ECLI:NL:RBGEL:2026:930
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na toezegging intrekking ministerieel besluit
Verzoeker, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, diende op 5 augustus 2025 een aanvraag in bij de minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 18 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 14 oktober 2025 af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de zitting op 23 januari 2026 lichtte de minister toe dat reeds op 16 september 2025 een beslissing op dezelfde aanvraag was genomen, waardoor het besluit van 14 oktober 2025 niet genomen had mogen worden. De minister deed de toezegging het besluit van 14 oktober 2025 in te zullen trekken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat vanwege deze toezegging geen aanleiding bestond om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Deze uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege de toezegging van de minister het bestreden besluit in te trekken.