ECLI:NL:RBGEL:2026:624

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
27 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
05/383767-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van een gewapende overval op een juwelier met schadevergoeding

Op 27 januari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die betrokken was bij een gewapende overval op een juwelier op 31 augustus 2024. De verdachte, geboren in 2007, werd beschuldigd van medeplegen van diefstal met geweld. Hoewel hij niet fysiek aanwezig was in de juwelierszaak tijdens de overval, speelde hij een cruciale rol in de voorbereiding en uitvoering van het delict. Hij had de medeverdachten opgehaald van het station, een fatbike geregeld en hen de weg gewezen na de overval. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, wat leidde tot een veroordeling voor het primair ten laste gelegde feit. De rechtbank legde een werkstraf van 120 uur en een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden op, evenals een schadevergoeding van € 1.844,60 aan de benadeelde partij, de juwelier. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer, en stelde bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf, waaronder deelname aan hulpverlening en het hebben van een zinvolle dagbesteding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/383767-24
Datum uitspraak : 27 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres 1] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R. Heemskerk, advocaat in Den Haag .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een juwelierszaak gelegen aan de [adres 2] , een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door gemaskerd met gezichtsbedekking onder het gedeeltelijk gesloten rolluik van de winkel door te kruipen en dreigend een mes, althans een steekvoorwerp te richten op, althans te tonen aan die [naam 1] voornoemd en/of door die [naam 1] voornoemd dreigend te bevelen alle sieradenkasten te openen;
subsidiair:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 31 augustus 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een juwelierszaak gelegen aan de [adres 2] , een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voornoemd en/of zijn/hun mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door gemaskerd met gezichtsbedekking onder het gedeeltelijk gesloten rolluik van de winkel door te kruipen en dreigend een mes, althans een steekvoorwerp te richten op, althans te tonen aan die [naam 1] voornoemd en/of door die [naam 1] voornoemd dreigend te bevelen alle sieradenkasten te openen, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van dit misdrijf door
- die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voornoemd op te halen op het station te [plaats] en/of
- een fatbike te regelen en ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] voornoemd waarvan voornoemde personen gebruik heeft/hebben gemaakt bij het plegen van die overval en/of
- kleding te ruilen met die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] voornoemd en/of
- een woning te regelen welke is gebruikt als verzamelpunt en/of uitvalsbasis voor die gewapende overval en/of
- die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] de weg te wijzen naar de betreffende juwelier en/of
- die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] op te wachten na de overval en hen/hem te instrueren waar hij/zij met de buit van de overval naar toe moest(en) gaan en/of
- de buit van de overval af te leveren bij de opdrachtgever van de overval en/of
- het mes, dat bij die gewapende overval is gebruikt, weg te maken.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [1]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde medeplegen van diefstal vergezeld van bedreiging met geweld.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld. Er is hoogstens sprake van medeplichtigheid. De bijdrage van verdachte aan de overval van de juwelier bestaat uit het ophalen van twee personen van het station in [plaats] , het regelen van een fatbike en het vervoeren van de buit naar Den Haag. Er is volgens de raadsman geen sprake van het wisselen van kleding, het regelen van de woning of het wijzen van de weg. Verdachte heeft geen betrokkenheid bij of wetenschap van het mes. Hij heeft pas na afloop in de gaten gekregen dat het mes in zijn tas is gestopt.
Beoordeling door de rechtbank
Op 31 augustus 2024 heeft omstreeks 16:55 uur een overval plaatsgevonden bij [bedrijf] aan de [adres 2] in [plaats] . Rond sluitingstijd is een jongen met een zwarte muts/capuchon over zijn hoofd onder het gedeeltelijk gesloten rolluik van de juwelierszaak gekropen. Hij had een mes in zijn handen en heeft dat op de medewerkster van de juwelierszaak, [naam 1] , gericht. De jongen heeft op luide, dwingende toon tegen de medewerkster gezegd dat ze de kasten moest openmaken. Er stond ineens ook een tweede jongen binnen in de juwelierszaak. Zijn gezicht was bedekt door een mondkapje. De medewerkster heeft de kast waarin de goudvoorraad lag opengemaakt. [2] Er zijn 46 gouden sieraden met een totale inkoopwaarde van € 2.231,97 gestolen. [3]
Verdachte heeft verklaard dat hij niet één van de twee jongens is geweest in de juwelierszaak maar wel aan de overval heeft meegeholpen. Verdachte heeft de volgende handelingen bekend.
