ECLI:NL:RBGRO:1999:AA3687
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding ex-partners
Eiseres ontving sinds 1984 een bijstandsuitkering en werd per 1 september 1997 feitelijk de uitkering beëindigd wegens het niet volledig verstrekken van inlichtingen over haar woonsituatie. Verweerders stelden dat eiseres met ingang van 1 juli 1997 een gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-partner, wat gevolgen had voor haar recht op bijstand. Eiseres betwistte dit en voerde onder meer strijd met het EVRM aan.
De rechtbank oordeelde dat op basis van het ondertekende formulier en de gemeentelijke administratie sprake was van een gezamenlijke huishouding, waardoor het recht op uitkering verviel. Het rechtsvermoeden dat ex-partners die samenwonen als gehuwden worden aangemerkt, werd als redelijk en niet strijdig met het EVRM beoordeeld.
Verweerders hadden de uitkering terecht ingetrokken en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. Het beroep tegen deze besluiten werd ongegrond verklaard. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift werd niet-ontvankelijk verklaard, maar eiseres kreeg wel vergoeding van griffierecht en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.