Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een monumentale rode beuk op een perceel in de gemeente.
Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en dienden een verzoek om voorlopige voorziening in. De voorzieningenrechter oordeelde dat een groot deel van de verzoekers niet ontvankelijk was omdat zij geen bezwaarschrift hadden ingediend en/of niet als belanghebbende konden worden aangemerkt. Slechts één verzoeker, eigenaar van een aangrenzend perceel, werd als belanghebbende erkend.
Inhoudelijk werd geoordeeld dat het college de vergunning in redelijkheid heeft mogen verlenen. De boom is aangetast door de reuzenzwam en zal op termijn sterven. Hoewel een boomexpert een levensverwachting van 10 tot 15 jaar gaf bij intensief onderhoud, is dit kostbaar en slechts tijdelijk. Het college mocht daarom besluiten tot kap. Verzoekers boden aan bij te dragen aan onderhoudskosten, maar dit veranderde het oordeel niet.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het verzoek van de overige verzoekers niet ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.