ECLI:NL:RBGEL:2026:710

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
449955
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 3:61 lid 2 BWArt. 6:32 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verstekvonnis en toewijzing nakoming schikkingsovereenkomst in civiele zaak over zonnestroomsysteem

In deze civiele procedure vordert [geopposeerde] nakoming van een schikkingsovereenkomst met Maximaal Advies en aanverwante vennootschappen over gebreken aan een geïnstalleerd zonnestroomsysteem. Opposanten betwisten hun gebondenheid aan de schikking, stellende dat slechts Cerfix contractspartij is en dat de contactpersoon [naam 5] niet bevoegd was namens hen te handelen.

De rechtbank stelt vast dat [geopposeerde] sinds 2017 klant is bij Maximaal Advies en dat de offerte en communicatie steeds via Maximaal Advies en haar handelsnamen verliepen, zonder duidelijke mededeling dat een andere vennootschap contractspartij was. De contactpersoon [naam 5] trad langdurig op als aanspreekpunt en voerde schikkingsonderhandelingen, terwijl de bestuurder [naam 1] op de achtergrond bleef maar op de hoogte was.

Op grond van de wilsvertrouwensleer (art. 3:33 jo Pro 3:35 BW) en het leerstuk van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid (art. 3:61 lid 2 BW Pro) oordeelt de rechtbank dat [geopposeerde] gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat hij handelde met Maximaal Advies en dat [naam 5] bevoegd was om de schikking te treffen. De schikkingsovereenkomst is daarmee rechtsgeldig en Maximaal Advies is gebonden.

De overige verweren over de gebreken aan het zonnestroomsysteem worden niet meer behandeld. De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen omdat deze niet deel uitmaken van de schikking. De rechtbank bekrachtigt het verstekvonnis en veroordeelt Maximaal Advies in de proceskosten van de verzetprocedure.

Uitkomst: De rechtbank bekrachtigt het verstekvonnis en veroordeelt Maximaal Advies tot nakoming van de schikkingsovereenkomst en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/449955 / HZ ZA 25-91
Vonnis in verzet van 28 januari 2026
in de zaak van

1.MAXIMAAL ADVIES B.V.,

te Putten,
hierna: Maximaal Advies,
2.
MAXIMAAL ADVIES NEDERLAND B.V.,
te Putten,
hierna: Maximaal Advies Nederland,
3.
CERFIX B.V.,
te Putten,
hierna: Cerfix,
opposanten,
advocaat: mr. W.J. Tielemans.
tegen
[geopposeerde],
te [woonplaats] ,
geopposeerde,
hierna te noemen: [geopposeerde] ,

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verstekvonnis van 22 januari 2025 met zaaknummer C/05/444890 / HZ ZA 24-397,
- de dagvaarding in verzet,
- het tussenvonnis van 21 mei 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging aanvullende producties 16 t/m 19 van [geopposeerde] ,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 juli 2025,
- de akte overleggen nadere producties 1 t/m 8 van opposanten,
- het proces-verbaal van de voortgezette mondelinge behandeling van 24 november 2024,
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[geopposeerde] exploiteert een jachthavenbedrijf te [woonplaats] .
2.2.
Opposanten zijn met elkaar verbonden in een groepsmaatschappij. De heer [naam 1] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van Corner Beheer B.V. Op haar beurt is Corner Beheer B.V. enig bestuurder en enig aandeelhouder van Maximaal Advies (opposant sub 1) en van FJM Invest B.V. FJM Invest B.V. is de bestuurder van Maximaal Advies Nederland (opposant sub 2) en Maximaal Advies Nederland is bestuurder en enig aandeelhouder van Cerfix (opposant sub 3). Cerfix drijft tevens handel onder de namen Energieopmijndak.nl en Maximaal Advies Zonnestroom. De hiervoor genoemde ondernemingen zijn alle gevestigd op hetzelfde adres en hebben hetzelfde postadres te Putten.
2.3.
Sinds 2017 is [geopposeerde] klant bij Maximaal Advies voor de afname van stroom. Tussen [geopposeerde] en (een vertegenwoordiger van) Maximaal Advies is op enig moment ter sprake gekomen dat een offerte kon worden uitgebracht voor de levering en installatie van een zonnestroomsysteem op het terrein van Jachthaven [geopposeerde] . Deze offerte is op 13 januari 2020 uitgebracht (productie 1 van [geopposeerde] ). De offerte is afgedrukt op briefpapier van Maximaal Advies. In de begeleidende tekst bij de offerte staat:

