ECLI:NL:RBGRO:1999:AF0367

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
21 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/117 R
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.P. Evenhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 sub e FaillissementswetArt. 350 lid 5 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet gemelde onregelmatigheden tijdens minnelijk traject

De rechtbank Groningen heeft op 21 september 1999 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd voor de schuldenaar uit P. Dit besluit volgde op een voordracht van de rechter-commissaris en de vaststelling dat de schuldenaar niet te goeder trouw handelde en zich niet aan de regels van de Wsnp hield.

Tijdens het minnelijk traject van de schuldsaneringsregeling had de schuldenaar verzwegen dat hij in april 1999 een schade-uitkering van f 25.000,- had ontvangen uit hoofde van een bedrijfsongeval. Daarnaast had hij op 29 april 1999 een bestelwagen, eigendom van hem, verkocht zonder dit te melden. De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar het ontvangen geld had vergokt, hetgeen de schuldenaar niet betwistte.

De rechtbank oordeelde dat deze feiten voldoende aanleiding gaven om te vrezen dat de schuldenaar zijn schuldeisers zou benadelen. Daarom werd de schuldsaneringsregeling beëindigd en werd de schuldenaar van rechtswege failliet verklaard. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en bepaald dat de kosten van publicaties ten laste van de Staat komen.

Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling en verklaart de schuldenaar van rechtswege failliet wegens niet gemelde onregelmatigheden.

Uitspraak

Arrondissementstrechtbank te Groningen
Eerste enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 10 augustus 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
X. te P., geboren op ...
hierna te noemen de "schuldenaar"
De rechter-commissaris heeft een voordracht gedaan om de toepassing van de schuldsanering te beëindigen. De schuldenaar is opgeroepen ten einde te worden gehoord ter terechtzitting van 21 september 1999.
Als grond voor de beëindiging is aangevoerd:
Dat de schuldenaar niet te goeder is en zich niet aan de regels van de Wsnp houdt, terwijl hij deze regels kende, en hem verder door de bewindvoerder duidelijk is gemaakt wat de consequenties van overtreding van deze regels zouden kunnen zijn.
De schuldenaar is ter terechtzitting van 21 september 1999 verschenen, evenals de bewindvoerder. De bewindvoerder heeft onder meer verklaard dat de schuldenaar verzwegen heeft dat hij in april 1999, tijdens de uitvoering van het mannelijk traject van de schuldsaneringsregeling, een schade-uitkering heeft ontvangen uit hoofde van een bedrijfsongeval. Het ging om een bedrag van f. 25.000,-, welk bedrag hij in enkele dagen heeft vergokt. Tevens heeft hij verzwegen dat hij op 29 april 1999 een hem in eigendom toebehorende bestelwagen heeft verkocht. Wat er met de opbrengst is gebeurd is de bewindvoerder niet duidelijk geworden.
De schuldenaar heeft de stellingen van de bewindvoerder niet betwist. Hij verklaarde dat hij het geld van zowel de uitkering als de verkoop van de bestelwagen heeft vergokt.
De rechtbank is van oordeel dat de bij brief van 2 september 1999 door de bewindvoerder naar voren gebracht en omstandigheden en feiten, welke door de schuldenaar niet zijn bestreden, voldoende aanleiding geven voor de vrees dat de schuldenaar zal trachten zijn schuldeisers te benadelen.
Derhalve is er aanleiding de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen. Op grond van artikel 350, lid 3 sub e, en lid 5 van de Faillissementswet verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen. De kosten van de in de schuldsaneringsregeling bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en komen dus ten laste van de Staat.
Beslissing
De rechtbank:
beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling en benoemt in het faillissement van de schuldenaar tot rechter-commissaris mr. J.P. Evenhuis, en stelt tot curator aan mr. P.H.F. Yspeert, wonende/gevestigd te 9711 BK Groningen, Ubbo Emmiussingel 110;
stelt het bedrag van het salaris van de bewindvoerder vast op f 100,00 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting);
bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ten laste van de Staat komen;
geeft last aan voornoemde curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Gewezen door mr J.P. Evenhuis, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 september 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.