ECLI:NL:RBGEL:2026:6120

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
K/5004/11825143
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BWArt. 21 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing koopprijs, wettelijke handelsrente en incassokosten na bewijslevering

Eisende partij Midden Nederland Auto's B.V. (MNA) vordert betaling van het restant van de koopprijs van €4.882,50, wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten van de gedaagde vennootschap en haar vennoten.

De rechtbank stelt vast dat MNA is geslaagd in haar bewijslevering dat de oorspronkelijke advertentietekst identiek is aan de eerder ingebrachte tekst. De gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen dit bewijs, waardoor de gevorderde hoofdsom wordt toegewezen.

Verder wordt de wettelijke handelsrente toegewezen vanaf 30 april 2025, dertig dagen na ontvangst van de factuur. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen tot het maximumtarief van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, namelijk €613,25. De proceskosten worden eveneens aan MNA toegewezen.

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken, zodat iedere gedaagde het volledige bedrag kan worden aangesproken. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde partijen hoofdelijk tot betaling van de koopprijs, wettelijke handelsrente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11825143 \ CV EXPL 25-6098
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
MIDDEN NEDERLAND AUTO'S B.V.,
te Putten,
eisende partij,
hierna te noemen: MNA,
gemachtigde: mr. A. Dragt,
tegen

1.[naam gedaagd vennootschap] ,

te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [het gedaagde vennootschap] ,
procederend bij J. [de gedaagde] ,
2.
[naam gedaagde vennoot 1] , VENNOOT VAN [het gedaagde vennootschap],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde vennoot 1] ,
procederend in persoon,
3.
[naam gedaagde vennoot 2] , VENNOOT VAN [het gedaagde vennootschap],
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde vennoot 2] ,
gemachtigde: [gedaagde vennoot 1] , vennoot van [het gedaagde vennootschap] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [de gedaagde] .

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Dit blijkt uit:
- het tussenvonnis van 22 april 2026
- de akte houdende overlegging aanvullend bewijs van MNA van 20 mei 2026, met producties 18, 19 en 20.
1.2.
[de gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de akte van MNA, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1.
Bij tussenvonnis is MNA opgedragen te bewijzen dat de tekst van de oorspronkelijke advertentie identiek is aan de advertentie die reeds bij dagvaarding in het geding is gebracht.
2.2.
MNA heeft in het kader van de bewijsopdracht stukken in het geding gebracht, namelijk correspondentie met een contactpersoon van Marktplaats en schermopnames van de door MNA bij Marktplaats opgevraagde advertentie. Uit de stukken volgt dat MNA de oorspronkelijke advertentie die ten tijde van de koop op Marktplaats stond, heeft opgevraagd. Uit de schermopnames van de oorspronkelijke advertentietekst volgt dat deze identiek is aan de tekst die MNA eerder in het geding heeft gebracht. [de gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de stukken die MNA als bewijs in het geding heeft gebracht. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de ingebrachte stukken. Om die reden stelt de kantonrechter vast dat MNA in haar bewijslevering is geslaagd. Dat betekent dat de gevorderde hoofdsom ter hoogte van € 4.882,50 zal worden toegewezen.
2.3.
MNA heeft bij repliek nog een beroep gedaan op artikel 21 Rv Pro. Volgens MNA heeft [de gedaagde] een leugenachtige verklaring over het doorverkopen van de bus afgelegd. De kantonrechter begrijpt dat MNA dit beroep heeft ingetrokken, aangezien de gemachtigde van MNA ter zitting het standpunt heeft ingenomen dat het kan zijn dat de bus is doorverkocht en dat de verklaring niet leugenachtig is. De kantonrechter laat dit beroep daarom verder buiten beschouwing.
2.4.
MNA vordert wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 1 april 2025. De kantonrechter overweegt dat het hier gaat om een handelsovereenkomst en dat het niet is gebleken dat partijen een betalingstermijn zijn overeengekomen. In dat geval is [de gedaagde] ingevolge artikel 6:119a lid 2 BW de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf dertig kalenderdagen na de dag waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen. [de gedaagde] heeft de factuur op 31 maart 2025 ontvangen. De kantonrechter zal daarom de wettelijke handelsrente toewijzen over € 4.882,50 vanaf 30 april 2025 tot de dag van volledige betaling.
2.5.
De kantonrechter oordeelt dat MNA voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit), omdat deze tarieven redelijk worden geacht. De gevorderde vergoeding van
€ 625,39 is echter hoger dan het tarief van € 613,25 dat volgens het Besluit past bij de toe te wijzen hoofdsom van € 4.882,50. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 613,25 toewijzen.
2.6.
[de gedaagde] wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van MNA worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
121,02
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
1.260,00
(3,5 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.068,02
2.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
2.8.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [de gedaagde] hoofdelijk om aan MNA te betalen een bedrag van € 4.882,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 april 2025 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [de gedaagde] hoofdelijk om aan MNA te betalen een bedrag van € 613,25 aan buitengerechtelijke kosten,
3.3.
veroordeelt [de gedaagde] hoofdelijk in de proceskosten van € 2.068,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als zij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt [de gedaagde] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op
15 juli 2026.
67756/53854