarin geoffreerde herstelkosten gemotiveerd te kunnen betwisten. Hij had ervoor kunnen kiezen om na het tussenvonnis de geoffreerde herstelkosten voor te leggen aan haar eigen partijdeskundige, A2. A2 heeft de gebreken in het werk immers onderzocht op 27 november 2023. Bovendien zijn van het werk diverse foto’s in het geding gebracht aan de hand waarvan [gedaagde] informatie over de geschatte herstelkosten had kunnen opvragen bij (een) andere aannemer(s).
2.5.
Hierna zal worden beoordeeld of en zo ja, tot welk bedrag de door [naam 1] en [naam 2] geoffreerde posten voor vergoeding in aanmerking komen.
- Aanbrengen ontbrekende dakshingle
2.5.1.
[gedaagde] voert aan dat de ontbrekende dakshingle niet in zijn offerte was inbegrepen en dat de kosten die hiervoor door [naam 1] zijn begroot daarom niet als schade kunnen worden gezien. Dit verweer slaagt niet. Zoals reeds in r.o. 4.16. van het tussenvonnis is overwogen staat vast dat [gedaagde] de dakshingles niet helemaal heeft dichtgeplakt naar het daklicht en dat daardoor geen waterdichte afsluiting is gerealiseerd. Dit heeft een lekkage veroorzaakt. [gedaagde] dient daarom de kosten voor het alsnog waterdicht maken van het dak door het aanbrengen van een ontbrekende dakshingle, te vergoeden. De hoogte van deze kosten, waartegen geen afzonderlijk gemotiveerd verweer is gevoerd, komt de kantonrechter niet onredelijk hoog voor. [gedaagde] moet dan ook voor het realiseren van een waterdichte afsluiting van het dak een bedrag van € 909,76 (incl. btw) aan [eiser] vergoeden.
- Steigerwerk
2.5.2.
Niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] bij de uitvoering van de door hem verrichte werkzaamheden een steiger heeft gebruikt. In het licht van deze omstandigheid had het op de weg van [eiser] gelegen de noodzaak voor het gebruik van de steiger voor het herstellen van de vastgestelde gebreken nader toe te lichten en te onderbouwen. Dat heeft zij nagelaten. Deze begrote kosten komen daarom niet voor rekening van [gedaagde] .
- Vervangen zinken goot
2.5.3.
[gedaagde] moet de herstelkosten voor het aanbrengen van een juist afschot van de zinken dakgoot aan [eiser] betalen (zie r.o. 4.12. tussenvonnis). [naam 1] heeft voor het uitvoeren van deze werkzaamheden een bedrag van € 805,40 (incl. btw) begroot. [gedaagde] heeft tegen de hoogte van deze begrote kosten geen afzonderlijk gemotiveerd verweer gevoerd. Dit bedrag, dat de kantonrechter niet onredelijk hoog voorkomt, komt dan ook voor rekening van [gedaagde] .
- Vervangen achterliggende houtconstructie goot
2.5.4.
De kosten om de achterliggende houtconstructie van de goot te herstellen komen, zoals reeds in rechtsoverweging 4.20. van het tussenvonnis is overwogen, niet voor vergoeding in aanmerking.
Spiegelstukken lichtstraat serre vervangen
2.5.5.
In de offerte van [naam 1] zijn kosten begroot voor het vervangen van de spiegelstukken in de lichtstraat van de serre. Niet gesteld of gebleken is waarom deze spiegelstukken moeten worden vervangen en meer in het bijzonder waarom [gedaagde] deze kosten moet vergoeden. Dit blijkt niet uit de rapportage van ZNEB en evenmin uit de offerte van [naam 1] . [eiser] heeft daarmee niet aan haar stelplicht voldaan. De hiervoor begrote kosten komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking.
- Afdekken vloeren trap, herstel muur serre, herstel stucwerk serre, herstel schilderwerk binnen en verwijderen afdekmateriaal
2.5.6.
[gedaagde] is aansprakelijk voor het herstellen van de waterschade die is ontstaan aan de wanden en het plafond in de serre (zie r.o. 4.21. van het tussenvonnis). Het hiervoor door [naam 1] begrote bedrag van in totaal € 3.837,64 (incl. btw), waartegen door [gedaagde] geen gemotiveerd afzonderlijk verweer is gevoerd, komt de kantonrechter niet onredelijk hoog voor en moet door [gedaagde] worden vergoed.
- Herstel vloer serre
2.5.7.
