ECLI:NL:RBGEL:2026:929
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid beroep niet tijdig beslissen afgewezen
Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraak van 11 december 2025, waarin de rechtbank zijn beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaarde. Opposant betwist dat er tijdig is beslist op zijn aanvraag van 5 augustus 2025 en voert aan dat de beslissing van de plaatsvervangend directeur van de PI Arnhem niet namens de minister is genomen en dat niet volledig op zijn aanvraag is beslist.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 16 september 2025 van de directeur van de PI Arnhem als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moet worden beschouwd. Deze brief is concreet en ondubbelzinnig gericht op de aanvraag van 5 augustus 2025 en bevat een tijdige beslissing. Het feit dat de plaatsvervangend directeur mogelijk niet bevoegd was om te beslissen, doet hieraan niet af, aangezien het tijdig nemen van een besluit centraal staat.
Ook het argument dat niet volledig op de aanvraag is beslist, leidt niet tot het oordeel dat er niet tijdig is beslist. Opposant kan dit punt aan de orde stellen in de lopende bezwaarprocedure tegen het besluit van 16 september 2025. De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.