ECLI:NL:RBGEL:2026:753

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
ARN 25/183
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1 lid 1 sub a OmgevingswetArt. 22.1 OmgevingswetArt. 4.6 lid 1 Invoeringswet OmgevingswetArt. 22.280 Omgevingsplan gemeente EdeArt. 22.281 Omgevingsplan gemeente Ede
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning kamergewijze huisvesting drie jonge statushouders

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede heeft verleend voor de kamergewijze huisvesting van drie jonge statushouders in een woning nabij haar woonadres. Zij stelt dat het woon- en leefklimaat door deze huisvesting wordt aangetast en dat er sprake is van overlast, waaronder geluidshinder en ongewenst bezoek.

De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk behandeld en beoordeeld of het college terecht heeft geoordeeld dat de vergunning kan worden verleend op grond van artikel 3.4 van het parapluplan, dat voorwaarden stelt aan kamergewijze verhuur. Het college heeft gemotiveerd dat de woning geschikt is, dat er ambulante begeleiding is voor de jongeren en dat er maatregelen zijn getroffen om klachten van omwonenden te behandelen.

De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid heeft kunnen besluiten dat het woon- en leefklimaat aanvaardbaar blijft en dat de belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad. De overlast die eiseres aanvoert is onvoldoende om de vergunning te weigeren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en laat de beslissing op bezwaar in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor kamergewijze huisvesting van drie jonge statushouders wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/183

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. K.A. Luehof),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede

