ECLI:NL:RBGRO:1999:AA3592
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verlof voor het voorhanden hebben van vuurwapen wegens vrees voor misbruik
Eiser had een verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie III, dat op 10 juni 1997 door de korpschef van de regiopolitie Groningen met onmiddellijke ingang werd ingetrokken. De intrekking was gebaseerd op aanwijzingen dat eiser het bezit van wapens niet langer kon worden toevertrouwd, mede vanwege een proces-verbaal en een veroordeling wegens overtreding van artikel 285 Sr Pro.
Eiser voerde aan dat geen van de wettelijke gronden voor intrekking zich had voorgedaan en dat verweerder ten onrechte niet voldeed aan de motiveringsvereisten van de Algemene wet bestuursrecht. Ook stelde hij dat de inbewaringneming van zijn wapen in strijd was met de wet.
De rechtbank oordeelde dat het dreigen met een speelgoedpistool tijdens een ongewenste binnendringing voldoende aanleiding gaf voor vrees voor misbruik. De ministeriële circulaire bood een kader waarin een veroordeling wegens artikel 285 Sr Pro als grond voor intrekking geldt. De rechtbank vond het beleid niet onredelijk en wees het beroep af. De inbewaringneming van het wapen vóór het besluit werd als niet beslissend gezien, omdat het verlof vanaf het besluit niet meer geldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van het verlof voor het voorhanden hebben van een vuurwapen wordt ongegrond verklaard.