ECLI:NL:RBGEL:2026:758

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
11936458 \ HA VERZ 25-73
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:678 BWArt. 7:610b BWArt. 6:677 BWArt. 7:672 BWArt. 7:673 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; toekenning vergoedingen aan werknemer

Werknemer trad op 1 juni 2025 in dienst bij SSD Traffic op basis van een nul-urencontract. Op 17 september 2025 werd hij op staande voet ontslagen wegens vermeende ernstige overtredingen, waaronder het onjuist bijhouden van kaartjes en het spelen op een PlayStation tijdens werktijd. Werknemer betwistte deze verwijten en stelde dat hij op die dag niet werkte en geen dringende reden bestond voor ontslag.

De kantonrechter stelde vast dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd voor de dringende reden. Verklaringen en foto’s waren onvoldoende concreet en het vermeende filmpje was niet overgelegd. Ook was werknemer niet aan het werk op de dag van het ontslag. Hierdoor werd het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig verklaard.

Werknemer berustte in het ontslag maar vorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter stelde het loon vast op basis van een referteperiode van drie maanden en wees de vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe over de periode van 17 september tot 1 november 2025. Ook de transitievergoeding en een billijke vergoeding van €500 werden toegewezen, waarbij rekening werd gehouden met de korte diensttijd en het feit dat werknemer inmiddels elders werk had gevonden.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen omdat deze al in de proceskosten waren begrepen. SSD Traffic werd veroordeeld tot betaling van de vergoedingen en proceskosten, met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig en werkgever is veroordeeld tot betaling van onregelmatige opzegvergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 11936458 \ HA VERZ 25-73
Beschikking van 20 januari 2026
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: werknemer,
gemachtigde: mr. W.P. Ganzeboom,
tegen
SSD TRAFFIC SERVICE B.V.,
gevestigd te Nijmegen,
verwerende partij,
hierna te noemen: SSD Traffic,
gemachtigde: mr. D. Dekker.
De zaak in het kort
In deze zaak stelt de werknemer dat het aan hem gegeven ontslag op staande voet niet rechgsgeldig is en verzoekt hij, naast de vergoeding wegens onregelmatige opzegging en de transitievergoeding, om toekenning van een billijke vergoeding. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat het ontslag niet (rechts)geldig is.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 10;
- het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 5;
- de namens werknemer overgelegde aanvullende producties 11 tot en met 13;
- de namens SSD Traffic overgelegde aanvullende bijlage.
1.2.
De zaak is mondeling behandeld op 9 december 2025. Verschenen is werknemer, bijgestaan door mr. Ganzeboom. Namens SSD Traffic is [naam 1] (hierna: [naam 1] ) verschenen, bijgestaan door mr. Dekker. Beide gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is besproken.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Werknemer, geboren op 23 juni 2002, is op 1 juni 2025 in dienst gegaan bij SSD Traffic. In de arbeidsovereenkomst is als functie ‘verkeersregelaar’ opgenomen, maar in feite was werknemer werkzaam als bewaker fietsenstalling. De arbeidsovereenkomst betrof een nul-uren contract voor bepaalde tijd, eindigend per 1 december 2026. Het uurloon bedroeg € 14,06 bruto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.
2.2.
Op 17 september 2025 is werknemer mondeling op staande voet ontslagen. In de e-mail van diezelfde dag waarin het ontslag is bevestigd heeft SSD Traffic geschreven:
Vandaag is door ons bedrijf geconstateerd dat u de regels van het bedrijf en de normen van goed werknemerschap ernstig hebt overtreden.
U Het bijhouden en afgeven van kaartjes aan bezoekers werd niet op de voorgeschreven wijze gedaan. U gebruikte de werkplek voor het spelen op de playstation.
Om deze reden wordt u per vandaag ontslagen en uw dienstverband wordt beëindigd.
Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend om alle eigedommen van ons bedrijf die bij u in bruikleen zijn per direct te retourneren.
Wij wensen u verder veel succes toe.
2.3.
Op 14 oktober 2025 heeft de gemachtigde van werknemer een brief aan SSD Traffic gestuurd waarin hij schrijft dat het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven en werknemer aanspraak maakt op de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding. SSD Traffic heeft hierop afwijzend gereageerd.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Werknemer verzoekt de kantonrechter om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht dat het op 17 september 2025 door SSD Traffic aan werknemer gegeven ontslag niet rechtsgeldig is en SSD Traffic te veroordelen om aan werknemer te betalen:
  • de gefixeerde schadevergoeding van € 1.973,09 bruto;
  • de transitievergoeding van € 195,06 bruto;
  • een billijke vergoeding van € 5.000,00 bruto;
  • de buitengerechtelijke incassokosten van € 176,00 netto,
met veroordeling van SSD Traffic in de kosten van deze procedure.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft werknemer zijn verzoek vermeerderd, in die zin dat verzoekt alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van indiening van het verzoekschrift (16 oktober 2025).
3.2.
Ter onderbouwing van zijn verzoeken stelt werknemer - samengevat - dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is, omdat een dringende reden ontbreekt. Werknemer heeft ervoor gekozen te berusten in het ontslag, maar maakt wel aanspraak op een drietal vergoedingen.
3.3.
SSD Traffic voert verweer en stelt dat de verzoeken moeten worden afgewezen. Zij voert ‑ samengevat ‑ primair aan dat wel degelijk sprake is van een dringende reden en het ontslag rechtsgeldig is gegeven. Subsidiair is SSD Traffic van mening dat werknemer geen aanspraak kan maken op enige vergoeding, omdat hij ernstig verwijtbaar gehandeld heeft. Meer subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat de billijke vergoeding en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging moeten worden afgewezen, dan wel moeten worden gematigd.
3.4.
Op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling van de verzoeken, wordt hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig
4.1.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Hierna wordt uitgelegd hoe tot dit oordeel is gekomen.
4.2.
Een ontslag op staande voet is alleen geldig als daarvoor een dringende reden is, dat wil zeggen zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. [1] De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer. [2] Onverwijld betekent dat dit direct of zo snel mogelijk moet gebeuren. Het gaat er daarbij om dat het voor de werknemer onmiddellijk duidelijk moet zijn welke eigenschappen of gedragingen voor de werkgever aanleiding zijn geweest voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst. De werkgever moet de dringende reden bewijzen.
4.3.
Voor de beoordeling van de vraag of het door SSD Traffic aan werknemer gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan werknemer opgegeven redenen zoals vermeld in de e-mail van 17 september 2025 maatgevend. Het geschil wordt dan ook afgebakend door de daarin genoemde verwijten. In het verweerschrift staan weliswaar nog meer verwijten, maar die vallen buiten de beoordeling. Uit de e-mail volgt dat aan het ontslag op staande voet ten grondslag ligt ‘het niet op de voorgeschreven wijze bijhouden en afgeven van kaartjes aan bezoekers’ en ‘het gebruiken van de werkplek voor het spelen op de PlayStation’.
4.4.
SSD Traffic heeft de door haar gestelde dringende reden onderbouwd met verklaringen van [naam 1] , [naam 2] (een kennis van [naam 1] , hierna: [naam 2] ) en [naam 3] (een medewerker van SSD Traffic, hierna: [naam 3] ) en een tweetal foto’s.
4.5.
Werknemer betwist de aan hem gemaakte verwijten. Hij heeft verklaard dat hij op 17 september 2025 niet hoefde te werken, maar alleen even naar de werkplek is gekomen om zijn telefoonoplader op te halen die hij daar had laten liggen. Werknemer betwist dat hij op de PlayStation heeft gespeeld op het werk en ook dat hij kaartjes op onjuiste wijze aan klanten zou hebben afgegeven of bijgehouden. En ook al zou dat wel zo zijn, dan levert dat volgens hem nog geen dringende reden voor een ontslag op staande voet op. Ter onderbouwing heeft werknemer een verklaring van een ex-collega van hem van SSD Traffic ( [naam 4] , hierna: [naam 4] ) in het geding gebracht.