(…)
Offerte | Maximaal Advies Zonnestroom
(…)
Geachte heer [geopposeerde] ,
Bedankt voor uw offerteaanvraag bij Maximaal Advies Zonnestroom. (…)
Maximaal Advies is enthousiast over zonne-energie. (…)
Mocht u tussentijds nog vragen hebben over de offerte dan kunt u contact met ons opnemen op het algemene telefoonnummer (…) of uw contactpersoon [naam 2] (…) of uw vraag per e-mail sturen naar zonnestroom@maximaaladvies.nl (…)
2.4.
Op 5 maart 2020 is de offerte ondertekend door de heer [naam 2] namens “Maximaal Advies Zonnestroom” en door [geopposeerde] . [naam 2] was tot in 2021 medebestuurder en aandeelhouder van Cerfix samen met [naam 1] en de heer [naam 3] .
2.5.
In september 2020 is gestart met de installatie van het zonnestroomsysteem. [naam 2] was op dat moment reeds vertrokken bij Cerfix. Gedurende het project heeft in eerste instantie de heer [naam 4] en later diens broer, de heer [naam 5] , als vaste contactpersoon van [geopposeerde] gefungeerd.
2.6.
Op 26 oktober 2020 is een opleverdocument opgesteld voor het zonnestroomsysteem. Het opleverdocument heeft [geopposeerde] niet ondertekend.
2.7.
Na ingebruikname van het zonnestroomsysteem, heeft [geopposeerde] zich over het systeem beklaagd bij zijn contactpersoon, [naam 5] . Met [naam 1] is [geopposeerde] op 14 november 2020 voor het eerst in contact getreden over de door hem ervaren problemen.
2.8.
In opdracht van [geopposeerde] heeft er vervolgens een inspectie plaatsgevonden van het zonnestroomsysteem door de heer [naam 6] . De installatie is daarbij beoordeeld middels een zogenaamde “Scope 12” norm. Op 19 april 2021 is het inspectierapport verschenen waarin diverse gebreken aan het systeem zijn geconstateerd.
2.9.
In de periode daarna is tussen enerzijds [geopposeerde] en anderzijds [naam 5] en/of de heer [naam 7] gecommuniceerd over een mogelijke oplossing voor de door [geopposeerde] ervaren problemen met het zonnestroomsysteem. Zowel [naam 5] als [naam 7] traden naar buiten toe met een emailadres met domeinnaam maximaaladvies.nl.
2.10.
Op 7 november 2022 is vanuit het e-mailadres van [naam 5] , [e-mailadres] , een bericht verzonden aan [geopposeerde] waarin -onder meer- staat dat [geopposeerde] ten onrechte de aansprakelijkheid voor de gestelde gebreken probeert neer te leggen bij Maximaal Advies: “(…)
Allereerst wordt continu geprobeerd de aansprakelijkheid op Maximaal Advies te leggen echter is de overeenkomst aangegaan met MaximaalAdviesZonnestroom en de installatie door Cerfix”. Onder dit e-mailbericht staan de namen van [naam 5] , [naam 7] en [naam 1] en het bericht is namens Maximaal Advies verzonden.
2.11.
Per e-mailbericht van 24 november 2022 heeft [geopposeerde] aan [naam 5] , [naam 7] en [naam 1] een ingebrekestelling verzonden en is een termijn van veertien dagen gesteld om de installatie volgens de NEN-norm op te leveren.
2.12.
Per e-mailbericht van 6 december 2022 heeft [naam 5] op voornoemde ingebrekestelling gereageerd met de mededeling aan [geopposeerde] dat hij er toch graag samen uit wil komen en [geopposeerde] verzoekt om contact met hem op te nemen, zodat zij samen om tafel kunnen gaan zitten om tot een oplossing te komen.
2.13.
In de periode daarna is er tussen [geopposeerde] en [naam 5] gecommuniceerd over een oplossing in de vorm van het verhelpen van problemen aan de installatie om deze aan de vereiste NEN-norm te laten voldoen. Verder is er gesproken over de betaling van een nader te betalen bedrag aan [geopposeerde] .
2.14.
Op 7 februari 2023 heeft [naam 5] via het e-mailadres “ [e-mailadres] ” aan [geopposeerde] verzonden:

