Uitspraak
1.De procedure
- de brief van [gedaagde] van 22 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Gelderland
De huurder [gedaagde] huurt sinds 1981 een woning van De Woonmensen, die voornemens is 99 woningen in de wijk te renoveren en groot onderhoud uit te voeren. De Woonmensen heeft de bewoners geïnformeerd en een redelijk renovatievoorstel gedaan, waar meer dan 70% van de huurders mee instemde. [gedaagde] reageerde niet tijdig op het voorstel en stemde uiteindelijk niet in.
De Woonmensen vordert in kort geding dat [gedaagde] verplicht wordt mee te werken aan de werkzaamheden en bij weigering tijdelijk de woning ontruimt. De kantonrechter oordeelt dat de werkzaamheden onder dringende en renovatiewerkzaamheden vallen volgens artikel 7:220 BW Pro, waardoor medewerking verplicht is. Het niet tijdig maken van bezwaar leidt tot de aanname van redelijkheid van het voorstel.
De kantonrechter wijst de vordering toe en benadrukt dat tijdelijke ontruiming een uiterste maatregel is, maar noodzakelijk bij weigering van medewerking. [gedaagde] wordt veroordeeld tot medewerking en bij weigering tot tijdelijke ontruiming, met veroordeling in proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot medewerking aan renovatiewerkzaamheden en tijdelijke ontruiming bij weigering.