ECLI:NL:RBGEL:2026:719

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
AWB-25_5247
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 1:2 AwbArt. 5.1 OmgevingswetArt. 22.8 OwArt. 4:11a APV gemeente Buren 2025
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen kap monumentale rode beuk in gemeente Buren

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een monumentale rode beuk op een perceel in de gemeente.

Verzoekers maakten bezwaar tegen het besluit en dienden een verzoek om voorlopige voorziening in. De voorzieningenrechter oordeelde dat een groot deel van de verzoekers niet ontvankelijk was omdat zij geen bezwaarschrift hadden ingediend en/of niet als belanghebbende konden worden aangemerkt. Slechts één verzoeker, eigenaar van een aangrenzend perceel, werd als belanghebbende erkend.

Inhoudelijk werd geoordeeld dat het college de vergunning in redelijkheid heeft mogen verlenen. De boom is aangetast door de reuzenzwam en zal op termijn sterven. Hoewel een boomexpert een levensverwachting van 10 tot 15 jaar gaf bij intensief onderhoud, is dit kostbaar en slechts tijdelijk. Het college mocht daarom besluiten tot kap. Verzoekers boden aan bij te dragen aan onderhoudskosten, maar dit veranderde het oordeel niet.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het verzoek van de overige verzoekers niet ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen kapvergunning monumentale rode beuk wordt afgewezen en verzoekers worden grotendeels niet ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5247

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker 1], uit [plaats],[verzoeker 2], uit [plaats],

[verzoeker 3], uit [plaats],
[verzoeker 4], uit [plaats],
[verzoeker 5], uit [plaats],
[verzoeker 6], uit [plaats],
[verzoeker 7], uit [plaats],
[verzoeker 8], uit [plaats],
[verzoeker 9], uit [plaats],
[verzoeker 10], uit [plaats],
[verzoeker 11], uit [plaats],
verzoekers,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren

