De vrouw heeft de rechtbank zelfstandig verzocht, na aanvulling van haar verzoek, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. om voor recht te verklaren dat de vrouw bij het aangaan van het Liberiaanse huwelijk te goeder trouw heeft gehandeld en met de volle overtuiging dat het eerdere huwelijk van de man was ontbonden danwel dat dat huwelijk was aangegaan zonder dat de vrouw daar enige weet van had (als bedoeld in art 6.4 van Liberiaanse Domestic Relations Law);
II. om voor recht te verklaren dat de man naar Liberiaans recht de juridische vader is van [het kind] ;
III. om voor recht te verklaren dat het juridische vaderschap van de man in Nederland wordt erkend en de man derhalve ook naar Nederlands recht de juridische vader van [het kind] is;
IV. indien de rechtbank niet voor recht kan verklaren dat de man de juridische vader van [het kind] is, verzoekt de vrouw subsidiair om te gelasten, althans te bepalen dat de man binnen vier weken na de datum van de beschikking [het kind] dient te erkennen ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand van een gemeente in Nederland, alsmede dat de man binnen vier weken na die erkenning een rechtsgeldig DNA-onderzoek laat verrichten ten aanzien van het biologisch ouderschap van de man ten aanzien van [het kind] , welk DNA-onderzoek dient plaats te vinden in een laboratorium dat voldoet aan de vereisten genoemd in het besluit DNA-onderzoek vaderschap, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250 per dag of een dagdeel daarvan dat de man daarmee in gebreke blijft, althans meer subsidiair om het ouderschap van de man over [het kind] gerechtelijk vast te stellen;
V. te bepalen dat [het kind] zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal hebben;
VI. te bepalen dat de man aan de vrouw met ingang van 19 maart 2024 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [het kind] zal betalen van € 146 per maand (en met ingang van 1 januari 2025 € 155 per maand), althans een bijdrage in goede justitie met ingang van een datum in goede justitie, bij vooruitbetaling;
VII. te bepalen dat [het kind] in het kader van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken althans in het kader van een omgangsregeling bij de man zal zijn als volgt:
- een weekend per twee weken van vrijdagmiddag 18.00 uur tot zondagmiddag 18.00 uur, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen, althans een zodanige regeling vast te stellen door de rechtbank in goede justitie te bepalen.