Stichting Ontmoeting, een zorginstelling voor mensen met psychosociale problemen, stelde woonruimte ter beschikking aan [gedaagde] op basis van een zorgovereenkomst gekoppeld aan een huurovereenkomst voor bepaalde tijd. De zorgovereenkomst liep van 16 april 2025 tot 16 oktober 2025 en bevatte voorwaarden over gedrag en gebruik van de woonruimte.
[gedaagde] hield zich gedurende de looptijd structureel niet aan de afspraken, veroorzaakte overlast en hygiëneproblemen, en weigerde begeleiding. Stichting Ontmoeting beëindigde daarom de zorgovereenkomst en daarmee ook de huurovereenkomst, en vorderde ontruiming van de woonruimte.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van een gemengde overeenkomst waarbij het zorgelement overheerst, waardoor de huurbeschermingsregels niet van toepassing zijn. De beëindiging van de zorgovereenkomst was gerechtvaardigd vanwege de niet-naleving door [gedaagde]. Ondanks zijn kwetsbaarheid was een belangenafweging niet in zijn voordeel, mede omdat Stichting Ontmoeting passende alternatieven had aangeboden.
De vordering tot ontruiming, betaling van huur en dwangsom werd toegewezen met een termijn van 14 dagen voor ontruiming. [gedaagde] werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.