Goedemorgen [geopposeerde] ,
Hierbij stuur ik je een mail waarin wij graag willen ingaan om via een maandelijkse betaling tot een oplossing te komen.
Wij hebben elkaar ook telefonisch gesproken en daarin hebben we het gehad om het bedrag van 88.000Euro ex btw. Af te lossen met 5.000,- per maand en met de mogelijkheid om dit evt vroegtijdig af te betalen. (…) Ik verwacht dat we per ingang van Maart kunnen starten met de 1e betaling. (…)
Ik hoop dat je genoeg hebt aan deze bevestiging van onze kant. [naam 7] en ik willen dit echt zo goed en snel mogelijk recht zetten met de middelen die we hebben en snappen dat het soms niet snel genoeg gaat allemaal. (…)
Mvg.
[naam 5] en [naam 7]
2.15.
[naam 1] heeft zich vervolgens namens opposanten op het standpunt gesteld dat zij niet gebonden zijn aan de door [naam 5] getroffen schikking met [geopposeerde] wegens onbevoegdheid van [naam 5] om opposanten te vertegenwoordigen. Enige betaling vanuit opposanten aan [geopposeerde] op basis van de in geschil zijnde schikkingsafspraken is uitgebleven.

3.Het geschil

3.1.
[geopposeerde] heeft bij inleidende dagvaarding gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, opposanten, dan wel één van hen, veroordeelt om
primair
I. binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan [geopposeerde] te betalen een bedrag van € 88.000,00 ex btw (zijnde € 106.480,00 incl. btw), althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, althans een datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen,
subsidiair
II. binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis aan [geopposeerde] te betalen een bedrag van € 41.539,79 (incl. btw), althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2023 (althans een datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen) tot de dag der algehele voldoening,
zowel primair als subsidiair
III. binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis te betalen de kosten voor het expertiserapport, zijnde € 1.836,78 aan [geopposeerde] ,
IV. tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis aan [geopposeerde] te betalen een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 1.655,00, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie te bepalen – voor het geval dat voldoening van deze kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis,
V. de proceskosten te betalen, voor zover mogelijk vermeerderd met de wettelijke rente daarover, door opposanten te voldoen aan [geopposeerde] binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, althans binnen een termijn door de rechtbank in goede justitie te bepalen.
3.2.
In het verstekvonnis is Maximaal Advies veroordeeld tot -samengevat- betaling van een bedrag van € 106.480,00, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 april 2023 tot de dag van volledige betaling en tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
3.3.
Opposanten vorderen in het verzet -samengevat- dat zij worden ontheven van de veroordelingen zoals uitgesproken in het verstekvonnis, althans dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat [geopposeerde] alsnog niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn vorderingen, althans dat deze hem worden ontzegd of worden gematigd met veroordeling van [geopposeerde] tot betaling van de proceskosten van de verzetprocedure vermeerderd met de wettelijke rente.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het verzet is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.
4.2.
Opposanten betwisten gebonden te zijn aan de schikkingsafspraken zoals die zijn verwoord in het e-mailbericht van 7 februari 2023 van [naam 5] aan [geopposeerde] (hierna: de litigieuze schikkingsovereenkomst, r.o. 2.14). Volgens hen was enkel [naam 1] bevoegd om de vennootschappen te kunnen binden en had hij [naam 5] niet gevolmachtigd om namens (een van) de vennootschappen een schikking te treffen. Subsidiair -als wordt geoordeeld dat de schikking toch rechtsgeldig tot stand is gekomen- voeren opposanten aan dat Maximaal Advies en Maximaal Advies Nederland niet gebonden kunnen zijn aan de schikking, omdat enkel Cerfix betrokken zou zijn geweest bij de installatie en levering van het zonnestroomsysteem. Dit zou betekenen dat enkel Cerfix contractspartij is van [geopposeerde] en door hem aangesproken zou kunnen worden tot nakoming van de schikkingsovereenkomst.