(gemachtigde: mr. T. Akkermans).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde-partij]uit [plaats],
vergunninghouder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college van 29 oktober 2025, waarin aan vergunninghouder een omgevings-vergunning is verleend voor het kappen van een monumentale rode beuk op het adres [locatie] in [plaats]. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij hebben bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Zij voeren daartoe een aantal gronden aan.
1.1.
De voorzieningenrechter verklaart in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers, met uitzondering van [verzoeker 11], niet ontvankelijk en wijst het verzoek van [verzoeker 11] af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Op het perceel aan de [locatie] in [plaats] staat een monumentale rode beuk. Vergunninghouder is eigenaar van dit perceel.
2.1.
Op 15 oktober 2025 heeft vergunninghouder een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het kappen van deze boom.
2.2.
Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft het college deze vergunning verleend. Deze vergunning is geldig na 4 weken vanaf de dag na verzending van het besluit. Volgens het college wordt voldaan aan artikel 4.11a, vierde lid, onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Buren 2025 (APV), omdat de monumentale boom is aangetast door de reuzenzwam. De inschatting is dat de boom binnen zeer korte tijd onveilig zal zijn voor huis en omgeving.
2.3.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
2.4.
Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.5.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers [verzoeker 1], [verzoeker 5] en
[persoon A] alsmede de gemachtigde van het college. Daarnaast hebben aan de zitting deelgenomen: [persoon B] en [persoon C], namens vergunninghouder.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Ontvankelijkheid
3. Op grond van artikel 8:81, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden gedaan door de indiener van het bezwaarschrift. Het college heeft de voorzieningenrechter geïnformeerd dat in ieder geval door verzoekers [verzoeker 8], [verzoeker 2] en [verzoeker 7], geen bezwaarschriften tegen het bestreden besluit zijn ingediend. Derhalve is er geen sprake van een connexiteit tussen het bezwaar en het verzoek om een voorlopige voorziening van deze verzoekers. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers [verzoeker 8], [verzoeker 2] en [verzoeker 7], niet ontvankelijk.
Belanghebbende
4. Vervolgens ligt de vraag voor of de overige verzoekers als belanghebbenden op grond van artikel 1:2 van Pro de Awb kunnen worden aangemerkt. Ingevolge artikel 1:2 van Pro de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen.
Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van iemand zijn, wordt gekeken naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Zonodig worden deze factoren in onderlinge samenhang bekeken. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. [1]
5. Verzoekers voeren aan dat de boom van grote waarde is voor hun woongenot. De monumentale boom is beeldbepalend voor het dorp. De boom staat bij de ingang van het dorp. Verzoekers wonen in de buurt van de boom, passeren deze boom dagelijks en genieten van deze monumentale boom. Zij stellen dat zij daarom belanghebbenden zijn en kunnen worden ontvangen in hun verzoek om een voorlopige voorziening.
6. De voorzieningenrechter stelt vast, gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en het besprokene op zitting, dat verzoekers [verzoeker 1], [verzoeker 3], [verzoeker 4], [verzoeker 5], [verzoeker 6], [verzoeker 9] en [verzoeker 10], op geruime afstand (meer dan 100 meter) van de boom wonen en dat zij geen direct zicht hebben op deze boom. Er is sprake van begroeiing en bebouwing tussen de woningen van deze verzoekers en de boom. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het kappen van de rode beuk geen zodanige invloed op de woon- en leefomgeving van verzoekers heeft dat zij als belanghebbende aangemerkt kunnen worden. Voor zover verzoekers zich als individu inzetten voor het behoud van de rode beuk, moet dit aangemerkt worden als een subjectief gevoel van betrokkenheid en kan dit niet leiden tot het aannemen van belanghebbendheid. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat verzoekers als individuele personen niet voor algemene belangen kunnen opkomen. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat verzoekers geen belanghebbende zijn als bedoeld in artikel 1:2 van Pro de Awb en dat zij niet kunnen worden ontvangen in hun verzoek om een voorlopige voorziening.
6.1.
Ten aanzien van de vraag of verzoeker [verzoeker 11] als belanghebbende kan worden aangemerkt, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker eigenaar is van een aangrenzend perceel. De omstandigheid dat het perceel aan de overzijde van de weg ligt, maakt dat niet anders. Hoewel verzoeker op dit moment, door begroeiing op zijn eigen perceel, beperkt zicht heeft op de boom bestaat de mogelijkheid dat hij de begroeiing verwijdert. In dat geval heeft hij volledig zicht op de boom. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat het aannemelijk is dat verzoeker ook op dit moment nog wel enig zicht heeft op de boom. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is verzoeker [verzoeker 11] daarom aan te merken als belanghebbende. De voorzieningenrechter zal hierna de door verzoeker aangevoerde gronden inhoudelijk beoordelen.
Toetsingskader
7. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Onder een omgevingsplanactiviteit valt onder meer een activiteit die in strijd is met het (tijdelijk deel van) het omgevingsplan van de gemeente Buren.
7.1.
In artikel 22.8 van de Ow wordt verwezen naar de plaatselijke verordeningen.
7.2.
Artikel 4:11a, eerste tot en met vierde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Buren 2025 (APV) luidt als volgt:
1. Het is verboden een houtopstand te vellen of te doen vellen, wanneer deze houtopstand voorkomt op de door het college vast te stellen lijst van waardevolle bomen.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor een beschermde houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving van het college of ten behoeve van dunning, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:11d en 4:11e van deze verordening.
3. Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.
4. Het bevoegd gezag kan van het verbod in het eerste lid van dit artikel ontheffing verlenen als:
a. een zwaarwegend maatschappelijk belang opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde houtopstand;
b. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade en er geen passend alternatief voorhanden is.
7.3.
De monumentale rode beuk staat op de Waardvolle Bomenlijst van 16 augustus 2016 vermeld, zodat een omgevingsvergunning is vereist voor de kap van deze boom.
Heeft het college de omgevingsvergunning mogen verlenen?
8. Verzoeker voert aan dat er geen noodzaak is om de monumentale boom te kappen. De boom is weliswaar stervende door aantasting met de reuzenzwam, maar ook een afstervende boom heeft nog waarde. Uit het eerste advies van Boomtotaalzorg van 12 december 2022 blijkt dat er geen verhoogd risico is op instabiliteit en dat de boom afhankelijk van de voortgang, aantasting en conditie, een levensverwachting heeft van 10 tot 15 jaar. Deze boomexpert adviseert een kroonreductieplan te volgen waarbij de boom in de komende jaren in verschillende fases en tussenpozen van 4 tot 5 jaar wordt begeleid naar een veterane boom. Het besluit de boom te kappen is gebaseerd op een tweede advies van Woudstra BV. Deze partij is volgens verzoeker niet onafhankelijk omdat dit bedrijf de boom ook gaat kappen. Vergunninghouder wil de kosten verbonden aan de levensrekkende maatregelen enkel niet betalen om economische redenen, maar hij kan voor de kosten van het onderhoud ondersteuning van de gemeente en ODR krijgen.
9. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Niet in geschil is dat de boom is aangetast met de reuzenzwam en op termijn zal sterven. Uit het eerste rapport van Boomtotaalzorg blijkt dat de boom het 10 tot 15 jaar kan volhouden, maar dat dit ten koste gaat van de monumentale kroon. Ook is de verwachting dat de stabiliteit de komende jaren zal afnemen. De kosten van onderhoud zijn geraamd op bijna € 20.000,-- bij een levensverwachting van 15 jaar.
Vergunninghouder heeft in 2022 reeds een kapvergunning gekregen, maar heeft daar geen gebruik van gemaakt; hij heeft getracht de boom te behouden. Voor de kosten van het onderhoud van de boom heeft vergunninghouder subsidie aangevraagd bij het Bomenfonds van de Bomenstichting, maar deze aanvraag is afgewezen vanwege de matige tot slechte levensverwachting die de boom heeft. Het advies van de Bomenstichting is om de boom op termijn te vervangen met een boom van de eerste grootte.
Ook uit het rapport van Boomadvies Woudstra B.V. blijkt dat de boom stervende is en met onderhoud slechts tijdelijk kan worden behouden.
Gelet op het feit dat de boom stervende is, slechts tijdelijk kan worden behouden bij intensief onderhoud, de toenemende instabiliteit en de hoge kosten die gemoeid zijn met het onderhoudsplan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het college in redelijkheid de vergunning voor de kap van de boom heeft mogen verlenen. Het betoog van verzoeker slaagt niet.
9.1.
Op zitting hebben verzoekers te kennen gegeven dat zij bereid zijn een bijdrage te leveren aan de kosten van onderhoud van de boom om zodoende de kap van de boom te voorkomen. Dit maakt het oordeel van de voorzieningenrechter over het bestreden besluit niet anders. Het is aan partijen om hierover met elkaar in overleg te gaan en het is aan vergunninghouder of hij gebruik wil maken van de verleende omgevingsvergunning.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers, met uitzondering van [verzoeker 11], niet ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [verzoeker 11] af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers [verzoeker 1], [verzoeker 2], [verzoeker 3], [verzoeker 4], [verzoeker 5], [verzoeker 6], [verzoeker 7], [verzoeker 8], [verzoeker 9] en [verzoeker 10], niet ontvankelijk;
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker 11] af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld ABRvS van 23 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1819.