  • Samen met medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verdachte op de dag van overval [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] van het station in [plaats] opgehaald en meegenomen naar een flat aan [adres 3] in [plaats] .
  • Verdachte heeft vooraf een fatbike voor de overvallers geregeld en deze als vluchtmiddel klaargezet in de omgeving van de juwelier.
  • Verdachte heeft in de buurt van de juwelier de overvallers op een scooter opgewacht en kort na de overval de buit uit handen van de overvallers overgenomen en ze gewezen welke kant ze op moesten.
  • Verdachte heeft de buit ‘s avonds in Den Haag afgegeven.
Toen verdachte de twee jongens op het station in [plaats] ging ophalen wist hij al dat er een overval zou volgen op de juwelier. [5] Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat met zijn telefoon op 31 augustus 2024 om 08:54 uur op Google is gezocht naar ‘ [bedrijf] ’. In de telefoon is ook een afbeelding (van 31 augustus 2024 om 08:54:28 uur) aangetroffen van [bedrijf] , [adres 2] . [6]
Verdachte maakt op WhatsApp gebruik van het account [telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net wie weet (owner). Op de dag van de overval, 31 augustus 2024, is om 12:15:27 uur het volgende chatgesprek gevoerd.
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net wie weet (owner)
Heb je nog die sleutels van die oude osso
[telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net
G
No allang ni meer / hh wtn / j wou segsy time daar
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net wie weet (owner)
Soo k leg je vnv uit b / naaahh hhhh
[telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net
G
J hb gw lege o nodig
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net wie weet (owner)
jamn
Osso is straattaal voor huis of woning. [7]
Tussen 15:43 uur en 18:24 uur zijn vier personen het flatgebouw aan [adres 3] in en uit gegaan. [8] Verdachte [9] en de medeverdachten [medeverdachte 3] [10] en [medeverdachte 1] [11] hebben zichzelf herkend als een van deze vier personen. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij met verdachte, [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] in de flat is geweest. [12]
Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij de overvallers op de fatbike met een handgebaar heeft gewezen welke kant ze op moesten gaan. Eerst gingen de overvallers bij Expert een doodlopend steegje in. Daarna heeft verdachte gezegd: “Ga die kant op.” [13] Uit camerabeelden van Expert volgt (eveneens) dat omstreeks 16:58:26 uur een persoon op een donkerkleurige scooter met zijn rechterarm een beweging (armgebaar) maakt in de richting van de [adres 4]. Na het armgebaar van de scooterrijder komen twee personen met gezichtsbedekking uit de richting van de [adres 4] op een fatbike het steegje in. [14]
Op de camerabeelden van Expert is te zien dat de persoon achterop de fatbike omstreeks 16:58 uur een mes laat vallen. Omstreeks 19:00 uur komen twee jongens de steeg achter de Expert inrijden. Een van de jongens fietst direct naar het mes toe. Hij raapt het mes op en klapt het in. [15] Medeverdachte [medeverdachte 3] is de persoon die het mes opgeraapt heeft. Hij heeft het mes in de Louis Vuitton tas gedaan. De Louis Vuitton tas zat in de Albert Heijn tas die hij bij zich had. Hij heeft het mes meegenomen naar [naam 2] en het mes bij [naam 2] achtergelaten. [naam 2] heeft de Louis Vuitton tas aan [verdachte] (verdachte) gegeven. [16]
[naam 2] heeft zichzelf herkend op de camerabeelden. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 3] een appie (Albert Heijn) tas bij hem heeft achtergelaten. De tas is de dag erna opgehaald door een vriend van [medeverdachte 3] . [17] Verdachte heeft verklaard dat het hier zijn Louis Vuitton tas betreft. [18]
Verdachte heeft verklaard dat hij geld heeft gekregen voor de overval. Verdachte heeft € 400,00 zelf gehouden. De rest heeft hij aan iemand anders gegeven. [19] Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij achteraf geld heeft gehad van verdachte. [20]
Op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij de overval verder reikt dan hij zelf erkent. De rechtbank stelt vast dat de bijdrage van verdachte aan de overval, naast de handelingen die hij heeft bekend, uit de volgende handelingen bestaat.