4.3.
[geopposeerde] stelt dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [naam 5] over een toereikende volmacht beschikte om een schikking met hem te treffen. [geopposeerde] verklaart daartoe dat hij meende dat [naam 5] de schikking trof namens Maximaal Advies en dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat dat alle andere namen die in het contact met hem werden gebruikt handelsnamen betroffen van Maximaal Advies.
Maximaal Advies contractspartij [geopposeerde]
4.4.
Voor de beantwoording van de vraag of [geopposeerde] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij een schikking trof met Maximaal Advies geldt als maatstaf de zogenoemde wilsvertrouwensleer van artikel 3:33 jo Pro 3:35 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Aan de hand van wat partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden, moet worden vastgesteld of [geopposeerde] erop mocht vertrouwen dat hij handelde met Maximaal Advies dan wel met een andere vennootschap.
4.5.
Tussen partijen is niet in geschil dat [geopposeerde] reeds vanaf 2017 klant is bij Maximaal Advies voor stroomlevering. Ter zitting heeft [geopposeerde] verklaard dat er op enig moment een gesprek heeft plaatsgevonden tussen hem en (een vertegenwoordiger van) Maximaal Advies naar aanleiding van problemen die hij ondervond met de stroomlevering. Tijdens dat gesprek heeft (de vertegenwoordiger van) Maximaal Advies geopperd dat ook een zonnestroomsysteem kon worden geleverd en daarna is de in 2.3. genoemde offerte uitgebracht. Deze gang van zaken is ter zitting door [naam 1] beaamd.
4.6.
Gesteld noch gebleken is dat tijdens voornoemd gesprek of op enig moment voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst duidelijk is gemaakt aan [geopposeerde] dat hij voor de levering en installatie van het zonnestroomsysteem een handelsrelatie aan zou gaan met een andere vennootschap dan Maximaal Advies.
4.7.
Noch in de tekst van de offerte noch in de begeleidende tekst daarbij staat dat Cerfix de offrerende partij zou zijn. Integendeel, op meerdere plaatsen is verwezen naar Maximaal Advies: bovenaan de begeleidende tekst van de offerte staat het logo van Maximaal Advies met daaronder een vermelding van de website van deze vennootschap en een e-mailadres met domeinnaam maximaaladvies.nl. De offerte is bovendien uitgebracht op briefpapier van Maximaal Advies. Ter zitting heeft [naam 1] verklaard dat [naam 2] , die geen enkele positie had binnen Maximaal Advies, waarschijnlijk een fout heeft gemaakt door het briefpapier van een verkeerde vennootschap te gebruiken. In de offerte zelf worden de namen “Maximaal Advies” en “Maximaal Advies Zonnestroom” genoemd. In de offerte is geen KvK-nummer vermeld terwijl het niet vermelden daarvan in strijd is met artikel 27 van Pro de Handelsregisterwet welk artikel nu juist ten doel heeft om duidelijkheid te betrachten in het handelsverkeer. Onder deze omstandigheden behoefde [geopposeerde] dan ook niet te weten dat Maximaal Advies Zonnestroom een handelsnaam is van Cerfix, zoals door opposanten is bepleit.
4.8.
Ook na de offertefase zijn de namen van de verschillende ondernemingen uit de groep door elkaar gebruikt. De facturen, een factuur van 11 september 2020 en een creditfactuur van 6 november 2020, zijn verstuurd op briefpapier waarop linksboven het logo van Maximaal Advies staat en rechtsboven de naam Maximaal Advies zonnestroom/Cerfix B.V. Ter zitting is opposanten de e-mail voor gehouden van 6 november 2020 van mevrouw Van den Akker (productie 6 van opposanten) waarin staat: “
