ECLI:NL:RBGRO:1999:AA3463
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake woonwagenstandplaats buiten woonwagencentrum in Groningen
Verzoeksters, woonwagenbewoners in Groningen, vroegen een voorlopige voorziening om behandeld te worden alsof zij ontheffingen hadden om buiten een woonwagencentrum standplaats in te nemen en om minimale voorzieningen te krijgen op hun huidige standplaats. De gemeente had de huurovereenkomsten beëindigd vanwege woningbouwplannen en slechts laat twee alternatieve locaties aangeboden, waarvan één locatie niet acceptabel was voor verzoeksters.
De gemeente startte een procedure voor ontheffing op grond van de Woonwagenwet, maar stopte deze ambtshalve. Verzoeksters vroegen vervolgens ontheffing aan bij gedeputeerde staten, die dit weigerden. De rechtbank oordeelde dat de gemeente onvoldoende had voldaan aan haar inspanningsverplichting om alternatieve locaties te bieden en dat het feit dat verzoeksters nog steeds zonder voorzieningen staan mede het gevolg is van de nalatigheid van de gemeente.
Hoewel de gemeente stelde dat het bestemmingsplan en de Wet Geluidhinder het inrichten van een standplaats verbieden, vond de rechtbank dat dit geen doorslaggevende reden is gezien de langdurige aanwezigheid van verzoeksters op het terrein en het feit dat de gemeente zelf de woonwagens daar had geplaatst en gedoogd.
De rechtbank gelastte de gemeente binnen een week na uitspraak minimale voorzieningen aan te leggen, waaronder water, elektra en sanitaire voorzieningen, en deze voorzieningen minimaal zes weken te handhaven. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank gelast de gemeente Groningen minimale voorzieningen te treffen voor woonwagens van verzoeksters en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.