Uitspraak
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 te [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] .
[naam vader], hierna de vader,
[naam moeder] ,hierna de moeder,
1.Het procesverloop
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad.
2.De feiten
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] .
3.Het verzoek
4.De beoordeling
- een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 1:266 BW Pro, is vervuld; en
- de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen.
5.De beslissing
[naam vader] , geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats]in de uitoefening van het ouderlijk gezag over:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
- [minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ;
mr. M. Cox-Weber als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026.