De werknemer is sinds mei 2021 in dienst en sinds januari 2024 teamleider. Vanaf april 2024 is zij arbeidsongeschikt. De werkgever stopte de loonbetaling vanaf 15 april 2025 wegens vermeende niet-medewerking aan re-integratie, onder meer omdat de werknemer niet op een re-integratieafspraak verscheen.
Uit een arbeidsdeskundig rapport blijkt dat de werknemer de afspraak op 15 april probeerde te verzetten, maar dat de werkgever dit niet accepteerde. De werknemer begreep de loonstop tot 18 april. Na die datum zijn er echter meerdere medische redenen en adviezen van de bedrijfsarts die het onvermogen tot re-integratie bevestigen. De werkgever heeft niet concreet gesteld welke afspraken na 18 april niet zijn nagekomen.
De kantonrechter oordeelt dat de loonstop na 18 april onrechtmatig is en veroordeelt de werkgever tot betaling van het achterstallige loon, inclusief vakantietoeslag, wettelijke rente en een beperkte wettelijke verhoging. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.