ECLI:NL:RBGEL:2026:722

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
ARN-25_5747VK
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 5 Verordening gemeentelijke adviescommissie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsprocedure

Verzoeker, lid van de Commissie Omgevingskwaliteit, werd feitelijk geschorst nadat het college besloot zijn benoeming niet te effectueren. Verzoeker vroeg het college zijn schorsing in te trekken, maar het college nam geen besluit. Hiertegen stelde verzoeker beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening aan de hand van artikel 8:81 Awb Pro, dat onder meer vereist dat er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is (formele connexiteit). De rechtbank had het beroep van verzoeker op 16 januari 2026 niet-ontvankelijk verklaard, waardoor geen beroepsprocedure meer loopt.

Daarom voldoet het verzoek om voorlopige voorziening niet aan het formele connexiteitsvereiste en is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een lopende beroepsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/5747

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet

(gemachtigde: mr. G.M. Hissink).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Verzoeker is lid van de Commissie Omgevingskwaliteit [plaats]. Op 28 maart 2024 heeft het college verzoeker bericht dat het besluit van de raad van 26 oktober 2023 om hem te benoemen als burgerlid voor de eerste termijn voor de Commissie niet wordt geëffectueerd door een aanstellingsbesluit. Verzoeker is daardoor feitelijk geschorst op grond van artikel 5, vijfde lid, van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie, Commissie Omgevingskwaliteit [plaats].
3. Op 5 november 2025 heeft verzoeker het college verzocht om zijn schorsing als lid van de Commissie Omgevingskwaliteit [plaats] met onmiddellijke ingang in te trekken. Op dit verzoek is nog niet beslist.
4. Omdat besluitvorming op zijn verzoek van 5 november 2025 uitbleef heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. Uit artikel 8:81 van Pro de Awb vloeit verder voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Het formele connexiteitsvereiste houdt in dat er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak.
6. Bij uitspraak van 16 januari 2026 heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. [1] De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedure meer loopt. Daarom voldoet het verzoek om voorlopige voorziening niet meer aan het formele connexiteitsvereiste.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd de uitspraakte ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.ARN 25/5751