De factuur is verstuurd vanuit de installateur Cerfix B.V., een 100% dochteronderneming van Maximaal Advies Nederland B.V.”.De rechtbank heeft opposanten voorgehouden dat met deze tekst de indruk wordt gewekt dat er enerzijds sprake is van een verkoper met wie de overeenkomst is gesloten voor de aanschaf van het systeem en anderzijds sprake is van een andere installateur, namelijk Cerfix. Opposanten hebben ter zitting geen verklaring kunnen geven waarom deze e-mail zo is opgesteld als het standpunt is dat Cerfix de enige contractspartij is. Daarbij komt dat niet alleen in de offerte en in de facturen melding wordt gemaakt van Maximaal Advies, ook de correspondentie is vanuit Maximaal Advies gevoerd. [geopposeerde] heeft daartoe onbetwist gesteld dat [naam 5] zich destijds uitgaf als CEO en co-owner van Maximaal Advies en dat [naam 7] zichzelf presenteerde als co-owner van Maximaal Advies en Cerfix. Deze contactpersonen van [geopposeerde] maakten beiden gebruik van een emailadres met de domeinnaam maximaaladvies.nl (zie: r.o. 2.9. en 2.10).
4.9.
Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat opposanten nimmer duidelijkheid hebben verschaft aan [geopposeerde] met welke contractspartij hij zaken deed, terwijl opposanten anderzijds hun ondernemingen door elkaar gebruikten. Ook blijkt daaruit dat Maximaal Advies door opposanten in feite in al het contact met [geopposeerde] als contractspartij werd gehanteerd. Het enkele feit dat [geopposeerde] de factuur betaalde aan Cerfix is onvoldoende om te kunnen concluderen dat [geopposeerde] had kunnen weten met welke contractspartij hij in zee was gegaan nu een schuld ingevolge het bepaalde in artikel 6:32 BW Pro ook aan een derde kan worden voldaan.
4.9.
Gelet op het voorgaande mocht [geopposeerde] ervan uitgaan dat hij handelde met Maximaal Advies.
Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid
4.10.
Door opposanten is onbetwist gesteld dat [naam 5] niet bevoegd was om Maximaal Advies te vertegenwoordigen bij het aangaan van de schikking. De vervolgvraag is of [geopposeerde] succesvol een beroep kan doen op het leerstuk van toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid dat wettelijk is verankerd in artikel 3:61 lid 2 BW Pro. In dit artikellid staat dat als een rechtshandeling in naam van een ander is verricht, dat dan tegen de wederpartij die er -kort gezegd- gerechtvaardigd op vertrouwde dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van die veronderstelling geen beroep kan worden gedaan.
4.11.
Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat voor toerekening van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid op grond van voornoemd artikellid plaats kan zijn ingeval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op feiten en omstandigheden die voor risico van de vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (zie: HR 19 februari 2010:ECLI:NL:HR:2010:BK767 (ING/Bera)). Van zodanige feiten en omstandigheden kan ook sprake zijn ingeval van een niet-doen, waaronder het laten voortbestaan van een bepaalde situatie. Verder mag de wederpartij er onder omstandigheden op vertrouwen dat de rechtspersoon met wie zij handelt, zijn organisatie zodanig heeft ingericht dat een overeenkomst slechts met toestemming van de vertegenwoordigingsbevoegde bestuurders wordt gesloten (zie: HR 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1456 (Zilveren Kruis/IPGGZ). Op dit zogenoemde risicobeginsel en laatstgenoemd arrest heeft [geopposeerde] een beroep gedaan. Voor toepassing van dit risicobeginsel is echter geen plaats in gevallen waarin het tegenover de wederpartij gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegd handelende persoon (zie: HR 3 februari 2017, ECLI:HR:2017:142 (Tamacht/Hodenius)).
4.12.
