ECLI:NL:RBGEL:2026:811

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
05-341078-24
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36b SrArt. 36c SrArt. 157 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid bij brandstichting

Op 26 oktober 2024 heeft verdachte in Zutphen opzettelijk brand gesticht in een woning door open vuur in aanraking te brengen met een salontafel, waarbij gevaar voor goederen en bewoners van naastgelegen woningen bestond. Verdachte werd vervolgd voor deze brandstichting en subsidiar voor vernieling van goederen.

De rechtbank acht het bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit van brandstichting heeft begaan. Uit een psychiatrisch rapport van oktober 2025 blijkt dat verdachte ten tijde van het feit leed aan een matige verstandelijke beperking, een schizofeniespectrumstoornis en een stoornis in cannabisgebruik, waarbij hij psychotisch was. De psychiater concludeerde dat verdachte onvoldoende grip had op zijn handelen en het gevaar niet kon overzien.

De officier van justitie en de verdediging hebben gevorderd dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank volgt dit advies en verklaart verdachte niet strafbaar wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid. Tevens beveelt de rechtbank de onttrekking aan het verkeer van de aansteker die bij het feit is gebruikt.

Uitkomst: Verdachte wordt volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard en ontslagen van alle rechtsvervolging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/341078-24
Datum uitspraak : 13 januari 2026
Tegenspraak
verkort vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] .
Raadsvrouw: mr. A. van der Poel, advocaat in Arnhem.
Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Zutphen
in een woning, gelegen op/aan [adres 2] ,
opzettelijk
brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een salontafel,
althans met een brandbaar voorwerp,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor één of meer de(e)l(en)
van het interieur van voornoemde woning en/of één of meer naastgelegen
woning(en),
en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), te
weten voor één meer (mede)bewoner(s) van één of meer naastgelegen woning(en)
te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 26 oktober 2024 te Zutphen
opzettelijk en wederrechtelijk een woning, gelegen op/aan [adres 2] ,
in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk
geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar
gemaakt.

2.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:
primair
hij op
of omstreeks26 oktober 2024 te Zutphen
in een woning, gelegen
op/aan [adres 2] ,
opzettelijk
brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een salontafel,
althans met een brandbaar voorwerp,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten
voor één of meerde
(e)l
(en
)van het interieur van voornoemde woning
en/of één of meer naastgelegenwoning(en),en/oflevensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en), teweten voor één meer (mede)bewoner(s) van één of meer naastgelegen woning(en)te duchten was;
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
primair:
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

5.De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrische rapportage van 15 oktober 2025, opgesteld door A.W.M.M. Stevens, psychiater. De psychiater concludeert het volgende:
“ Bij betrokkene is sprake van een matige verstandelijke beperking, een schizofeniespectrum
stoornis of andere psychotische stoornis en een stoornis in cannabisgebruik (momenteel in
remissie, ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig). Hij wordt verdacht van brandstichting
in zijn eigen woning. Betrokkene bekent de ten laste gelegde feiten. De psychi(atri)sche problematiek was aanwezig tijdens de ten laste gelegde feiten, zodat gesproken kan worden
van een gelijktijdigheidsverband. Betrokkene was ten tijde van het ten laste gelegde psychotisch. Onderzoeker heeft in onderhavig onderzoek onvoldoende duidelijk kunnen krijgen in hoeverre zijn psychiatrische problematiek, met name de mate van psychotische belevingen,
en zijn stoornis in cannabisgebruik (in hoeverre was hij in welke mate onder invloed) ten tijde
van het ten laste gelegde heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde om met zekerheid te
kunnen zeggen of het ten laste gelegde volledig niet toe te rekenen is aan betrokkene of dat
het ten laste gelegde (sterk) verminderd toe te rekenen is aan betrokkene. Desondanks neigt
onderzoeker naar het niet toerekenen van het ten laste gelegde aan betrokkene, daar de combinatie van een matig verstandelijke beperking en het psychotisch toestandsbeeld dusdanig was dat betrokkene onvoldoende grip had op zijn denken en handelen om te kunnen
overzien dat wat hij deed gevaarlijk was. Tevens komt uit het voorgeleidingsconsult naar voren dat betrokkene drie dagen na het ten laste gelegde nog floride psychotisch was".
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
De raadsvrouw heeft zich bij de eis van de officier van justitie aangesloten.
De rechtbank trekt op basis van de bevindingen van de psychiater de conclusie dat verdachte ten tijde van het feit niet toerekeningsvatbaar was. De rechtbank zal verdachte dan ook ontslaan van alle rechtsvervolging.

7.Het beslag

De rechtbank zal de aansteker die aan verdachte toebehoort en met behulp waarvan het feit is begaan, onttrekken aan het verkeer.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
 heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;
 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de aansteker (omschrijving: PL0600-2024504382-G3319482, Rood).
Dit verkort vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. P.J.C. Cremers en mr. G.M.L. Tomassen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Duis-van Grol, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 januari 2026.
mrs. Bril en Cremers zijn buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen.