ECLI:NL:RBGEL:2026:6049
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om voorlopige voorziening wegens gebrek aan spoedeisend belang en kennelijke ongegrondheid
Verzoeker heeft drie verzoeken om voorlopige voorziening ingediend tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaren tegen betaalspecificaties van het UWV. Hij stelt dat het UWV onrechtmatig heeft gehandeld bij de vaststelling van het WIA-dagloon en andere verrekeningen, waardoor hij schade heeft geleden.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang. Gezien het financiële karakter van de zaak is dat niet snel het geval. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie zoals faillissement of acute financiële nood. Verzoeker kan een bijstandsuitkering aanvragen en een betalingsregeling treffen voor belastingschulden.
Daarnaast is niet gebleken dat de besluiten evident onrechtmatig zijn. De beroepen richten zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren, waardoor een inhoudelijke beoordeling van de betaalspecificaties niet aan de orde is. De verzoeken worden daarom kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en kennelijke ongegrondheid.