ECLI:NL:RBGEL:2026:683
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening voor extra zorguren bij terminale ALS-patiënte
Verzoekster, lijdend aan de progressieve ziekte ALS en afhankelijk van 24-uurs non-invasieve beademing, had een aanvraag voor Meerzorg op grond van de Wlz ingediend. Het zorgkantoor kende deze gedeeltelijk toe, maar stelde een maximum van 40 uur per week per zorgverlener, wat verzoekster niet voldoende achtte.
Zij maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening, omdat haar euthanasie gepland stond op 4 februari 2026 en zij tot die tijd intensieve zorg nodig had. De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster bij continuering van de zorg zwaarder woog dan het belang van het zorgkantoor, temeer daar geen alternatieve zorg op korte termijn beschikbaar was.
Daarom werd bepaald dat de huidige zorgverleners over de periode van 19 januari 2026 tot het overlijden van verzoekster op 4 februari 2026 de daadwerkelijk gemaakte uren mochten declareren, ook als dit meer was dan 40 uur per week. Andere verzoeken werden afgewezen. Tevens werd het griffierecht aan verzoekster vergoed.
Uitkomst: De voorzieningenrechter staat toe dat zorgverleners van verzoekster meer dan 40 uur per week mogen declareren tot haar overlijden op 4 februari 2026.