Werknemer trad op 1 juni 2025 in dienst bij SSD Traffic op basis van een nul-urencontract. Op 17 september 2025 werd hij op staande voet ontslagen wegens vermeende ernstige overtredingen, waaronder het onjuist bijhouden van kaartjes en het spelen op een PlayStation tijdens werktijd. Werknemer betwistte deze verwijten en stelde dat hij op die dag niet werkte en geen dringende reden bestond voor ontslag.
De kantonrechter stelde vast dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd voor de dringende reden. Verklaringen en foto’s waren onvoldoende concreet en het vermeende filmpje was niet overgelegd. Ook was werknemer niet aan het werk op de dag van het ontslag. Hierdoor werd het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig verklaard.
Werknemer berustte in het ontslag maar vorderde vergoeding wegens onregelmatige opzegging, transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter stelde het loon vast op basis van een referteperiode van drie maanden en wees de vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe over de periode van 17 september tot 1 november 2025. Ook de transitievergoeding en een billijke vergoeding van €500 werden toegewezen, waarbij rekening werd gehouden met de korte diensttijd en het feit dat werknemer inmiddels elders werk had gevonden.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen omdat deze al in de proceskosten waren begrepen. SSD Traffic werd veroordeeld tot betaling van de vergoedingen en proceskosten, met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.