Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
hij op of omstreeks 4 mei 2025 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, haar keel/hals heeft dichtgeknepen/dichtgehouden en/of een verwurging bij haar heeft aangelegd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
hij in of omstreeks de periode van 24 april 2025 tot en met 4 mei 2025 te [plaats] aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een brandwond/litteken op haar linkerarm, heeft toegebracht door de vlam van een aansteker tegen die arm te houden en/of een hete/warme aansteker tegen die arm te drukken/houden;
de rechtbank begrijpt: verdachte)[04:10:42]: Hi mijn vriendin en ik hebben elkaar net voor de zoveelste keer door alcohol aangevallen
volopzet heeft gehad om [slachtoffer] van het leven te beroven.
voorwaardelijkopzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer] . Hiervan is kort gezegd sprake als er een aanmerkelijke kans aanwezig was dat dit gevolg – de dood – zou intreden en verdachte op dat moment welbewust die kans heeft aanvaard. Of dit zo is, is naar vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
3.De bewezenverklaring
of omstreeks4 mei 2025 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen haar keel/hals heeft dichtgeknepen
/dichtgehoudenen/of een verwurging bij haar heeft aangelegd terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De toegepaste wettelijke bepalingen
9.De beslissing
drie maanden;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
120 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;