ECLI:NL:RBGEL:2026:930

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
9 februari 2026
Zaaknummer
AWB-25_4874
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na toezegging intrekking ministerieel besluit

Verzoeker, gedetineerd in een penitentiaire inrichting, diende op 5 augustus 2025 een aanvraag in bij de minister van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 18 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De minister wees deze aanvraag bij besluit van 14 oktober 2025 af. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Tijdens de zitting op 23 januari 2026 lichtte de minister toe dat reeds op 16 september 2025 een beslissing op dezelfde aanvraag was genomen, waardoor het besluit van 14 oktober 2025 niet genomen had mogen worden. De minister deed de toezegging het besluit van 14 oktober 2025 in te zullen trekken.

De voorzieningenrechter oordeelde dat vanwege deze toezegging geen aanleiding bestond om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Deze uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege de toezegging van de minister het bestreden besluit in te trekken.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/4874

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoeker], gedetineerd in de PI in Alphen aan den Rijn, verzoeker

en

de minister van Justitie en Veiligheid.

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de minister van 5 augustus 2025.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoeker heeft op 5 augustus 2025 een aanvraag ingediend bij de minister van Justitie en Veiligheid om aan hem bepaalde gegevens te verstrekken op grond van artikel 18 van Pro de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister de aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter hangende bezwaar verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Verzoeker heeft deelgenomen aan de zitting. Namens de minister was de heer [naam] aanwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Op zitting heeft de minister toegelicht dat op 16 september 2025 al een beslissing is genomen op de aanvraag van verzoeker. Het besluit van 14 oktober 2025 had volgens de minister niet genomen mogen worden, omdat het niet toegestaan is om twee keer op dezelfde aanvraag te beslissen.
4. Nog daargelaten dat afgevraagd kan worden of het besluit van 14 oktober 2025 op rechtsgevolg is gericht (omdat al eerder op de aanvraag is beslist), heeft de minister op zitting toegezegd dat het besluit van 14 oktober 2025 zal worden ingetrokken. De voorzieningenrechter ziet vanwege die toezegging geen aanleiding om ten aanzien van dit besluit een voorlopige voorziening te treffen.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Voor een vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.