ECLI:NL:RBGEL:2026:783

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
ARN 23_6514
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 5:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om zakelijke gegevens is geen besluit met rechtsgevolg

Eisers, een persoon en een bedrijf, werden door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal verzocht om zakelijke gegevens en bescheiden te verstrekken. Het college verklaarde het bezwaar van eisers tegen dit verzoek niet-ontvankelijk omdat het verzoek geen besluit met rechtsgevolgen betreft.

Eisers stelden beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De rechtbank behandelde het beroep op 20 november 2025 en oordeelde dat het verzoek om gegevens verstrekken geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling is die rechtsgevolgen beoogt.

De rechtbank concludeerde dat het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.M. Verhoeven en griffier M.M. Verschuren.

Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard omdat het verzoek om zakelijke gegevens geen besluit met rechtsgevolg is.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/6514

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser] en [naam bedrijf], uit [plaats], eisers,

(gemachtigde: mr. C.J. Driessen),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal

(gemachtigden: mr. S.E. de Wit en mr. A. de Zeeuw).

Procesverloop

1. Bij brief van 2 mei 2023 heeft het college kopieën van zakelijke gegevens en bescheiden gevorderd van eisers. [1]
1.1.
Met het bestreden besluit van 22 augustus 2023 op het bezwaar van eisers heeft het college eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar tegen de brief van 2 mei 2023.
1.2.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld, tegelijk met de zaken ARN 23/6503, ARN 23/6505, ARN 23/6508, ARN 23/6510, ARN 23/8097, ARN 24/1568, ARN 24/1573 en ARN 24/7083. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en [persoon A] en hun gemachtigde, en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

2. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een rechtshandeling is een handeling die is gericht op rechtsgevolg. Een beslissing heeft een rechtsgevolg als zij erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen. [2]
2.1.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek om zakelijke gegevens en bescheiden niet is aan te merken als een beslissing waaraan enig (publiekrechtelijk) rechtsgevolg is verbonden. Het verzoek is een vraag aan eisers om de gegevens te verstrekken in het kader van de toezichthoudende taak van het college. Dat is een handeling, die geen rechtsgevolg heeft. Een dergelijke vordering om informatie is geen besluit. [3] Het college heeft eisers daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit is een vordering op grond van artikel 5:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
2.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2525.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 10 januari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:3.