ECLI:NL:RBGEL:2026:6024

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
23 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
26/3578
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing last onder dwangsom voor nachtelijke vervoersbeperkingen bedrijf

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk legde op 13 juli 2026 een last onder dwangsom op aan Het Nijkerkse Kippeboertje B.V. vanwege het niet naleven van maatwerkvoorschriften omtrent vervoersbewegingen en beladingsactiviteiten in de nachtelijke uren. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om de begunstigingstermijn te verlengen tot 1 oktober 2026.

De voorzieningenrechter overwoog dat onverwijlde spoed een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het college had de begunstigingstermijn reeds verlengd tot 27 juli 2026, waarna bij constatering van overtredingen dwangsommen tot maximaal €16.000,- kunnen worden opgelegd. Omdat een zitting op korte termijn niet mogelijk was, werd een ordemaatregel opgelegd waarbij de last onder dwangsom geschorst werd tot de zitting medio augustus 2026.

De voorzieningenrechter benadrukte het grote belang van beide partijen: verzoekster wordt geconfronteerd met de keuze tussen het stopzetten van bedrijfsactiviteiten of het betalen van dwangsommen, terwijl het college de belangen van omwonenden wil beschermen. Partijen worden uitgenodigd voor een zitting waarin de standpunten worden besproken en een definitieve beslissing volgt, inclusief over proceskosten.

Indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, vervalt de ordemaatregel automatisch. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De last onder dwangsom wordt geschorst tot de inhoudelijke uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/3578

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

Het Nijkerkse Kippeboertje B.V., uit Arnhem , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk

(gemachtigde: [gemachtigde 2] ).

Inleiding

1. Het college heeft bij besluit van 13 juli 2026 een last onder dwangsom opgelegd aan verzoekster omdat het bedrijf, gevestigd aan de Van Dijkhuizenstraat 58 in Nijkerkerveen, zich niet houdt aan verschillende maatwerkvoorschriften die op 13 mei 2025 zijn opgelegd met betrekking tot vervoersbewegingen en beladingsactiviteiten in de nachtelijke periode (23.00-07.00 uur).
1.1.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om het besluit bij wijze van voorlopige voorziening op te schorten door de begunstigingstermijn te verlengen tot 1 oktober 2026.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Uit artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht volgt dat de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed dat vereist.
2.1.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster aanvankelijk is gelast om de overtredingen vóór 20 juli 2026 te stoppen en vanaf die datum niet meer te herhalen. Bij besluit van 17 juli 2026 heeft het college de begunstigingstermijn met een week verlengd tot 27 juli 2026. Dat betekent concreet dat als het college vanaf die datum opnieuw overtredingen constateert, verzoekster verplicht is de volgende dwangsommen te betalen:
- € 5.000,- € 5.000,- per constatering voor het overtreden van maatwerkvoorschrift 8, [1] met een maximum aantal van twee constateringen;
- € 3.000,- € 3.000,- per constatering voor het overtreden van maatwerkvoorschrift 9, [2] met een maximum van twee weken.
Verzoekster kan dus voor maximaal € 16.000,- aan dwangsommen verbeuren.
2.2.
Dit moment nadert al snel en het is voor de rechtbank niet mogelijk gebleken om op zodanig korte termijn een zitting te plannen. De voorzieningenrechter acht een onderzoek ter zitting echter wel noodzakelijk om te beoordelen of de last onder dwangsom met de daarbij van toepassing zijnde begunstigingstermijn naar voorlopig oordeel opgelegd kon worden. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een ordemaatregel op te leggen en de last onder dwangsom van 13 juli 2026, zoals gewijzigd bij besluit van 17 juli 2026, te schorsen in afwachting van deze zitting
2.3.
De voorzieningenrechter benadrukt dat partijen op korte termijn zullen worden uitgenodigd voor een zitting die medio augustus kan worden gehouden. Tijdens deze zitting kunnen partijen hun standpunten nader toelichten. Dan zal worden beoordeeld of de ordemaatregel moet worden gehandhaafd, opgeheven of gewijzigd. Ook zal de voorzieningenrechter dan beslissen over een eventuele veroordeling in de proceskosten.
2.4.
De voorzieningenrechter benadrukt dat de belangen van beide partijen groot zijn. Deze ordemaatregel dient het belang van verzoekster bij rechtsbescherming tegen de opgelegde last onder dwangsom, die maakt dat verzoekster in afwachting van de zitting moet kiezen tussen het (grotendeels) stopzetten van de bedrijfsactiviteiten of het verbeuren van dwangsommen. Het college legt de nadruk op handhaving van de maatwerkvoorschriften met het oog op het belang van omwonenden bij minder vervoersactiviteiten in de nachtelijke periode. Dat is nu door deze ordemaatregel uitgesteld. Om aan beide belangen recht te doen, wijst de voorzieningenrechter er daarom op dat zij bij het plannen van een zitting zeer terughoudend omgaat met het toelaten van verhinderingen.

Conclusie en gevolgen

3. De voorzieningenrechter schorst het besluit van 13 juli 2026, zoals gewijzigd bij besluit van 17 juli 2026, tot de (inhoudelijke) uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening.
3.1.
Mocht het verzoek om een voorlopige voorziening vóór de behandeling op zitting worden ingetrokken, dan vervalt de in deze uitspraak getroffen ordemaatregel automatisch.
3.2.
Een beslissing over de proceskosten volgt in de inhoudelijke uitspraak.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek (deels) toe en schorst het besluit van 13 juli 2026, zoals gewijzigd bij besluit van 17 juli 2026, tot de (inhoudelijke) uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.G. Hoijinck, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Maatwerkvoorschrift 8: maximaal twee vervoersbewegingen met een personenwagen en één beweging met een middelzware vrachtwagen plus marktwagen.
2.Maatwerkvoorschrift 9: maximaal één middelzware vrachtwagen (laten) beladen tussen 06.00 en 07.00 uur gedurende maximaal twintig minuten.