(gemachtigde: mr. M.L.D.J. van Heijst).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Woonstede uit Ede.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de verleende omgevingsvergunning voor de kamergewijze huisvesting van drie jonge statushouders in de woning aan de [locatie 1] in [plaats]. Eiseres is het hier niet mee eens en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de beslissing op bezwaar in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 20 juni 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor de kamergewijze huisvesting van drie jonge statushouders. Met de beslissing op bezwaar van eiseres van 3 december 2024 is het college, onder aanvulling van de motivering, bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. De derde-partij heeft ook schriftelijk gereageerd.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 26 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het college samen met [persoon A] en namens de derde-partij [persoon B] en mr. T.P. Boer.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres woont op het adres [locatie 2] in [plaats]. Op 7 februari 2024 heeft eiseres het college verzocht om handhavend op te treden wegens bewoning in strijd met het omgevingsplan in de woning naast eiseres, op het adres [locatie 1] in [plaats]. Op het moment van het handhavingsverzoek werd de woning door Stichting Entrea Lindenhout (Entrea) gereedgemaakt voor de huisvesting van drie jonge statushouders. Op dat moment was nog geen sprake van bewoning. Entrea huurt de woning van de derde-partij.
3.1.
Op 21 maart 2024 heeft Entrea een omgevingsvergunning aangevraagd voor het kamergewijs huisvesten van drie alleenstaande jonge statushouders. De aanvraag ziet op de omgevingsplanactiviteit “afwijken van de regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan”. [1]
3.2.
Het omgevingsplan gemeente Ede is van toepassing. Het omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplanbepalingen zijn opgenomen die voor 1 januari 2024 golden. [2] Op het perceel was voor 1 januari 2024 het bestemmingsplan “Maandereng - Rietkampen” (het bestemmingsplan) van toepassing en het perceel had de bestemming “Wonen”. Ook was op het perceel het bestemmingsplan “Ede, Parapluplan Wonen” (het parapluplan) van toepassing.
3.3.
Uit artikel 3.1 van het parapluplan volgt dat de toegestane functies ‘wonen’ in de bestemmingsomschrijving, doeleindenomschrijving en functieomschrijvingen van het bestemmingsplan worden vervangen door: “wonen in de vorm van een woning”. Onder woning wordt volgens artikel 1.7 van het parapluplan verstaan: “een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden”.
3.4.
Volgens het college vormen de drie jonge statushouders niet één huishouden waardoor deze vorm van bewoning in strijd is met het parapluplan. Het college heeft daarom gekeken of voldaan wordt aan de in artikel 3.4. van het parapluplan genoemde voorwaarden om met een omgevingsvergunning kamergewijze verhuur in de woning toe te staan. Het college heeft daarbij ook gekeken of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. [3] Artikel 3.4 van het parapluplan luidt als volgt:
Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning kamergewijze verhuur in woningen toestaan, mits:
a. dit niet leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat;
b. er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is voor auto en fiets;
c. de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast;
d. de belangen van omwonenden niet onevenredig worden geschaad.
3.5.
Op 20 juni 2024 heeft het college de omgevingsvergunning verleend omdat volgens het college voldaan wordt aan artikel 3.4 van het parapluplan en ook sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
3.6.
Met de beslissing op bezwaar van 3 december 2024 heeft het college de omgevingsvergunning, onder aanvulling van de motivering, in stand gelaten.
Is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat?
4. Eiseres betoogt dat er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden. Er zijn volgens eiseres vanuit de buurt diverse meldingen gedaan bij de politie over het gedrag en de leefstijl van de huidige bewoners. Eiseres stelt dat de eerdere bewoners keiharde muziek draaiden, regelmatig dronken waren en luidruchtig waren. Nu zijn er nieuwe bewoners waarbij het voornamelijk gaat om hinder vanwege traprennen en deuren en ramen dichtsmijten. Dit gaat volgens eiseres soms tot 01.00 uur in de nacht door. Het gedrag en de leefstijl zijn niet passend om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden te behouden. Het college heeft dit ten onrechte niet meegewogen in de beslissing op bezwaar. Ook is beperkt sprake van toezicht. Begeleiders zijn volgens eiseres nog geen 10 uur in de week aanwezig. De bewoners, en vooral hun omgeving, worden aan hun lot overgelaten. De bewoners hebben een totaal ander woon- en leefritme dan de rest van de buurt. Op de zitting heeft eiseres gesteld dat ook met enige regelmaat bezoekers langskomen die ook blijven slapen. Eiseres meent daarom dat zij onevenredig geschaad wordt in haar belangen.
4.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat de woning geschikt is voor de huisvesting van drie jonge statushouders. De gemeente Ede heeft een taak in het kader van het huisvesten van statushouders. Hierover heeft de gemeente beleidsafspraken gemaakt met de huurdersbond en de derde-partij. Daar vloeit uit voort dat de statushouders onder een urgentieregeling vallen. Dit betekent dat de statushouders voorrang krijgen bij de verdeling van sociale huurwoningen, zoals de huurwoning aan de [locatie 1] in [plaats]. Volgens het college leidt de omgevingsvergunning niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit komt door de combinatie van de beperkte omvang van de huisvesting en de ambulante begeleiding die er voor de jongeren is. Er is een omgevingsvergunning verleend voor kamergewijze huisvesting van drie bewoners. De woonoppervlakte is volgens het college geschikt voor dit aantal bewoners. Gezien de leeftijd van de statushouders, vindt het college het wel van belang dat er begeleiding is. Dit is vanuit de vergunninghouder geregeld. De jongeren worden begeleid door medewerkers van YOIN. De precieze invulling hiervan is de verantwoordelijkheid en expertise van de vergunninghouder. Dit hangt ook af van de concrete jongeren die op de locatie worden gehuisvest. Direct omwonenden hebben een rechtstreeks telefoonnummer gekregen om contact te zoeken met de jongerenwerkers van YOIN. Naast vergunninghouder heeft ook de derde-partij als verhuurder hierin een rol. Ook is er een woonconsulent belast met de taak om eventuele klachten van omwonenden te onderzoeken, dit op te lossen en actie te ondernemen. Hoewel deze maatregelen vooral ten behoeve van de jeugdige bewoners zijn getroffen, is hiermee ook geborgd dat er stappen worden genomen in reactie op eventuele overlast die omwonenden ervaren van de drie jongeren.
4.2.
De rechtbank oordeelt dat het college in redelijkheid mocht concluderen dat voldaan wordt aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van het bestemmingsplan. Het college heeft gemotiveerd waarom sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Desgevraagd heeft het college op de zitting toegelicht dat meldingen van overlast alleen van eiseres komen. De rechtbank overweegt dat het college bij de belangenafweging ook mocht betrekken dat het college een taak heeft in het huisvesten van (minderjarige) statushouders. Uit de omstandigheden die eiseres aanvoert blijkt niet dat haar belangen door de vergunningverlening onevenredig geschaad worden. Kamergewijze verhuur leidt op zichzelf niet tot aantasting van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de verhuur aan jonge statushouders ook niet. In de praktijk kunnen bewoners overlast veroorzaken, maar dat is ook het geval bij reguliere bewoning. Dit zou anders zijn als verhuur aan jonge statushouders altijd gepaard gaat met ernstige overlast, maar dat is niet het geval. Dit betekent dat eventuele overlast bij de gebruikmaking van de omgevingsvergunning moet worden aangepakt en opgelost. Zo heeft de derde-partij op de zitting aangegeven bereid te zijn te kijken naar de mogelijkheid om in de huurovereenkomst met Entrea afspraken vast te leggen die zien op (de beperking van) bezoek en logées. Dat statushouders net als andere bewoners overlast kunnen veroorzaken betekent echter niet dat de omgevingsvergunning in redelijkheid nooit had kunnen of mogen worden verleend. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van D. van Til, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 22.280 van het omgevingsplan gemeente Ede.
2.Artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.
3.Artikel 22.281 van het omgevingsplan.