4.6.
De kantonrechter overweegt dat op basis van de tegenstrijdige verklaringen die partijen over en weer in het geding hebben gebracht niet kan worden vastgesteld wat er precies is gebeurd op 17 september 2025. Belangrijker nog in het kader van de beoordeling van de dringende reden is echter dat in deze verklaringen niets is opgenomen over de door SSD Traffic aan het ontslag ten grondslag gelegde verwijten aan werknemer ten aanzien van de kaartjes en het spelen op de PlayStation. [naam 2] heeft alleen verklaard dat hij en [naam 1] op 17 september 2025 “een volle zak met fietskaarten hebben gezien”, maar dat zegt niets over het op onjuiste omgaan met de kaartjes door werknemer.
4.7.
Wat betreft de Playstation heeft [naam 1] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij van [naam 3] gehoord heeft dat [naam 3] een filmpje heeft gezien waarin werknemers op de werkplek op een PlayStation spelen. Dit filmpje is echter niet in het geding gebracht. In zijn verklaring heeft [naam 3] weliswaar opgenomen dat hij een filmpje heeft gezien waarin te zien was dat het op de werkplek aanwezige tv-scherm gebruikt werd voor het spelen met de PlayStation, maar uit zijn verklaring blijkt niet welke werknemers hierbij betrokken waren. Hij heeft het immers in zijn verklaring steeds over “een collega”.
4.8.
Ten aanzien van de kaartjes heeft [naam 1] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij op 17 september 2025 bonnetjes van meerdere dagen en met nummers van één of twee weken eerder heeft aangetroffen in de prullenbak op de werkplek. Om controle te kunnen uitvoeren is het volgens hem de bedoeling dat de medewerkers aan het begin van de dienst het beginnummer opschrijven in een schrift en aan het einde van de dienst het eindnummer. Werknemer heeft erkend dat dit de werkwijze was. Hij heeft echter verklaard dat hij altijd op de juiste wijze met de kaartjes heeft gewerkt en nooit een bonnetje in de prullenbak heeft gegooid. Aangezien geen kopie van het ‘bonnetjes-schrift’ is overgelegd, kan de kantonrechter niet controleren of hier inderdaad op een onjuiste wijze mee is omgegaan door werknemer en zo ja, wanneer dan en hoe vaak. Bovendien was werknemer op 17 september 2025 helemaal niet aan het werk. Uit de door SSD Traffic in het geding gebrachte foto van een plastic (vuilnis)zak met bonnetjes kunnen ook geen conclusies worden getrokken.
4.9.
Gelet op voorgaande overwegingen is de kantonrechter van oordeel dat SSD Traffic de aan het ontslag ten grondslag gelegde verwijten onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dit betekent dat geen sprake is van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW Pro. Daarom is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven. De kantonrechter zal de door werknemer verzochte verklaring voor recht dan ook toewijzen.
4.10.
Werknemer berust in het ontslag, maar verzoekt wel om betaling van de vergoeding in verband met het niet in achtnemen van de opzegtermijn, de transitievergoeding en een billijke vergoeding. Daarover zal de kantonrechter hierna oordelen.
De vergoeding wegens onregelmatige opzegging
4.11.
De gevorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen, omdat is opgezegd tegen een eerdere dag dan die tussen partijen geldt. [3] De vergoeding is gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn.
4.12.