  • Verdachte heeft een woning (‘een osso’) aan [adres 3] geregeld, waar verdachte en de medeverdachten voor en na de overval hebben verbleven.
  • Verdachte heeft het mes dat bij de overval is gebruikt en vlak na de overval in de steeg was gevallen een dag later bij getuige [naam 2] opgehaald.
  • Verdachte heeft in de buit gedeeld en gezorgd dat een deel van de buit bij een van de medeverdachten terecht is gekomen.
Medeplegen
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is hoe de rol van verdachte gekwalificeerd moet worden.
De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medepleger kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Ook wanneer het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.
Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. Een geringe(re) rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict kan aldus worden gecompenseerd door bijvoorbeeld een grote(re) rol in de voorbereiding en/of achteraf.
De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten. Hoewel verdachte ten tijde van de overval niet zelf in de juwelierszaak is geweest, heeft hij gedurende de hele dag op meerdere, wezenlijke momenten een cruciale rol gehad. De bijdrage van verdachte in de voorbereiding is aanzienlijk. Hij heeft zich minstens bezig gehouden met het opzoeken van informatie op internet, het ophalen van de medeverdachten, het regelen van een uitvalsbasis en het regelen en klaarzetten van de fatbike. Ook zijn rol direct na de overval en in de verdere afhandeling is groot. Het gaat dan om het tijdens de vlucht wijzen van de weg aan de medeverdachten, het overnemen en wegbrengen van de gestolen sieraden, het achteraf ophalen van zijn tas met daarin het mes en het verdelen van de buit. Zijn aandeel was essentieel voor het doen slagen van de gepleegde overval.
De rechtbank concludeert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, het medeplegen van diefstal vergezeld van bedreiging met geweld.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op
of omstreeks31 augustus 2024 te [plaats] , tezamen en in vereniging met
een of meeranderen
, althans alleen,uit een juwelierszaak gelegen aan de [adres 2] , een hoeveelheid sieraden,
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan [bedrijf] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)toebehoorde
(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd
voorafgegaan,vergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal
voor te bereiden ofgemakkelijk te maken
, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,door gemaskerd met gezichtsbedekking onder het gedeeltelijk gesloten rolluik van de winkel door te kruipen en dreigend een mes
, althans een steekvoorwerpte richten op
, althans te tonen aandie [naam 1] voornoemd en
/ofdoor die [naam 1] voornoemd dreigend te bevelen alle sieradenkasten te openen.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
Primair:
medeplegen van diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 200 uur met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en een voorwaardelijke jeugddetentie van zes maanden. Als bijzondere voorwaarden bij deze voorwaardelijke straf moet verdachte meewerken aan dagbesteding, meewerken aan ambulante begeleiding (emotie- en frustratieregulatie) en meewerken met de jeugdreclassering. Hierbij moet een proeftijd gelden van twee jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat de werkstraf en de voorwaardelijke jeugddetentie worden opgelegd voor een kortere duur dan door de officier van justitie is geëist. Hij heeft daarbij gewezen op de beperkte rol die verdachte heeft vervuld bij de winkeloverval. De raadsman heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde bijzondere voorwaarden. Het is voor verdachte van belang dat de huidige jeugdreclasseerder hem blijft begeleiden.