Ter zitting is komen vast te staan dat [naam 5] gedurende vrijwel de gehele installatie van het zonnestroomsysteem en ook nog na ingebruikname daarvan de contactpersoon was van Maximaal Advies voor [geopposeerde] . Gedurende langere tijd -van september 2020 tot en met het voorjaar van 2023- heeft Maximaal Advies [naam 5] dus als haar contactpersoon naar voren geschoven, ook toen het aankwam op het vinden van oplossingen voor de gebreken aan de installatie die volgens [geopposeerde] aan de orde waren. Gebleken is echter dat [naam 1] gedurende de onderhandelingen over het oplossen van de gebreken op de achtergrond op de hoogte was van de contacten tussen [geopposeerde] en [naam 5] . Zo heeft [geopposeerde] op 7 november 2022 een e-mailbericht gekregen van [naam 5] , Kamphuis en [naam 1] waarin de aansprakelijkheid voor de door [geopposeerde] gestelde gebreken aan de installatie van de hand wordt gewezen. [geopposeerde] heeft hierop per e-mailbericht van 24 november 2022 gereageerd met een ingebrekestelling aan [naam 5] en ook aan [naam 1] en Kamphuis.
4.13.
Ter zitting heeft [naam 1] over deze periode van mailwisselingen dan ook verklaard dat hij zelf geen direct contact had met [geopposeerde] , maar dat hij wist dat [naam 5] en [naam 7] met [geopposeerde] spraken over een oplossing voor de door [geopposeerde] geuite klachten over het systeem. Verder heeft hij verklaard dat hij gesprekken heeft gevoerd met [naam 5] en [naam 7] waarin hij heeft gezegd dat als zij fouten hadden gemaakt, dat die dan moesten worden opgelost. [naam 1] heeft voorts ter zitting erkend dat hij weet dat op enig moment tussen [naam 5] en [geopposeerde] is gesproken over een oplossing in de vorm van betaling van een geldsom en dat hij hiervan op de hoogte werd gehouden. Daarbij heeft hij met [naam 5] gesproken over concrete geldbedragen, maar deze waren volgens [naam 1] niet in de orde van grootte zoals uiteindelijk door [naam 5] aan [geopposeerde] is toegezegd. Volgens hem was hij niet op de hoogte van het schikkingsbedrag waar [naam 5] uiteindelijk per e-mailbericht van 7 februari 2023 akkoord op heeft gegeven.
4.14.
Deze handelwijze van [naam 1] waarbij hij het voeren van de schikkingsonderhandelingen overliet aan [naam 5] , hij zelf volledig op de achtergrond bleef zonder duidelijk te maken aan [geopposeerde] dat [naam 5] niet vertegenwoordigingsbevoegd was, terwijl [naam 1] wel op de hoogte was van schikkingsonderhandelingen, maken dat [geopposeerde] er redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat [naam 5] Maximaal Advies mocht vertegenwoordigen. Maximaal Advies is dan ook gebonden aan de schikkingsovereenkomst en [geopposeerde] vordert terecht nakoming daarvan.
4.15.
De overige verweren van opposanten ten aanzien van de gebreken aan het zonnestroomsysteem behoeven dan ook geen bespreking meer.
Gevorderde onderzoekskosten
4.16.
Bij verstekvonnis is de door [geopposeerde] gevorderde betaling van € 1.836,78 aan onderzoekskosten afgewezen. [geopposeerde] vraagt alsnog om toewijzing van die kosten. Die vordering wordt niet toegewezen. [geopposeerde] vraagt nakoming van de schikking. Het bedrag aan onderzoekskosten maakt geen deel uit van de bereikte schikking, terwijl ook niet blijkt dat [geopposeerde] bij het aangaan van de schikking het recht heeft voorbehouden die kosten bij Maximaal Advies in rekening te brengen.
Slotsom
4.17.
Het verstekvonnis wordt bekrachtigd.
Proceskosten
4.18.
Omdat Maximaal Advies in deze verzetprocedure in het ongelijk is gesteld, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [geopposeerde] vastgesteld op een totaalbedrag van € 2.107,00 bestaande uit een bedrag van € 1.929,00 aan salaris advocaat (1 punt × 1.929,00) en de nakosten van € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
bekrachtigt het verstekvonnis van 22 januari 2025 met zaaknummer C/05/444890/ HZ ZA 24-397,
5.2.
veroordeelt Maximaal Advies in de proceskosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [geopposeerde] tot dit vonnis vastgesteld op € 2.107,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Maximaal Advies niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Maximaal Advies tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.H.A. Heenk en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.
GW/KH