2.9.Op 12 november 2025 heeft [bedrijf 1] een verslag opgesteld van het samenwerkingsassessment. In het verslag wordt op de volgende wijze gereflecteerd op de samenwerking:
“
Reflectie op te verwachten kwaliteiten en risicopunten in de samenwerking
Besluitvaardigheid en tempo
Kwaliteit:Duidelijkheid, actie en snelheid.
Valkuil:Te snel willen gaan.
Hier weten [naam 2] en [eiser] elkaar te vinden. Beiden hebben veel ‘rode energie’ in hun
profiel. Het kan een valkuil zijn om te snel te willen gaan. Bij het bespreken van dit punt
wordt door beiden naar voren gebracht dat ze veel waarde hechten aan het inchecken bij
de verbinders en dat ze dat op structurele en frequente basis willen blijven doen. Ook
benoemen ze dat ze realistisch willen blijven kijken naar het aantal projecten en dat ze
hier prioriteiten in willen. Liever afmaken dan almaar projecten blijven toevoegen. Niet
teveel veranderingen gelijktijdig doorvoeren, om onrust te voorkomen.
Veel ambitie en drive
Kwaliteit:Kans om een inspirerende cultuur te bewerkstelligen.
Valkuil:Botsing tussen ratio en intuïtie
[naam 2] en [eiser] zijn het eens over de strategische koers en de agenda van de
projecten. De ambitie en drive worden wel op een andere manier ingezet. Bij [eiser] meer
vanuit de behoefte aan duidelijkheid rondom governance. Bij [naam 2] meer vanuit het
wenkend beeld dat er geen kind meer onnodig in een ziekenhuis verblijft. [eiser] zit meer
op structuur, kwaliteit, control en realisme. [naam 2] meer op energie, enthousiasme en
beïnvloedingskracht. Dit wordt herkend en tevens geven beiden aan dichter bij elkaar te
staan op deze polen dan wellicht aanvankelijk lijkt. Het is vooral zaak om de verbinding
met elkaar te behouden om de ambitie en drive een optimaal positieve impact te laten
hebben op de cultuur binnen de organisatie. Bijvoorbeeld door te zorgen dat ze beter op
de hoogte zijn van wat er gebeurt in de teams. Op tijd signalen ophalen om te
voorkomen dat ze vooral incident-driven moeten sturen. Ook een balans tussen 4 zones
van leiderschap wordt benoemd. 2 zones in de bovenstroom; doelen en functionele
rollen. 2 zones in de onderstroom; interactie-patronen (gedrag) en zichzelf als leider
inzetten als kompas op basis van gevoel. [eiser] heeft de focus relatief meer op de
bovenstroom en wil liever eerst logica en onderbouwing en [naam 2] relatief meer op de
onderstroom en wil liever eerst beweging. Het is een kans op ‘best of both worlds’.
Verschillen in stijl van communicatie
Kwaliteit: breed aantal typen mensen dat bereikt en geraakt kan worden
Valkuil:verschillende geluiden kunnen verwarring brengen in de organisatie
Over de verschillen is al een en ander gezegd. Het gaat kortweg om het verschil tussen
de meer introverte reflectie van [eiser] en de meer extraverte actiegerichte communicatie
van [naam 2] . Het verschil wordt door beiden gezien en erkend. Beiden zijn het ook vlot
over eens dat dit niet echt een probleem is. Bij het vaststellen van de gezamenlijke
strategische koers waren deze verschillen er wel, maar stonden ze geenszins in de weg.
Dit wordt gezien als een mooi voorbeeld van samenwerken. Er was snel overeenstemming
en daardoor is er nauwelijks risico dat het kan leiden tot verschillende geluiden in de
organisatie. Dit punt vraagt simpelweg om het nieuwsgierig blijven naar elkaar. Zaken
checken bij elkaar, voordat iets een eigen leven gaat leiden.
Wie heeft het laatste woord?Dit is een laatste punt dat ik heb opgeworpen in het
gesprek. Duaal leiderschap vraagt afstemming. Er zijn verschillen tussen [eiser] en
[naam 2] . Die verschillen kunnen heel goed versterkend en aanvullend gaan werken.
Maar wat gebeurt er als de stemmen staken? Beiden hebben veel rode energie in het
profiel. Beiden zijn gewend om richting te geven. Handelend vanuit dezelfde intentie, zal
er voor het merendeel van de besluiten vast en zeker overeenstemming gevonden
kunnen worden, maar wat doe je als dat een keer niet zo is? Over de strategie is er
overeenstemming, geven beiden aan. Wel kan het leiden tot verschil van inzicht met
betrekking tot het organisatiemodel dat daar bij hoort. Grofweg nadruk op organisch
vanuit [naam 2] en nadruk op structuur vanuit [eiser] . Gezamenlijk komen [naam 2] en [eiser] tot drie ankers om zo een situatie op te lossen:
1. Wat het beste is voor [gedaagde] is ál-tíjd leidend. Dit vraagt nieuwsgierigheid naar
elkaars standpunten. Goed luisteren naar elkaar en vanuit de gedeelde intentie
om altijd het beste voor [gedaagde] te kiezen, tot een gezamenlijk besluit te komen.
2. Trouw blijven aan de disciplines. [eiser] bestuurt meer de achterkant van de
organisatie en [naam 2] meer de voorkant. Elkaar respecteren op die disciplines
zorgt ervoor dat je weet wanneer je in hebt te schikken en wanneer juist beter is
van niet.
3. Inzet van [naam 1] als adviseur en/of de RvT. Door [naam 1] in te schakelen of
de RVT kom je tot een meerderheid langs een van de twee richtingen in het geval
[naam 2] en [eiser] daar samen niet uit zouden komen.