De beoordeling door de rechtbank
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dat is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:
  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 8 december 2025 (het strafblad),
  • de mailwisseling tussen de officier van justitie en de jeugdreclassering d.d. 9 januari 2026.
In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
Strafblad
Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij tussentijds is veroordeeld voor het beledigen van een politieagent. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een juwelier in [plaats] . Het gaat om een ernstig feit. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van een overval vaak nog gedurende langere tijd kampen met de (psychische) gevolgen van hetgeen zij hebben meegemaakt. Naast de gevolgen voor het slachtoffer veroorzaken dit soort feiten ook sterke gevoelens van onveiligheid in de directe omgeving en in de samenleving in het algemeen.
Verdachte heeft gedurende de dag van de overval op meerdere, wezenlijke momenten een cruciale rol gespeeld bij deze overval.
Het is kwalijk en tegelijkertijd zorgelijk dat verdachte zich toen op geen enkele manier zorgen heeft gemaakt over de impact op het slachtoffer en dat hij het een goed idee vond om zichzelf op deze criminele wijze te verrijken.
De jongen van wie verdachte de fatbike heeft geleend was pas twaalf jaar oud. Verdachte deinsde er kennelijk niet voor terug om een zeer jonge jongen bij zijn criminele activiteiten te betrekken.
Rapportages
Verdachte heeft in december 2024 een aantal dagen in verzekering doorgebracht. Destijds is gerapporteerd door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Mede op grond van dat rapport heeft de rechter-commissaris de inbewaringstelling verleend maar ook meteen geschorst. Sindsdien loopt er toezicht van de jeugdreclassering.
Er is geen recent rapport van de Raad. De jeugdreclasseerder heeft laten weten dat verdachte goed meewerkt aan de begeleiding. Verdachte woonde bij aanvang van de schorsing bij zijn vader maar inmiddels weer bij zijn moeder. Hij gaat al enige tijd niet naar school, heeft geen startkwalificatie en heeft nog geen werk. Verdachte staat wel open voor werk zodra de zitting heeft plaatsgevonden. Het toezicht en de begeleiding vanuit de jeugdreclassering is waardevol voor verdachte. De jeugdreclassering adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf met als bijzondere voorwaarden het hebben van een zinvolle dagbesteding en meewerken aan hulpverlening. Bij een bewezen grotere rol van verdachte kan een voorwaardelijke jeugddetentie worden overwogen.
Ter terechtzitting heeft de jeugdreclasseerder toegelicht dat verdachte nog kan leren om de rust te bewaren en om minder snel boos te worden. Het is lastig om aan te geven waar de hulpverlening precies op moet zien, maar emotie- en agressieregulatie lijkt op dit moment het meest geschikt.
De op te leggen straf
Volgens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geldt als uitgangspunt voor een overval op een winkel een onvoorwaardelijke jeugddetentie vanaf vier maanden. Strafverzwarend kan bijvoorbeeld zijn het gebruik van een wapen en het georganiseerde karakter van de groep. Gezien de rol van verdachte en met name vanwege de omstandigheid dat verdachte zich inmiddels al ongeveer een jaar begeleidbaar opstelt voor de jeugdreclassering en dat nog veel winst valt te halen uit verdere begeleiding, zal de rechtbank verdachte geen onvoorwaardelijke jeugddetentie meer opleggen. Een voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden met een proeftijd en met voorwaarden in combinatie met een stevige werkstraf is passend. De rechtbank zal aan verdachte een werkstraf opleggen voor de duur van 120 uur.
De voorwaardelijke jeugddetentie moet verdachte ervan weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen en maakt het mogelijk om door te gaan met de begeleiding door jeugdreclassering. Hieraan worden de bijzondere voorwaarden gekoppeld van het hebben van zinvolle dagbesteding en aangaan van ambulante hulpverlening op het gebied van agressie- en emotieregulatie.