[gedaagde] is niet aansprakelijk voor de gestelde schade die aan de houten parketvloer in de serre is ontstaan (zie r.o. 4.22. van het tussenvonnis). Deze kosten komen dus niet voor vergoeding door [gedaagde] in aanmerking.
- Afvoeren afval
2.5.8.
Uit het voorgaande blijkt dat niet alle in de offerte begrote posten voor vergoeding in aanmerking komen. Het af te voeren afval dat verband houdt met het herstel van de gebreken waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is, is daarom minder omvangrijk dan waar de offerte van uitgaat. Om deze reden zal deze post worden geschat op 33% van de daarvoor begrote kosten, derhalve een bedrag van € 113,50 (incl. btw).
- Werkvoorbereiding plus begeleiding
2.5.9.
Omdat het uit te voeren herstelwerk minder omvangrijk is dan waar de offerte van uitgaat, zal de post ‘werkvoorbereiding plus begeleiding’ worden geschat op een bedrag van € 513,88 (incl. btw), zijnde zes werkuren.
- Algemene Kosten (10%) en Winst en Risico (5%)
2.5.10.
Het voorgaande leidt tot de tussenconclusie dat [gedaagde] in verband met de offerte van [naam 1] een bedrag van € 6.180,17 (€ 909,76 + € 805,40 + € 113,50 + € 3.837,63 + € 513,88) aan herstelkosten aan [eiser] is verschuldigd. Niet in geschil is dat [gedaagde] daarover 10% voor de post Algemene Kosten, zijnde een bedrag van € 618,02, en 5% voor de post Winst en Risico, zijnde een bedrag van € 309,01 is verschuldigd.
- Car-verzekering (0,5%)
2.5.11.
In de offerte van [naam 1] zijn ook kosten voor de Car-verzekering begroot. Het had op de weg van [eiser] gelegen toe te lichten waarom [naam 1] naast de post Algemene Kosten een aparte post voor de CAR-verzekering heeft begroot. Onder de post Algemene Kosten vallen immers de kosten van de bedrijfsvoering die niet direct aan een bouwproject zijn toe te rekenen, waaronder in beginsel de kosten van verzekeringen. Wegens het ontbreken van stellingen van [eiser] op dit punt, komen deze kosten niet voor vergoeding door [gedaagde] in aanmerking.
- Werkzaamheden dak door [naam 2]
2.5.12.
[naam 2] heeft voor het vervangen en isoleren van de ingeplakte dakbedekking in de zakgoot een bedrag van in totaal € 2.541,00 (incl. btw) begroot. [gedaagde] heeft de hoogte van deze kosten betwist maar heeft die betwisting niet nader toegelicht en onderbouwd. Dit had wel van [gedaagde] mogen worden verwacht aangezien in de offerte alle werkzaamheden voor het uitvoeren van de werkzaamheden zijn uiteengezet en niet in geschil is dat die werkzaamheden uitgevoerd moeten worden om de ingeplakte dakbedekking in de zakgoot te vervangen en te isoleren. De kosten komen de kantonrechter bovendien niet onredelijk hoog voor. [gedaagde] moet daarom voor het vervangen en isoleren van de ingeplakte dakbedekking in de zakgoot een bedrag van € 2.541,00 aan [eiser] vergoeden.
Conclusie
2.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de totale herstelkosten zullen worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 9.648,20 (€ 6.180,17 + € 618,02+ € 309,01 + € 2.541,00). De door [eiser] gevorderde hoofdsom zal tot dit bedrag worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente daarover is op grond van artikel 6:119 BW Pro eveneens toewijsbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.7.
[eiser] vordert ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. In overeenstemming met het tarief dat is weergegeven in het (niet rechtstreeks van toepassing zijnde) Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en dat geacht wordt redelijk te zijn, is een bedrag van € 1.037,47 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar. Het meerdere door [eiser] gevorderde zal worden afgewezen.
Expertisekosten ZNEB
2.8.
De door [eiser] gevorderde onderzoekskosten van ZNEB ad € 1.771,91 voor de rapportage van 5 april 2024 zijn aan te merken als kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid en komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro voor vergoeding in aanmerking. De mede gevorderde onderzoekskosten voor de aanvullende rapportage van ZNEB ad € 941,81 zullen worden afgewezen omdat deze rapportage niet tot verdere aansprakelijkheid van [gedaagde] heeft geleid.
2.9.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld, zodat hij de proceskosten (inclusief nakosten) moet betalen. De proceskosten van [eiser] worden vastgesteld en begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.744,04

3.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 9.648,20, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van 23 april 2024 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.037,47 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.771,91 aan kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid,
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.744,04, te vermeerderen met de kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
lt
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!