Partijen zijn het niet eens over het te hanteren loon. Werknemer stelt dat hij op basis van het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW een arbeidsomvang van 124 uur per maand had. Hij baseert dit op de salarisstroken van de maanden juni tot en met augustus 2025. SSD Traffic stelt zich op het standpunt dat deze referentieperiode niet representatief is. Omdat zij bedenkingen had gekregen over de wijze waarop werknemer invulling gaf aan zijn functie, was zij van plan hem minder vaak in te zetten, wat ook mogelijk was omdat hij een nul-uren-contract had. Bovendien had werknemer op 14 september 2025 te kennen gegeven dat hij voortaan alleen nog in de weekenden beschikbaar zou zijn, omdat hij op doordeweekse dagen ergens anders zou gaan werken, aldus SSD Traffic.
4.13.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op basis van artikel 7:610b BW wordt voor het vaststellen van de urenomvang in beginsel een referteperiode van drie maanden gehanteerd. Omdat sprake is van een rechtsvermoeden, is het aan SSD Traffic om dat rechtsvermoeden te weerleggen. Hoewel SSD Traffic heeft gesteld dat zij werknemer vanaf september 2025 minder uren wilde inplannen, heeft werknemer onweersproken gesteld dat hij tot 20 september 2025 al voor 13 diensten was ingedeeld. Werknemer heeft weliswaar erkend dat hij in september 2025 voor kortere diensten werd ingepland, maar dit waren alsnog diensten van 6 uur. Als de lijn van 13 diensten tot de 20e van de maand wordt doorgetrokken, dan leidt dat tot ongeveer 20 diensten in een volledige maand. Uitgaande van 6 uren per dienst, is dat al 120 uur. Uit een door SSD Traffic overgelegde e-mail blijkt dat zij werknemer op 14 september 2025 heeft afgemeld bij een beveiligingsbedrijf in Den Bosch (waar hij diensten op de meldkamer zou gaan draaien), omdat werknemer haar verteld had dat hij bij IKEA zou gaan werken. Werknemer heeft echter verklaard dat hij [naam 1] heeft gebeld dat hij misschien een baan bij IKEA zou krijgen en dat hij dan nog wel in de weekenden beschikbaar zou zijn voor SSD Traffic. Het was volgens hem op dat moment nog niet zeker of hij die baan zou krijgen en uiteindelijk is het toen niet doorgegaan. De kantonrechter overweegt dat, ook als in dit kader sprake is geweest van een misverstand tussen partijen, werknemer (indien hij niet was ontslagen) ook na halverwege september 2025 alsnog doordeweeks ingezet had kunnen worden bij SSD Traffic.
De kantonrechter is op basis van voorgaande overwegingen van oordeel dat SSD Traffic het rechtsvermoeden onvoldoende heeft weerlegd. Er is dan ook geen reden om af te wijken van de door werknemer gehanteerde referteperiode van drie maanden en de bijbehorende urenomvang van 124 uur per maand. Uitgaande van een uurloon van € 14,40 bruto per uur, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en 2,5% eindejaarsuitkering, resulteert dat in een loon van € 1.976,66 bruto per maand.
4.14.
Gelet op het overeengekomen tussentijds opzegbeding dat inhoudt dat zowel werknemer als SSD Traffic de arbeidsovereenkomst schriftelijk kan opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van één maand en opzegging (tenzij anders overeengekomen) geschiedt tegen het einde van de maand, geldt dat SSD Traffic in beginsel tegen 1 november 2025 had kunnen opzeggen. SSD Traffic dient daarom in ieder geval een schadevergoeding gelijk aan het loon inclusief vakantiegeld over de periode vanaf 17 september 2025 tot 1 november 2025 te betalen. Dit komt neer op een bedrag van 14/30 x € 1.976,66 = € 922,44 bruto over september 2025, te vermeerderen met € 1.976,66 bruto over de maand oktober 2025. In totaal komt dat neer op een bedrag van € 2.899,10 bruto. De kantonrechter zal dit bedrag en niet het door de werknemer verzochte bedrag toewijzen, omdat bovenstaande berekening conform de wet is. Wel zal met dit (hogere) bedrag rekening worden gehouden bij het bepalen van de billijke vergoeding, omdat de werknemer hiermee al deels schadeloos wordt gesteld. De gevorderde wettelijke rente over de vergoeding wegens onregelmatige opzegging zal worden toegewezen als verzocht.