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

8.De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [bedrijf] , vertegenwoordigd door [naam 3] , heeft in verband met het tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.231,97 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.844,60. Dat er sprake is van schade (gestolen gouden sieraden) volgt uit het dossier. Ter onderbouwing van het schadeverzoek is een lijst (negatieve administratie) toegevoegd met daarop een aantal gouden sieraden en bijbehorende bedragen. Uit de lijst volgt echter niet of de genoemde bedragen inclusief of exclusief btw zijn. Bij het bepalen van het toe te wijzen bedrag heeft de officier van justitie de btw van het gevorderde bedrag afgetrokken. De schadevergoeding moet hoofdelijk worden toegewezen. Verder heeft de officier van justitie toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het redelijk is dat het schadebedrag zonder btw (€ 1.844,60) wordt vergoed. Echter, vanwege de beperkte rol van verdachte is een hoofdelijke verdeling niet redelijk.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
In het dossier bevindt zich een overzicht van de gestolen goederen, te weten 46 gouden sieraden met een totale inkoopwaarde van € 2.231,97 (p. 477 t/m 489). Het overzicht komt overeen met de onderbouwing van de schadevordering. Uit de onderbouwing volgt echter niet of het genoemde totaalbedrag inclusief btw of exclusief btw is. Doorgaans worden de bedragen inclusief btw vermeld. De rechtbank is van oordeel dat het bedrag exclusief btw voor vergoeding in aanmerking komt. Het percentage btw bedraagt 21%. De vordering kan tot een hoogte van € 1.844,60 worden toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Verdachte is vanaf 31 augustus 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Verdachte heeft een aanzienlijke en onmisbare rol vervuld bij de winkeloverval. De rechtbank overweegt daarom dat verdachte en zijn medeverdachten ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Omdat het jeugdstrafrecht is toegepast zal aan verdachte geen gijzeling worden opgelegd.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot
een jeugddetentievoor de duur van
vier maanden;
  • bepaalt dat
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt als
- verdachte meewerkt aan het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding;
- verdachte meewerkt aan ambulante behandeling ten behoeve van emotie- en agressieregulatie en zich zal houden aan de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven;
 stelt als overige voorwaarden dat:
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
 geeft opdracht aan Jeugdbescherming Gelderland tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
 veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten
een werkstraf van 120 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;
 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht twee uur in mindering wordt gebracht;
Beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij [bedrijf] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;
  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [bedrijf] , een bedrag te betalen van € 1.844,60 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 augustus 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
Beslissing ten aanzien van de voorlopige hechtenis
 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.C. Cremers (voorzitter en kinderrechter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. A. Bril, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 januari 2026.
mrs. Cremers en Bril zijn buiten staat te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, Onderzoek Spey/ON3R024065, gesloten op 23 januari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte, p. 456.
3.Proces-verbaal van bevindingen en bijlage, p. 477 t/m 488.
4.Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 januari 2026.
5.Proces-verbaal van het verhoor van verdachte d.d. 4 december 2024, p. 276 en verklaring afgelegd ter terechtzitting.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 902 en 904.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 902 en 908.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 776 t/m 787.
9.Proces-verbaal van het verhoor van verdachte d.d. 4 december 2024, p. 277.
10.Proces-verbaal van het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 2 december 2024, p. 188.
11.Proces-verbaal van het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 2 december 2024, p. 341.
12.Proces-verbaal van het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 4 december 2024 p. 408.
13.Proces-verbaal van het verhoor van verdachte d.d. 3 december 2024, p. 268.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 756.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 757 t/m 759.
16.Proces-verbaal van het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 2 december 2024, p. 183 en 184.
17.Proces-verbaal van het verhoor van getuige [naam 2] , p. 673 en 675.
18.Proces-verbaal van het verhoor van verdachte d.d. 4 december 2024, p. 283.
19.Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 13 januari 2026.
20.Proces-verbaal van het verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] , p. 197.