Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De verdere beoordeling
- werkelijke waarde onteigende € 21.877,50
- waardevermindering overblijvende € 138.122,50
- bijkomende schade
Rechtbank Gelderland
De Staat der Nederlanden heeft een deel van het perceel van gedaagden onteigend voor de aanleg van een nieuwe weg in de gemeente Duiven (project ViA15). Partijen bereikten overeenstemming over de hoogte van de schadeloosstelling, die de rechtbank vaststelt op €193.000, bestaande uit werkelijke waarde, waardevermindering en bijkomende schade.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van het resterende bedrag aan ING, de hypotheekhouder, en tot vergoeding van bijkomende schade en kosten van juridische en deskundige bijstand aan gedaagden. Tevens wordt rente toegekend over het verschil tussen voorschot en uiteindelijke schadeloosstelling.
Gedaagden vorderden een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de onteigeningsprocedure, maar de rechtbank wijst dit af omdat deze schade onvoldoende verband houdt met de onteigening en een aparte procedure vereist is.
De rechtbank wijst het dagblad De Gelderlander aan voor publicatie van het vonnis. De uitspraak is gedaan door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank stelt de schadeloosstelling vast op €193.000 en veroordeelt de Staat tot betaling van kosten en rente aan gedaagden en ING, zonder immateriële schadevergoeding toe te kennen.