De transitievergoeding
4.15.
Het verzoek om SSD Traffic te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens toegewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven, omdat daarvoor geen dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar bij gebreke van een dringende reden en gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werknemer. Dat betekent dat de transitievergoeding verschuldigd is. [4] SSD Traffic heeft tegen het gevorderde bedrag van € 195,06 bruto geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. Ook over dit bedrag zal de wettelijke rente worden toegewezen als verzocht, met dien verstande dat deze pas is verschuldigd vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dat wil zeggen vanaf 17 oktober 2025. [5]
De billijke vergoeding
4.16.
Het verzoek van werknemer tot toekenning van een billijke vergoeding wordt toegewezen, omdat hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. [6] Daarbij wordt opgemerkt dat een ongeldig ontslag als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever moet worden aangemerkt. [7]
4.17.
Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in de rechtspraak uitgangspunten geformuleerd. [8] De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.
4.18.
Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding rekening zal houden met de volgende omstandigheden. Aan de ene kant het feit dat naast de transitievergoeding ook een vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegekend en de mate van verwijtbaarheid van SSD Traffic. Aan de andere kant de korte duur van het dienstverband en de omstandigheid dat werknemer per november 2025 met een andere baan is begonnen. De kantonrechter acht een billijke vergoeding van € 500,00 bruto in dit geval op zijn plaats. SSD Traffic zal worden veroordeeld tot betaling van dat bedrag. De gevorderde wettelijke rente over de billijke vergoeding zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking.
De buitengerechtelijke incassokosten
4.19.
Het bedrag dat werknemer aan buitengerechtelijke incassokosten vordert, betreft de eigen bijdrage in de kosten van de door de overheid gefinancierde rechtsbijstand.
SSD Traffic heeft aangevoerd dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen, althans al opgenomen zijn in de proceskostenveroordeling.
4.20.
De kantonrechter overweegt dat de eigen bijdrage waarvan werknemer betaling heeft gevorderd, geacht wordt in het hierna toe te wijzen bedrag aan proceskosten (salaris gemachtigde) te zijn begrepen, zodat deze post niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komt. De kantonrechter zal de vordering tot betaling van de eigen bijdrage als buitengerechtelijke incassokosten daarom afwijzen.
SSD Traffic moet de proceskosten betalen
4.21.
De proceskosten komen voor rekening van SSD Traffic, omdat zij overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van SSD Traffic. De proceskosten aan de zijde van werknemer worden begroot op € 768,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat het op 17 september 2025 door SSD Traffic aan werknemer gegeven ontslag niet rechtsgeldig is,
5.2.
veroordeelt SSD Traffic om aan werknemer de vergoeding wegens onregelmatige opzegging te betalen van € 2.899,10 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt SSD Traffic om aan werknemer een transitievergoeding te betalen van € 195,06 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt SSD Traffic om aan werknemer een billijke vergoeding te betalen van € 500,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking tot de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt SSD Traffic in de proceskosten van € 768,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als SSD Traffic niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart deze beschikking wat betreft de onder 5.2., 5.3., 5.4. en 5.5. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad [9] ,
5.7.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2026.
41245 \ 560

Voetnoten

1.Artikel 7:678 lid 1 BW Pro.
2.Artikel 6:677 lid 1 BW Pro.
3.Artikel 7:672 lid 11 BW Pro.
4.Artikel 7:673 lid 1 BW Pro.
5.Artikel 7:686a lid 1 BW.
6.Artikel 7:681 lid Pro 1, onderdeel a, BW.
8.Zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (
9.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.